Samenstelling Tweede Kamer 1913-1917

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1913-1917 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 17 juni 1913. De zittingsperiode ging in op 16 september 1913 en eindigde op 26 juni 1917.

Nederland was verdeeld in 100 kiesdistricten, waarin 100 Tweede Kamerleden werden verkozen. Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Gekozen bij de verkiezingen van 17 en 25 juni 1913[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen (25 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberale Unie (21 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

SDAP (16 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

ARP (11 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Vrije Liberalen (10 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

CHU (9 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

VDB (7 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijk c.h. (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 47 kiesdistricten was een tweede verkiezingsronde nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd gehouden op 25 juni 1913.
  • Hendrik Spiekman (SDAP) werd in de twee stemronde verkozen in drie kiesdistricten, Hoogezand, Rotterdam I en Rotterdam II. Hij opteerde voor Rotterdam II, als gevolg hiervan werden in Rotterdam I en Hoogezand. De naverkiezingen in Rotterdam I vonden plaats op 1 en 8 augustus 1913, in de tweede stemronde van die verkiezing werd Bartholomeus Gerretson (CHU) verkozen. Bij de naverkiezing in Hoogezand op 4 augustus 1913 werd Pieter Rink (Liberale Unie) verkozen.
  • Maup Mendels (SDAP) werd in de twee stemronde verkozen in twee kiesdistricten, Amsterdam II en Schoterland. Hij opteerde voor Schoterland, als gevolg hiervan werden op 22 en 29 juli dat jaar naverkiezingen gehouden in Amsterdam II. In de tweede stemronde van die naverkiezing werd Adriaan Gerhard verkozen.
  • Dirk Bos (VDB) werd in de tweede stemronde verkozen in twee kiesdistricten, Groningen en Winschoten. Hij opteerde voor Winschoten, als gevolg hiervan vond op 13 augustus dat jaar een naverkiezing plaats in Groningen, waarbij Joseph Limburg werd verkozen.
  • Willem Hendrik de Beaufort (Vrije Liberalen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Amsterdam VI en in de tweede stemronde ook in Amersfoort. Hij opteerde voor Amersfoort, als gevolg hiervan vonden op 22 en 29 juli dat jaar naverkiezingen plaats in Amsterdam IV. In de tweede stemronde van die naverkiezing werd Boudewijn Nierstrasz verkozen.
  • Pieter Jelles Troelstra (SDAP) werd verkozen in twee kiesdistricten, Amsterdam III en in de tweede stemronde ook in Leeuwarden. Hij opteerde voor Leeuwarden, als gevolg hiervan werd op 24 juli dat jaar een naverkiezing gehouden in Amsterdam III, waarbij Henri Polak werd verkozen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1913[bewerken | brontekst bewerken]

  • 17 september: Hendrik Goeman Borgesius nam ontslag als voorzitter van de Kamerclub van de Liberale Unie vanwege zijn verkiezing tot voorzitter van de Tweede Kamer. Hij werd op 22 september dat jaar opgevolgd door Theo de Meester.
  • 4 november: Henri Polak (SDAP) nam ontslag vanwege zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Daarom vonden op 4 en 11 november dat jaar tussentijdse verkiezingen plaats in Amsterdam III. In de tweede stemronde van die verkiezing werd Pieter Otto (Liberale Unie) verkozen als zijn opvolger, hij werd op 29 november 1913 geïnstalleerd.
  • 9 december: Johan Hendrik Lasonder (Liberale Unie) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Als gevolg hiervan werden op 7 en 14 januari 1914 tussentijdse verkiezingen gehouden in Rotterdam III. In de tweede stemronde van die verkiezing werd Bernardus Dirks Eerdmans verkozen als zijn opvolger, hij werd op 17 maart dat jaar geïnstalleerd.

1914[bewerken | brontekst bewerken]

  • 16 mei: Otto Jacob Eifelanus van Wassenaer van Catwijck (CHU) nam ontslag vanwege zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Bij een tussentijdse verkiezing op 12 juni dat jaar in Katwijk werd Johannes Theodoor de Visser verkozen als zijn opvolger, hij werd op 24 juni 1914 geïnstalleerd.
  • 1 november: Max Bongaerts (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot ingenieur Eerste Klasse bij de Rijkswaterstaat. Bij een tussentijdse verkiezing op 17 november dat jaar in Roermond werd Bongaerts herkozen, waarna hij op 24 november 1914 werd geïnstalleerd.

1915[bewerken | brontekst bewerken]

  • 21 juli: Pieter Jelles Troelstra nam wegens gezondheidsredenen tijdelijk ontslag als fractievoorzitter van SDAP. Deze functie werd waargenomen door Jan Schaper, tot Troelstra op 16 september 1916 opnieuw fractievoorzitter werd.
  • 27 september: Conrad Theodor van Deventer (VDB) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 14 oktober dat jaar in Assen werd Willem Otto Adriaan Koster verkozen als zijn opvolger, hij werd op 9 november 1915 geïnstalleerd.
  • 1 oktober: Willem Vliegen (SDAP) nam ontslag om zich op zijn functie van wethouder van Amsterdam te concentreren. Bij een tussentijdse verkiezing op 28 oktober dat jaar in Amsterdam IX werd Jan van den Tempel verkozen als zijn opvolger, hij werd op 10 november 1915 geïnstalleerd.
  • 29 november: Octaaf van Nispen tot Sevenaer (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot gezant bij de paus. Bij een tussentijdse verkiezing in Nijmegen op 4 januari 1916 werd Maximilien Joseph Caspar Marie Kolkman verkozen als zijn opvolger, hij werd op 25 januari dat jaar geïnstalleerd.
  • 30 december: Frederik Willem Nicolaas Hugenholtz (SDAP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot reclasseringsambtenaar in 's-Gravenhage. Bij een tussentijdse verkiezing op 13 januari 1916 in Weststellingwerf werd Hugenholtz herkozen, waarna hij op 25 januari dat jaar werd geïnstalleerd.

