Naar inhoud springen

Pinus longaeva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pinus longaeva
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2011)
Pinus longaeva
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Naaktzadigen
Orde:Coniferales
Familie:Pinaceae (dennenfamilie)
Geslacht:Pinus (den)
Soort
Pinus longaeva
D.K.Bailey (1971)
Verspreidingsgebied
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Pinus longaeva op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Pinus longaeva (langlevende den) is een soort uit de dennenfamilie (Pinaceae) die voorkomt in de hoge berggebieden in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Pinus longaeva staat plaatselijk bekend als de Great Basin bristlecone pine, Intermountain bristlecone pine of Western bristlecone pine. Het is samen met stoppelden (Pinus aristata) en vossenstaartden (Pinus balfouriana) een van drie verwante soorten bristlecone pines, en in het Nederlands wordt ze vaak bristlecone-den genoemd.

Het betreft een groenblijvende, boom- of struikvormende conifeer die zeer oud kan worden. Een naamloos exemplaar van bristlecone-den in het Inyo National Forest is meer dan 5.000 jaar oud en is daarmee de oudste individuele boom die geen kloon is. Tot voor 2012, toen die boom werd ontdekt, werd Methuselah (4.847 jaar oud), in hetzelfde bos, de oudste individuele boom geacht. De exacte locatie van beide bomen wordt geheimgehouden. De bomen op de nattere noordhellingen van de White Mountains groeien recht en gelijkmatig, en sterven uiteindelijk tussen de 1000 en 1500 jaar aan houtrot.

Het is een middelgrote, groenblijvende boom die 5 tot 15 meter hoog wordt en een stamdiameter heeft van 2,5 tot 3,6 meter. De bast is helder oranjegeel, dun en schilferig aan de voet van de stam. De naalden staan in bundels van vijf, zijn stevig, 2,5 tot 4 cm lang, diepgroen tot blauwgroen aan de buitenkant, met huidmondjes die zich beperken tot een helderwitte band aan de binnenkant. De naalden hebben van alle planten een van de langste levensduur, sommige blijven wel 45 jaar groen.[2]

De kegels zijn eivormig-cilindrisch, 5 tot 10 cm lang en 3 tot 4 cm breed in gesloten toestand, aanvankelijk groen of paars, rijpend tot oranje-beige na 16 maanden, met talrijke dunne, fragiele schubben, elke schub met een borstelachtige stekel van 2 tot 5 mm lang. De open kegels zijn 4 tot 6 cm breed wanneer ze rijp zijn, waarbij de pitten direct na het openen vrijkomen. De pitten zijn 5 mm lang, met een vleugel van 12 tot 22 mm; Ze worden voornamelijk door de wind verspreid, maar sommige worden ook verspreid door de grijze notenkraker.

Deze oeroude bomen hebben een knoestig en gedrongen uiterlijk, vooral die op grote hoogte groeien,[3] en een roodbruine schors met diepe spleten.[4] Naarmate de boom ouder wordt, kan een groot deel van zijn cambiumlaag afsterven. Bij zeer oude exemplaren verbindt vaak slechts een smalle strook levend weefsel de wortels met een handvol levende takken.[5]

Pinus longaeva verschilt van de stoppelden doordat de naalden van de eerstgenoemde altijd twee ononderbroken harskanalen hebben, waardoor de karakteristieke kleine witte harsvlekjes die op de naalden van de laatstgenoemde voorkomen, ontbreken. De Great Basin-borstelden verschilt van de vossenstaartden doordat de kegelborstels van de eerstgenoemde meer dan 2 mm lang zijn en de kegels een meer afgeronde (niet kegelvormige) basis hebben. De groene dennennaalden geven de gedraaide takken een borstelachtig uiterlijk. De naam bristlecone pine verwijst naar de donkerpaarse vrouwelijke kegels die naar binnen gebogen stekels aan hun uiteinde hebben.[6]

Zie de categorie Pinus longaeva van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.