Rode en groene werkwoordsvolgorde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De rode en groene werkwoordsvolgorde zijn benamingen voor de volgorde van de werkwoordelijke eindgroep (het voltooid deelwoord en/of de infinitief) en de persoonsvorm in Nederlandse bijzinnen. Bij de rode volgorde komt de eindgroep na de persoonsvorm, terwijl de groene volgorde de eindgroep vóór de persoonsvorm plaatst.

Rode volgorde Groene volgorde
Persoonvorm - voltooid deelwoord Voltooid deelwoord - persoonvorm
Dat is de afstand, die door mij is gelopen. Dat is de afstand, die door mij gelopen is.
Ik vind dat dit moet worden uitgelegd. Ik vind dat dit uitgelegd moet worden.
Ik denk dat hij wil drinken. Ik denk dat hij drinken wil.

De benamingen rood en groen zijn afkomstig van een dialectonderzoek uit 1953, uitgevoerd door de dialectologe Anita Pauwels, waarbij de gebieden op de kaart rood en groen werden ingekleurd. Dit onderzoek is later herhaald.[1]

De rode werkwoordsvolgorde is de meest voorkomende volgorde in geschreven Nederlands.[2] De rode volgorde bleek het meest voor te komen in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant. De groene volgorde blijkt vooral te worden gebruikt in het noordoosten van het Nederlandse taalgebied (Groningen en Drenthe) en in het zuidwesten daarvan (West- en Oost-Vlaanderen).[1]

Vergelijking met het Duits[bewerken]

In het Duits is enkel de groene volgorde correct:

  • Ich finde, dass dies erklärt werden soll.

Noten[bewerken]

  1. a b A. Pauwels: De plaats van hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin, Leuven 1953
  2. http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/de-afstand-die-is-gelopen-gelopen-is

Bronnen[bewerken]