Sivapithecus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sivapithecus
Sivapithecus indicus
Sivapithecus indicus
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Hominidae (Mensachtigen)
Onderfamilie:Ponginae
Geslachtengroep:Sivapithecini
Geslacht
Sivapithecus
Pilgrim, 1910
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sivapithecus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Sivapithecus is een geslacht van uitgestorven primaten. Sinds de 19e eeuw zijn in de Siwalik Hills in het huidige India en Pakistan fossiele resten van leden van dit geslacht gevonden en gedateerd op laat-Miocene ouderdom; 12,5 tot 8,5 miljoen jaar (Ma) oud. Aangenomen wordt dat Sivapithecus een voorouder is van de latere orang-oetans. De naam is afgeleid van de Hindoe-god Shiva omdat de eerste vondsten in India gedaan zijn.

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Op grond van de tanden wordt vermoed dat Sivapithecus vooral vruchten gegeten heeft.

Verwantschap[bewerken | brontekst bewerken]

Sivapithecus zou van vergelijkbare grootte als de moderne chimpansee geweest kunnen zijn, echter het gezicht lijkt meer op dat van een orang-oetan.

In 1982 publiceerde David Pilbeam een belangrijke vondst bestaande uit een groot deel van het gezicht en kaak van een Sivapithecus. Deze resten toonden sterke gelijkenis met schedels van orang-oetans, wat de theorie dat Sivapithecus gerelateerd was aan deze moderne mensapen ondersteunde.

Soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Tot op heden zijn vier soorten beschreven. Sivapithecus indicus werd door Guy Ellcock Pilgrim in 1910 benoemd. Dit is de typesoort welke is gedateerd op 12,5 - 10,5 Ma oud. S. punjabicus, eveneens door Pilgrim in 1910 benoemd, is wellicht aan S. indicus identiek. S. sivalensis leefde van 9,5 tot 8,5 Ma geleden en in 1988 werd een derde, duidelijk grotere soort beschreven onder de naam S. parvada. Deze soort zou ongeveer 10 Ma geleden geleefd hebben.

Over het aantal soorten bestaat onenigheid. Verschillende vondsten van S. sivalensis en S. indicus werden vaak tot dezelfde soort gerekend. Vondsten uit Turkije die Sivapithecus meteai genoemd werden, zijn later in een eigen geslacht, Ankarapithecus, geplaatst. Verder wordt Ramapithecus door de meeste specialisten tot Sivapithecus gerekend (zie onder).

Een naaste verwant van Sivapithecus zou de uitgestorven reuzenprimaat Gigantopithecus kunnen zijn. Dat zou betekenen dat ook dit geslacht een nauwe verwantschap met de orang-oetan heeft.

Ramapithecus, een jonger synoniem van Sivapithecus?[bewerken | brontekst bewerken]

In 1932 ontdekte George Edward Lewis stukken van een bovenkaaksbeen in het gebied van Siwalik, in het westelijke deel van Nepal aan de oever van de Tenau rivier. Deze benoemde hij als een apart geslacht Ramapithecus met als typesoort Ramapithecus brevirostris, vernoemd naar Rama. De soortaanduiding betekent "de kortsnuit". In 1934 claimde Lewis dat Ramapithecus een voorouder van de moderne mens was, en dat de kaak meer menselijke eigenschappen bezat dan andere op dat ogenblik aan fossiele mensapen toegeschreven exemplaren. Als belangrijkste argumenten hiervoor noemde hij de kleine hoektanden, de grote kiezen, de korte snuit en het parabolische profiel van de tandrij. Lewis' artikel werd onmiddellijk neergesabeld door de gezaghebbende expert Ales Hrdlicka, voornamelijk omdat die West-Azië als oorsprong van de mens zag. Het werd Lewis zelfs onmogelijk gemaakt hier weer op te antwoorden. Teleurgesteld verliet hij de paleoantropologie.

