Nootmuskaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Muskaatnoten en nootmuskaatolie
Vruchten (rijp en onrijp) en zaden van de muskaatboom. Het rijpe zaad bestaat uit (van binnen naar buiten) het bruine kiemwit (de muskaatnoot), een zwarte zaadhuid (de dop), en een rode zaadrok (in gedroogde vorm de specerij foelie).

Nootmuskaat is een specerij afkomstig van de muskaatboom (Myristica fragrans), die in regenrijke tropische kustgebieden gekweekt wordt. De muskaatnoot is ovaal van vorm en ongeveer twee en een halve centimeter lang. De muskaatnoot is zeer hard: in de keuken wordt de muskaatnoot daarom alleen in geraspte vorm (nootmuskaat) gebruikt. Er is fabrieksmatig gemalen nootmuskaat op de markt, maar men kan muskaatnoten kopen en die zelf met een nootmuskaatrasp raspen. Het woord nootmuskaat is een verbastering van het Latijnse "nuces moschatae", hetgeen "naar muskus ruikende noten" betekent.

In de levensmiddelenindustrie gebruikt men liever de olie dan nootmuskaatpoeder, omdat die haar smaak langer vasthoudt, gemakkelijker doseerbaar is en daarenboven geen risico op vergiftiging met aflatoxine meebrengt. Deze giftige stof komt voort uit een schimmel in tropisch gebied die de muskaatboom kan aantasten.

Toepassing[bewerken]

Nootmuskaat wordt traditioneel gebruikt bij gekookte sperziebonen, bloemkool, spruitjes, spinazie of asperges. Men gebruikt het ook in bereiding van aardappelpuree en in kaassaus. Ten slotte wordt nootmuskaat, naast kaneel, ook veel gebruikt in koek en gebak, met name in speculaas. Door de sterke smaak is een kleine hoeveelheid al voldoende.

Productie[bewerken]

De muskaatnoot is de gedroogde pit van de vlezige, okergele, abrikoosachtige vrucht. De pit wordt door een harde bast omgeven: na het drogen in de zon barst de bast en komt de muskaatnoot met de zaadrok vrij. De zaadmantel (zaadrok), die om de muskaatnoot heen zit, wordt ook gedroogd en wordt onder de naam foelie eveneens in de keuken gebruikt. Na het drogen van de vrucht en de noten wordt de muskaatnoot bepoederd met kalk. Dit dient om aantasting door insecten te voorkomen.

De belangrijkste productiecentra voor nootmuskaat zijn Indonesië en Grenada, die respectievelijk 75%[1] en 20% van de nootmuskaat verbouwen.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Nootmuskaatoogst op Banda

Nootmuskaat wordt al sinds de 16e eeuw gebruikt in Europese keukens, maar was rond 1480 al bekend,[3] zoals blijkt uit het uit het Getijdenboek van Filips van Kleef.

. In die tijd werden muskaatnoten vooral door de Portugezen verhandeld. In de 17e eeuw veroverde de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) het monopolie op de handel in deze specerij. In 1621 organiseerde de gouverneur-generaal van de VOC, Jan Pieterszoon Coen, een strafexpeditie tegen de Banda-eilanden omdat de bewoners, tegen het verbod van de VOC in, muskaatnoten bleven verkopen aan Portugezen en Britten. De eilanden vormden destijds de enige plaats ter wereld waar deze gezochte specerij voorkwam, wie Banda bezat, had het monopolie. Coen arriveerde op de eilanden met 2000 man, waarna hij bijna de gehele bevolking van het eiland Lonthor liet uitmoorden om de teelt en handel van de muskaatnoot voor de VOC veilig te stellen. De teelt werd overgenomen door Europese 'perkeniers' die slaven hielden om het werk te doen.

Hallucinogene en toxische werking[bewerken]

In een lage dosis geeft nootmuskaat geen merkbare psychische of neurologische effecten. Bovenmatig gebruik van nootmuskaat kan hallucinaties veroorzaken. Men vermoedt dat dit berust op een omzetting in het lichaam van myristicine naar MMDA (3-methoxy-4,5-methylenedioxyamphetamine). Excessief gebruik van de werkzame stof myristicine kan gevaarlijk zijn. Bij volwassenen leidt inname van ca. 5 gram of meer van de geraspte noot al tot duidelijke klinische symptomen (buikpijn, braken, duizeligheid, onrust en bewustzijnsveranderingen). Myristicine is beschreven als een sterk hallucinogeen.

Verder bevat de olie van de muskaatnoot etherische oliën die precursors (chemische voorlopers) zijn voor de geestverruimende middelen safrol, MDMA, elemicine en mescaline. Safrol en het ook in nootmuskaat voorkomende methyleugenol blijken bij dierproeven en ander onderzoek mutageen te zijn en daardoor mogelijk kankerverwekkend.

Gebruik als recreatieve drug[bewerken]

Het gebruik van nootmuskaat als recreatieve drug is niet populair vanwege de sterk bittere smaak. Het heeft ook veel ongewenste neveneffecten zoals duizeligheid, blozen, droge mond, hartkloppingen, constipatie, moeite met plassen, misselijkheid en paniekaanvallen. Een ander nadeel is de lengte van de toxische reactie die meer dan 24 uur, maar soms zelfs meer dan 48 uur kan duren.

Er zijn bronnen bekend waarbij de effecten van nootmuskaat worden vergeleken met die van MDMA (ecstasy). In zijn autobiografie beschrijft Malcolm X incidenteel gebruik van nootmuskaat onder gevangenen. Dit wordt dan verdund met water ingenomen om een effect als dronkenschap te verkrijgen. De bewakers ontdekten deze praktijken en verboden uiteindelijk het gebruik ervan in de gevangenis. William S. Burroughs beschreef in het nawoord van Naked Lunch dat het gebruik van nootmuskaat te vergelijken is met dat van marihuana met als verschil dat het misselijkheid kan veroorzaken in plaats van verhelpen.

Gebruik bij zwangerschap[bewerken]

Nootmuskaat werd ooit beschouwd als middel dat spontane abortus teweeg kan brengen, maar is bij normaal gebruik in de keuken veilig tijdens de zwangerschap. Wel remt het de prostaglandineproductie en bevat het hallucinogenen die de foetus kunnen beschadigen bij gebruik in grote hoeveelheden.

Galerij[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Commodityonline :: Indonesia remains world’s top nutmeg producer (en)
  2. FAO :: Nutmeg and mace - world overview (en)
  3. (nl) Getijdenboek Philips van Kleef. Twee pagina's met afbeeldingen van kaneel, nootmuskaat en kruidnagelen .