Motorpost

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Motorpost
Motorpost 3031 te Amersfoort
Motorpost 3031 te Amersfoort
Exploitant NS i.s.m. PTT
Aantal 35
Nummering 3001-3035
Fabrikant Werkspoor
In dienst 1965 - 1966
Uit dienst 1995 - 2008
Asindeling Bo'Bo'
Spoorwijdte 1435 mm
Massa 52 ton
Lengte over buffers 26400 mm
Breedte 2760 mm
Hoogte 3800 mm
Wieldoorsnee 950 mm
Draaistelafstand 18350 mm
Radstand 3000 mm
Maximumsnelheid 140 km/u
Dienstsnelheid 125 km/u
Stroomsysteem 1500 V =
Aandrijving elektrisch
Continuvermogen 488 kW
Koppeling schroefkoppeling
Aantal zitplaatsen 2
Laadvermogen 15 ton post
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer
Het voormalige expeditieknooppunt bij het hoofdstation van Groningen (2012)
Posttrein met een motorpost in de oude bruine kleurstelling met geel contrastvlak in het station van Abcoude
De tot meetrijtuig mP Jim verbouwde voormalige motorpost bij Baambrugge.
Motorpostrijtuig mP 3031 in het Nederlands Spoorwegmuseum.
Postwagen NS 242 2 043 HbbkkSS in het Nederlands Spoorwegmuseum.

De Motorpost (Plan mP) is een Nederlands elektrisch motorrijtuig, speciaal ingericht voor het vervoer van post.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Al zolang er treinen rijden, vindt er postvervoer per spoor plaats. Dit gebeurde voornamelijk in speciale postrijtuigen die meereden in reizigerstreinen. Daarnaast reden ook treinen met uitsluitend postvervoer. Deze reden voornamelijk 's nachts. Met de komst van het stroomlijnmaterieel in de jaren dertig, werden ook speciale stroomlijnpostrijtuigen ontwikkeld. Deze rijtuigen hadden automatische koppelingen en konden dus alleen met treinstellen meerijden. Daarnaast werd ook in de treinstellen zelf vaak post vervoerd.

Omdat het meevoeren van post in reizigerstreinen door het laden en lossen regelmatig voor vertraging zorgde, werd in de jaren vijftig besloten om de post zo veel mogelijk gescheiden van het reizigersvervoer te vervoeren. Door de buitendienststelling van Mat '24 (Blokkendozen) in de reizigersdienst, kwamen elektrische motorrijtuigen beschikbaar. Een aantal motorrijtuigen werd dan ook verbouwd tot postmotorrijtuigen en genummerd in serie mP 9200. Nu kon de post los van reizigerstreinen vervoerd worden in elektrisch materieel met vergelijkbare snelheid. Tussen 1956 en 1960 werden in totaal 25 Blokkendoos-motorrijtuigen verbouwd tot motorpost.

De motorpostrijtuigen[bewerken]

In de jaren zestig werden door de PTT 35 speciaal voor het postvervoer ontworpen postmotorrijtuigen aangeschaft ter vervanging van de oude Blokkendoosrijtuigen. De serie werd genummerd in mP 3000 en is afgeleid van het Elektrisch Materieel '64. De rijtuigen zijn in 1965 en 1966 gebouwd door Werkspoor. Het onderhoud werd verzorgd door de NS, die ook het rijdend personeel leverde.

In tegenstelling tot Mat '64, dat van Scharfenbergkoppelingen is voorzien, heeft een mP 3000 conventionele schroefkoppelingen en buffers, waardoor koppeling met de postrijtuigen Plan C, Plan E en Plan L en met goederenwagens mogelijk was. Treinschakeling tot maximaal drie mP's was mogelijk. Aanvankelijk waren de postmotorrijtuigen roodbruin geschilderd, zoals de oude Blokkendoos-motorposten. Voor een betere zichtbaarheid kregen ze later een groot geel vlak tussen de lichtbalk en het derde frontsein.

Tussen de tweede helft van de jaren zeventig en de eerste helft van de jaren tachtig werden de motorposten overgeschilderd in een combinatie van de nieuwe NS-huisstijl (geel) en de PTT-huisstijl (rood). Door de privatisering van de PTT werd de huisstijl vanaf 1989 opnieuw aangepast. Sinds de jaren zeventig reden ze voornamelijk met de speciale postwagens type Hbbkkss.