Kaakfragmenten aan Ramapithecus toegewezen

In november 1961 deed Elwyn Simons Lewis' hypothese herleven. Die paste goed bij de toenmalige interpretatie van de oorsprong van de mens. In de jaren zestig van de twintigste eeuw was men van mening dat de splitsing tussen basale mensapen en mensen minstens vijftien miljoen jaar geleden had plaatsgevonden. Pilbeam ondersteunde deze positie. Hij dacht zelfs twintig miljoen jaar oude mensapen als de voorlopers van "Pongidae" te kunnen identificeren zodat de menselijke tak zich wellicht al dertig miljoen jaar geleden had afgesplitst. Een verder argument hiervoor werd gevonden in de dikke emaillagen van de kiezen van Ramapithecus. Daarbij werd de eveneens door Lewis benoemde Bramapithecus, alleen bekend van onderkaken, aan Ramapithecus toegewezen zodat nu het volledige gebit bekend leek. Begin jaren zeventig was het standaard om Ramapithecus als begin van de menselijke tak te noemen. Het dier zou al een begin van cultuur hebben gekend, gezien de kleine hoektanden een meer vreedzaam sociaal leven en een goed vermogen tot manipulatie van voorwerpen. Zelfs werd niet onmogelijk geacht dat het al op de achterpoten liep.

Een eerste inbreuk op dit model werd in 1970 gemaakt door Clifford Jolly die stelde dat de reductie van de hoektanden een gevolg was van een overgang naar zaadeten. De grote tanden zouden een zijdelingse kauwbeweging in de weg hebben gezeten. Simons beklemtoonde hierna dat de grote kiezen van Ramapithecus goed tot het vermalen van zaden in staat waren. Daarna bleek uit een studie naar Kenyapithecus dat zulke mensapen geen parabolische maar meer V-vormige tandrij bezaten. In 1975 en 1976 toonden nieuwe vondsten van een bovenkaak van Ramapithecus aan dat deze soort minder menselijk was dan daarvoor was aangenomen en bevestigden de V-vorm.

De sterkste weerlegging kwam uit het gedurende de jaren zestig en zeventig aanzienlijk verbeterde biochemisch onderzoek naar de overeenkomsten in de structuur van de bloedeiwitten, zoals albumine. De moleculaire klok leek aan te tonen dat de splitsing tussen basale mensapen en de mens ongeveer vijf miljoen jaar geleden had plaatsgevonden. Dit werd door veel paleoantropologen echter niet aanvaard. Als argumenten hiervoor zag men de mogelijkheid dat de mutatiesnelheid van de eiwitten wellicht niet constant was, wat de klok onbetrouwbaar zou maken, alsmede de afwijkende resultaten die de verschillende eiwitten opleverden. Sommige uitkomsten wezen op een ouderdom van de splitsing van slechts tweeënhalf miljoen jaar, wat veel te jong leek.

In 1980 en 1982 werden aanvullende fossielen van Sivapithecus beschreven waaronder specimen GSP 15000 dat het hele gezicht bewaarde. Daaruit bleek duidelijk een verwantschap met de orang-oetans. Omdat Ramapithecus als een nauwe verwant van Sivapithecus werd gezien, plaatste dat ook die vorm op de tak naar de orang-oetans en dus buiten de menselijke tak. Dat werd bevestigd door onderzoek naar de hybridisering van het DNA, dat wees op een splitsing van zeven tot acht miljoen jaar oud. Pilbeam aanvaarde hierna deze resultaten. Ze verklaren ook het dikke tandemail dat met de orang-oetans gedeeld wordt.

Er bleek uiteindelijk nog meer verwantschap met Sivapithecus te bestaan, waardoor men ertoe kwam beide in hetzelfde geslacht te plaatsen. Omdat de naam Sivapithecus ouder is dan Ramapithecus kreeg de eerste naam prioriteit, waardoor de laatste een synoniem van de eerste is geworden. Ramapithecus wordt dan wel gezien als een jonger synoniem van Sivapithecus punjabicus, welke zelf weer het wijfje van S. indicus zou kunnen zijn, met kleinere hoektanden.

Het wordt ook waarschijnlijk geacht dat Sivapithecus zich al vroeg van de tak had afgescheiden die naar de chimpansee, de gorilla en de mens leidt en zich op de tak bevindt leidend tot de orang-oetan.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]