Simon Marmion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Guillaume de Filastre biedt de 'Grandes Chroniques de France' aan aan Filips de Goede

Simon Marmion (Amiens, ca. 1425 - Valencijn, 1489) is een schilder en miniaturist uit Amiens in Picardië, dat na de dood van Maria van Bourgondië en de Bourgondische Successieoorlog terug bij Frankrijk werd aangehecht. Door de poëet Jean Lemaire de Belges (1473 - na 1515) werd hij de Prins der Verluchters genoemd, maar hij was een artiest die zowel met olie op paneel werkte als met tempera op perkament.

In Amiens[bewerken]

Hij was een zoon van Jan Marmion, die te Amiens werkzaam was van 1426 tot 1449 als schilder en beeldsnijder, Simon assisteerde zijn vader nog in 1449.[1] Zijn broer Mille, ook schilder, kreeg onder andere opdrachten voor het stadhuis van Amiens en was in 1469 vrijmeester in Doornik waar hij zich vestigde in 1473.

Simon werkte in Amiens tussen 1449 en 1458 en kreeg verschillende belangrijke opdrachten van de stad Amiens, waaronder in 1454 een Calvarie voor de gerechtszaal in het stadhuis. Datzelfde jaar werd hij door Filips de Goede ingehuurd voor de decoraties die moesten gemaakt worden voor het Banket van de Fazant in Rijsel.[1]

Ca. 1455 schilderde Marmion een uitzonderlijke voorstelling van Adam en Eva[1] in het aards paradijs, in het 'Livre des sept âges du monde', geschreven in Bergen in het atelier van Jacquemart Pilavaine en bewaard in de Koninklijke Bibliotheek van België, ms. 9047 (folio 1 verso). Deze miniatuur is uitgewerkt als een diep en realistisch landschap met verschillende dieren; rond de hemel met de tronende Godheid ontwikkelen zich de zeven sferen met de planeten.[2]

Simon Marmion, Bewening van Christus, 1468. The Metropolitan Museum of Art, New York.

In Valencijn[bewerken]

In 1458 was hij gevestigd in het Henegouwse Valencijn, waar hij tot zijn dood werkzaam bleef en in 1462 speelde hij een rol bij de stichting van de Broederschap van Sint Lucas. Het jaar daarop in 1463 schilderde hij de retabel voor de kapel van het schildersgilde. Datzelfde jaar kreeg hij een opdracht voor het polychromeren van een beeld van de heilige Maagd, bestemd voor de kathedraal van Kamerijk.[1] Omstreeks dezelfde tijd schilderde hij een portret van Karel de Stoute, toen nog de graaf van Charolais met zijn echtgenote.[3]

Hij huwde te Valencijn met Jeanne de Quaroube, de dochter van een welgestelde burger van Valencijn in 1465.[4] Na zijn overlijden huwde zij met de Brugse schilder Jan Provoost. Het paar had een dochter Marie die zoals haar vader door Jean Lemaire de Belges als miniaturiste werd geprezen.[1]

In 1467 kreeg hij een opdracht van Filips de Goede voor een breviarium met 59 miniaturen en twaalf kalendervignetten zoals blijkt uit de hertogelijke rekeningen. Na de dood van Filips werkte hij het handschrift af voor diens opvolger Karel de Stoute, het bevatte 624 bladen, 105 miniaturen en 2500 initialen. Dit brevier is verloren gegaan, maar twee folia worden momenteel bewaard in een privé verzameling.[5] In 1468 sluit hij aan bij het schildersgilde van Doornik maar er zijn geen documenten die aantonen dat hij daar ook verbleef. Simon Marmion stierf op kerstdag van 1489.