Inzet[bewerken]

In het postvervoer[bewerken]

Gelijktijdig met de ontwikkeling van de motorposten werd ook het zogenaamde sternet ontwikkeld. Hierbij was Utrecht het punt waar alle treinen vanuit de 11 verschillende PTT-expeditiepunten samenkwamen. Door de komst van deze knooppunten kon het postvervoer beter worden geconcentreerd. Dagelijks reden vanuit Amsterdam, Haarlem, Zwolle, Leeuwarden, Groningen, Arnhem, 's-Hertogenbosch, 's-Gravenhage, Roosendaal, Rotterdam en Sittard posttreinen naar Utrecht om aldaar gerangeerd te worden tot een posttrein met een nieuwe bestemming eensdeels of om rolcontainers met briefpost in zakken of met pakketten uit te wisselen anderdeels. De doctrine was om zo weinig mogelijk containers over te slaan. Zo werd bijvoorbeeld in 's-Gravenhage een trein samengesteld met een motorpost bestemd voor Arnhem, één goederenpostwagon bestemd voor Groningen aangevuld met Utrecht en/of Zwolle, één voor Leeuwarden op dezelfde wijze aangevuld, één voor Sittard en één voor Roosendaal beiden aangevuld met 's-Hertogenbosch en/of Utrecht. Naast het sternet bestond er het zogenaamde Randstadnet tussen Rotterdam, 's-Gravenhage, Haarlem en Amsterdam v.v. In totaal vond vijfmaal per etmaal een uitwisseling plaats: één 's-morgens, één 's-middags, twee in de avonduren en de laatste in de nacht. Ook op zaterdag en in de nacht van zondag op maandag vond er een uitwisseling plaats. Vrachtwagens brachten de poststukken van en naar de expeditieknooppunten. Ook Deventer en Eindhoven hadden een klein expeditieknooppunt, dat echter facultatief werden bediend.

De meeste knooppunten lagen bij de hoofdstations van de genoemde plaatsen en waren voorzien van een sorteercentrum en soms ook een postkantoor. Hoewel het expeditieknooppunt in Amsterdam niet meer bij de PTT in gebruik is, is dit wellicht het bekendste gebouw dat als zodanig dienst heeft gedaan. Het in 2009 wegens gebiedsvernieuwing gesloopte gebouw stond bekend als het Post CS-gebouw.

Na de beëindiging van het postvervoer per spoor[bewerken]

In 1992 werd de eerste voormalige motorpost overgedragen aan de NS. De mP 3032 werd verbouwd tot ATB-meetrijtuig ter vervanging van het uit Mat '24 verbouwde meetrijtuig 'Jules'. De mP 3032 kreeg hierbij de bijnaam 'mP Jules'. Later werd het meetbedrijf van NS afgesplitst en ging het meetrijtuig over naar Eurailscout.

In 1995 nam de NS opnieuw een aantal motorposten van de PTT over. Deze motorrijtuigen werden ingezet in het vervoer van materialen en materieel tussen de verschillende werkplaatsen. Vanaf mei 1997 vindt er helemaal geen postvervoer per spoor meer plaats in Nederland. Hiermee werden ook de laatste overbodig geworden motorposten verkocht aan NS Cargo. Ook deze voormalige motorposten werden voornamelijk ingezet in het vervoer tussen de werkplaatsen en enkele andere lichte goederentreinen. Ook waren er plannen voor het vervoer van bloemen tussen Groningen en Hoofddorp. Deze plannen werden niet uitgevoerd en ook het vervoer tussen de werkplaatsen door middel van een speciaal opgezet sternet kwam al snel ten einde.

Hierna werden de meeste voormalige motorposten buiten dienst gesteld en gesloopt. Hierbij hebben ze eerst bruikbare onderdelen afgestaan voor de treinstellen Mat '64. Twee motorposten (de mP 3027 en mP 3030) bleven als loopjongen voor diverse lichte overbrengingen en voor wegleerritten in gebruik.

Vier motorpostrijtuigen (de mP 3024, mP 3029, mP 3033 en mP 3034) zijn verbouwd tot meetrijtuig voor ETCS/ERTMS. Na afloop van deze metingen, uitgevoerd in opdracht van Railion en ProRail, gingen de mP 3024 en mP 3029 over naar Eurailscout, waarvan de mP 3024 werd verbouwd tot meetrijtuig 'mP Jim' en de andere voor reserveonderdelen werd gebruikt. De 3027, 3030, 3033 en 3034 werden gesloopt in 2009.

Museum motorpost[bewerken]

Eén motorpost (de mP 3031) is opgenomen in de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht. Deze is inmiddels weer roodbruin geschilderd, de kleur van de afleveringstoestand. Ook de postwagen Hbbkkss 242 2 043 behoort tot de collectie. De Stichting Stadskanaal Rail in Stadskanaal beschikt over de postwagen Hbbkkss 242 2 019.

Trivia[bewerken]

In het jeugdboek Inspecteur Arglistig en de overval op nachtposttrein 3037 van de schrijver Wim van Helden speelt de fictieve MP3037 een hoofdrol.