1916[bewerken | brontekst bewerken]

  • 27 januari: Frederik van Bylandt (CHU) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 29 februari dat jaar in Apeldoorn werd Johan Reinhardt Snoeck Henkemans verkozen als zijn opvolger, hij werd op 14 maart 1916 geïnstalleerd.
  • 21 maart: Victor de Stuers (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) overleed. Daarom werden op 27 april en 4 mei dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Weert. In de tweede stemronde van die verkiezing werd Henri van Groenendael verkozen, die op 12 mei 1916 werd geïnstalleerd.
  • 6 mei: Dirk Bos (VDB) overleed. Hij werd als fractievoorzitter van de VDB op 16 mei dat jaar opgevolgd door Henri Marchant. Bij een tussentijdse verkiezing op 17 juni dat jaar in Winschoten werd Eeltjo van Beresteyn verkozen als zijn opvolger in de Tweede Kamer, hij werd op 28 juni 1916 geïnstalleerd.
  • 21 juni: Theodorus Johannes Antonius Duynstee (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot vicepresident van het Gerechtshof van 's-Gravenhage. Bij een tussentijdse verkiezing op 18 juli dat jaar in Druten werd Duynstee herkozen, waarna hij op 27 juli 1916 werd geïnstalleerd.
  • 21 juni: Piet Aalberse (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft. Bij een tussentijdse verkiezing op 2 augustus dat jaar in Almelo werd Arnold Engels gekozen als zijn opvolger, hij werd op 20 september 1916 geïnstalleerd.
  • 1 augustus: Isaäc Burchard Diederik van den Berch van Heemstede (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing in Oosterhout op 29 augustus dat jaar werd Augustinus Bernardus Gijsbertus Maria van Rijckevorsel verkozen als zijn opvolger, hij werd op 28 september 1916 geïnstalleerd.
  • 21 september: Manta Meindert Schim van der Loeff (Liberale Unie) nam ontslag omdat hij een functie kreeg bij de uitvoering van de Distributiewet. Bij een tussentijdse verkiezing op 11 oktober dat jaar in Dordrecht werd Pieter Johannes de Kanter verkozen als zijn opvolger, hij werd op 24 oktober 1916 geïnstalleerd.
  • 4 november: Franciscus Hubertus van Wichen (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn verkiezing tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Bij een tussentijdse verkiezing op 2 december dat jaar in Haarlemmermeer werd Jan Bomans verkozen als zijn opvolger, hij werd op 13 december 1916 geïnstalleerd.
  • 4 november: Meinard Tydeman (Vrije Liberalen) overleed. Hij werd als fractievoorzitter van de Vrije Liberalen op 8 november dat jaar opgevolgd door Alibert Cornelis Visser van IJzerdoorn. Bij een tussentijdse verkiezing op 8 december dat jaar in Tiel werd Hendrik Coenraad Dresselhuijs verkozen als zijn opvolger in de Tweede Kamer, hij werd op 14 december 1916 geïnstalleerd.
  • 24 november: Willem Dolk (Liberale Unie) vertrok uit de Tweede Kamer na een veroordeling wegens fraude. Bij een tussentijdse verkiezing op 4 januari 1917 in 's-Gravenhage II werd Jan Willem IJzerman verkozen als zijn opvolger, hij werd op 12 januari dat jaar geïnstalleerd.

1917[bewerken | brontekst bewerken]

  • 10 januari: Joseph Willem Jan Carel Marie van Nispen tot Sevenaer (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 6 februari dat jaar in Rheden werd Josef van Schaik verkozen als zijn opvolger, hij werd op 20 februari 1917 geïnstalleerd.
  • 18 januari: Hendrik Goeman Borgesius (Liberale Unie) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 28 februari dat jaar in Emmen werd Johannes Sibinga Mulder verkozen als zijn opvolger, hij werd op 13 maart 1917 geïnstalleerd.
  • 25 februari: Antonius van Wijnbergen (Algemeene Bond der RK-kiesverenigingen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Centrale Raad van Beroep. Bij een tussentijdse verkiezing op 13 maart dat jaar in Elst werd van Wijnbergen herkozen, waarna hij op 20 maart 1917 werd geïnstalleerd.
  • 1 maart: Gerard Anton van Hamel (Liberale Unie) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 3 april dat jaar in Amsterdam IV werd Joost Adriaan van Hamel verkozen als zijn opvolger, hij werd op 25 april 1917 geïnstalleerd.
  • 30 maart: Theo de Meester (Liberale Unie) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Hij werd als voorzitter van de Kamerclub van de Liberale Unie op 24 april dat jaar opgevolgd door Eduard Ellis van Raalte. Op 15 en 22 mei 1917 werden tussentijdse verkiezingen gehouden in Den Helder, in de tweede stemronde van die verkiezing werd Pieter Oud (VDB) verkozen als opvolger van de Meester. Oud werd echter niet meer formeel geïnstalleerd, in verband met de ontbinding van de Tweede Kamer.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]