Zijn werk als miniaturist is vrij goed gedocumenteerd, zijn werk als schilder is dat veel minder. Vrij algemeen wordt aanvaard dat hij twee vleugels van de retabel voor de Sint-Bertijnsabdij in Sint-Omaars schilderde dat afgewerkt werd en geplaatst in 1459. Deze retabel werd besteld door Willem de Fillastre de bisschop van Doornik, Toul en Verdun, hoveling van de herogen van Bourgondië en kanselier van de Orde van het Gulden Vlies. Het origineel zes meter brede werk, met in het midden taferelen met zilveren beelden, is nu verdeeld over twee musea: the National Gallery in Londen en de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen zu Berlin te Berlijn. Tijdens de Franse revolutie werd het zilver gesmolten en de vleugels geschilderd door Marmion werden verkocht.

Simon Marmion, Linkervleugel van de retabel van Sint Bertijn,  Gemäldegalerie, Berlin
Simon Marmion, Linkervleugel van de retabel van Sint Bertijn,
Gemäldegalerie, Berlin
Simon Marmion, Linkervleugel van de retabel van Sint Bertijn,  Gemäldegalerie, Berlin.
Simon Marmion, Linkervleugel van de retabel van Sint Bertijn,
Gemäldegalerie, Berlin.

Voor dezelfde opdrachtgever maakte hij de Grandes Chroniques de France, een werk dat zich nu in Sint Petersburg in de Nationale Biblotheek van Rusland bevindt als Ms. Erm 88. De Fleurs des Histoires in de Koninklijke Bibliotheek van België (MS. 931-932) werd ook verlucht in opdracht van Fillastre als een geschenk voor Filips de Goede.

Voor Margaretha van York schilderde hij in 1468[6] een Bewening van Christus ter gelegenheid van haar huwelijk met Karel de Stoute. Daarnaast verluchtte Simon voor Margaretha in 1475 Les Visions du chevalier Tondal,[7] La Vision de l’âme de Guy de Thurno [8] en waarschijnlijk ook een handschrift L’Histoire de madame sainte Katherine, dat zich nu in een privé collectie bevindt.[1]

Simon Marmion, David in Gebed, los folium uit een getijdenboek[9] bij het begin van de Boetepsalmen, British Library.

Miniaturen van hem zijn ook te vinden in het getijdenboek The Huth Hours (ca. 1480), bewaard in de British Library, met 24 volbladminiaturen en 74 kleinere. Ook in het La flora getijdenboek (Napels) verzorgde hij 22 volbladminiaturen. Daarnaast werkte hij mee aan de Berlaymont-getijden[10] met een miniatuur van Lucas die de Heilige Maagd schildert

Schilder en miniaturist[bewerken]

Marmion was een van de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd, wat bevestigd wordt door de lof die hem onder andere door tijdgenoten werd toegezwaaid (onder andere Jean Lemaire de Belges en Louis de la Fontaine) en na zijn dood ook door onder andere kanunnik Jean Molinet (+1507), Lodovico Guicciardini en Johannes Molanus. In zijn werken van de Valencijn-periode is duidelijk de invloed van Hugo van der Goes, Joos van Wassenhoven en Dirk Bouts te herkennen. De Bewening bijvoorbeeld doet in zijn compositie, landschap en architecturale elementen sterk denken aan de afbeelding met Abraham en Melchisedech, het rechter bovenpaneel van de triptiek van Het Heilig Sacramment van Dirk Bouts.

Als miniaturist werkte hij samen met de bekende Vlaamse meesters van zijn tijd zoals de Weense meester van Maria van Bourgondië, Lieven van Lathem, de Meester van de Houghton Miniaturen en de Meester van het gebedenboek van Dresden. Marmion was een van de grondleggers van de Gent-Brugse stijl. Zijn oeuvre toont dat hij het werk van de Vlaamse Primitieven perfect kende en de techniek beheerste. Dit kan men zien in zijn meesterlijke voorstelling van licht en ruimte in het landschap en de afbeelding van de emoties van zijn personages via het gebruik van een gans gamma van tinten bij het modelleren van de gezichten. Ook bij het schilderen van de textuur van stoffen en de details van kleding blijkt zijn kennis van het werk van zijn illustere voorgangers, de Gebroeders van Eyck en Hugo van der Goes.

