Nassau-Hadamar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nassau-Hadamar is een tak van het Huis Nassau die twee keer voorkwam. De eerste tak Nassau-Hadamar Siegen ontstond in 1290, toen de zonen van Otto I van Nassau (die Nassau sinds Otto's dood in 1289 gezamenlijk hadden bestuurd) het gebied opdeelden in drie delen: Nassau-Siegen, Nassau-Hadamar en Nassau-Dillenburg. Nassau-Hadamar ging in 1394 op in de tak Nassau-Dillenburg.

Het graafschap Nassau-Hadamar van 1606 tot 1711[bewerken]

De tweede tak Nassau-Hadamar ontstond na het overlijden van Jan van Nassau (1535-1606). Het graafschap Nassau-Dillenburg wordt dan verdeeld onder zijn vijf zonen, waarbij Johan Lodewijk het graafschap Hadamar erft. Zo ontstaat er weer een huis Nassau-Hadamar. Het graafschap behoorde tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits.

In 1643 verkoopt de graaf de heerlijkheid Esterau met de voogdij Isselbach en Eppenrod aan veldmaarschalk Peter Melander. Hieruit ontstaat het rijksgraafschap Holzappel. Op 8 januari 1650 wordt Johan Lodewijk tot rijksvorst verheven.

Het graafschap Hadamar na 1711[bewerken]

In 1711 sterft Nassau-Hadamar uit met Frans Alexander, waarna het graafschap aan de gezamenlijke takken Nassau-Siegen, Nassau-Dillenburg en Nassau-Dietz valt. van 1711 tot 1739 treedt vorst Christiaan van Nassau-Dillenburg op als regent. Na 1743 wordt het bestuurd als een ambt binnen het herenigde vorstendom.

De Rijnbondakte van 12 juli 1806 stelt het graafschap Hadamar onder de soevereiniteit van het groothertogdom Berg: de mediatisering. In 1808 verliest de prins van Oranje ook de laatste rechten wegen zijn verzet tegen Napoleon. Na de nederlagen van Napoleon kan de prins van Oranje het land in 1813 weer in bezit nemen. In het verdrag van 31 mei 1815 staat hij echter al zijn Duitse bezittingen af aan het koninkrijk Pruisen. Pruisen staat het voormalige vorstendom Hadamar nog dezelfde dag af aan het hertogdom Nassau.

Gebied van het graafschap[bewerken]

Het vorstendom Hadamar bestond uit de ambten Hadamar, Rennerod, Mengerskirchen (sinds 1621) en Ellar. Bij de opdeling van de heerlijkheid Beilstein in 1782 werd het ambt Mengerskirchen uitgebreid met de parochies Nenderoth en Niedershausen.

Literatuur:

A.J. Weidenbach: Nassauische Territorien (1870).

Regenten[bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1606-1653 Johan Lodewijk 2-8-1590 10-3-1653
1653-1679 Maurits Hendrik 24-4-1626 24-1-1679 zoon
1679-1711 Frans Alexander 27-1-1674 27-5-1711 zoon
1711-1739 Christiaan van Nassau-Dillenburg (regent)