Opvallend is dat Marmion bij zijn schilderwerk dezelfde technieken gebruikt als bij de miniatuurschildering. Zo blijkt bij analyse van de retabel van Sint Bertijn dat de modellering van de schaduwpartijen van de aangezichten en de plooien van de kleding niet gebaseerd is op de ondertekening op de panelen, maar zoals bij miniaturen bereikt wordt met opgeschilderde lagen in variërende tinten. Ook het palet van Marmion is zeer gelijklopend in zijn miniaturen en schilderijen op paneel.[11] Voor de modellen voor zijn schilderwerk in olie op paneel grijpt Marmion terug op voorbeelden uit miniaturen. Een Gegoriusmis die zich nu bevindt in de Art Gallery of Ontario in Toronto (Inv. 79/121) gaat terug op miniaturen in handschriften die in Amiens geproduceerd werden in de jaren 1480 toen Marmion daar werkte. [12] Marmion is duidelijk een van de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie die dankzij zijn dubbele activiteit als schilder en als miniaturist, de miniatuurkunst naar een hoger niveau tilde.

Bronnen
  • Thomas Kren, Scot McKendrick, Illuminating the Renaissance: The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe, 2003, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles.
  • M. Smeyers, Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw - De middeleeuwse wereld op perkament, Davidsfonds - Leuven, 1998, blz. 330 en 338-341.
  • S. Hindman, The Case of Simon Marmion. Attributions and Documents, in: Zeitschrift für Kunstgeschichte, 40, 1977, blz. 185-204.
  • G. Dogaer, Flemisch Miniature Painting in the 15th and 16th centuries, 1987, Amsterdam, blz. 51-56/The Master of the St. Bertin Altarpiece/Simon Marmion? (School).
  • R. Grosshans, Simon Marmion. Das Retabel von Saint-Bertin zu Saint-Omer. Zur Rekonstruktion und Entstehungsgeschichte des Altars, in Jahrbuch der Berliner Museen, 33, 1991, p. 63-98 (p. 97).
Referenties
  1. a b c d e Thomas Kren, Scot McKendrick, Illuminating the Renaissance: The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe, 2003, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles, p. 98.
  2. De Eva van deze miniatuur werd gebruikt als uithangbord voor de grote tentoonstelling van de Vlaamse Miniaturen die plaats had in het laatste trimester van 2011.
  3. Volgens Hénault Isabella van Bourbon, volgens Châtelet Margaretha van York, zie nota 1 in Thomas Kren, Scot McKendrick, 2003, p. 98.
  4. Edith Warren Hoffman, Simon Marmion, Pf.D.diss., Courtauld Institute, Londen 1958.
  5. Thomas Kren, Scot McKendrick, 2003, p. 105.
  6. 1468, het jaar van het huwelijk, is eigenlijk een terminus post quem omdat op de achterzijde de wapens van Margareta en Karel zijn afgebeeld samen met de dooreengevlochten initialen van hun naam. De opdracht is dus in 1468 of later gegeven.
  7. Los Angeles, J. Paul Getty Museum, Ms. 30.
  8. Los Angeles, J. Paul Getty Museum, Ms. 31.
  9. Het originele getijdenboek waaruit alle miniaturen zijn verdwenen is het getijdenboek van Władysław IV Vasa, dat bewaard wordt in de Biblioteka Czartoryskick in Kraków als Ms. Czart 2945 II.
  10. San Marino, The Huntingthon Librart, HM 117.
  11. Maryan W. Ainsworth, New Observations on the Working Technique in Simon Marmion’s Panel Paintings, in: Margaret of York, Simon Marmion and The Visions of Tondal ed. T. Kren, Malibu 1992, pp. 243-256.
  12. Thomas Kren, Scot McKendrick, 2003, p. 102.