Spijkerbroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spijkerbroek

Een spijkerbroek, ook wel jeans, is een broek die meestal van een blauwe, sterke, gekeperde katoenen stof (denim oftewel spijkerstof) wordt gemaakt, met een soort klinknagels die de zakken verstevigen. Jacob Davis kreeg op 22 mei 1875 een Chinees octrooi op deze bevestigingswijze.

Denim[bewerken]

In 1847 emigreerde Levi Strauss naar de Verenigde Staten. Daar maakte hij stevige broeken voor de goudzoekers in Californië, van zeildoek. Deze broeken vielen erg in de smaak bij de goudzoekers, omdat deze steviger waren dan de gebruikelijke broeken.

Toen Strauss door zijn voorraad zeildoek heen was, stapte hij over op een sterke katoensoort, genaamd 'Serge de Nîmes' (keper uit Nîmes). Deze naam verbasterde al snel tot denim. De broeken hadden echter een probleem met de plekken waar veel spanning op staat: vooral de broekzakken scheurden nog weleens uit. In 1872 kwam de kleermaker Jacob Davis met een oplossing hiervoor: klinknagels. Strauss liet zich overhalen, en gebruikte de klinknagels om de hoeken van de broekzakken te verstevigen. In 1872 vroeg Davis octrooi aan op deze werkwijze, toe te kennen aan hemzelf en Levi Strauss & Company.[1] Het patent werd op 20 mei 1873 toegekend. De broeken die op deze manier gemaakt werden, de taille overalls, hadden een achterzak met het Arcuate Stitching Design, bretels, en een horlogezakje.

De taille overalls werden tot 1920 alleen in San Francisco geproduceerd. In 1920 volgde uitbreiding naar Frankfort (Indiana). In 1965 werden de eerste fabrieken van Levi Strauss & Co. in Europa en Azië gebouwd.

Blue[bewerken]

De stof van spijkerbroeken wordt geweven met een schering die indigo gekleurd is, terwijl de draden van de inslag wit zijn. De blauwe verfsoort die werd gebruikt, heette in het Frans "bleu de Gênes" (vertaald vanuit het Italiaanse "blu di Genova", dus eigenlijk "Genuees blauw"). Het "bleu de Gênes" werd verbasterd tot het huidige "bluejeans", ofwel jeans.

Zakken[bewerken]

Standaard heeft een spijkerbroek vijf zakken, twee aan de achterzijde, en twee steekzakken aan de voorzijde. Aan de rechtervoorzijde zit een klein zakje, waar men vroeger een zakhorloge in bewaarde. Omdat het zakhorloge te veel te lijden had in een gewone steekzak, werd dit kleine zakje daar speciaal voor op de spijkerbroek aangebracht. Daarnaast zitten er ook riemlussen op een spijkerbroek. Ook zitten er 6 rivets (metalen klinknagels die voor de versteviging op de jeans zitten om scheuren te voorkomen, zoals op de riemlussen en de hoeken van de zakken) op.[2]

Verspreiding in Europa[bewerken]

In de Tweede Wereldoorlog droegen Amerikaanse soldaten een aangepast model van de taille-overall. Hierdoor raakte de broek van denim bekend in Europa. In 1959 werden de eerste exemplaren naar Europa geëxporteerd. In 1960 kwam de term "spijkerbroek" of "jeans" in zwang. De jeansbroek wordt sindsdien zowel door heren als door dames veel gedragen. Jeans werden bekend doordat John Wayne ze in cowboyfilms droeg. Andere bekende jeansdragers waren Elvis Presley, James Dean en Marilyn Monroe. De opbouw van de jeans is al wel enkele malen gewijzigd. Zo heeft men bijvoorbeeld in de Eerste Wereldoorlog de ijzeren knoopjes ter hoogte van de jeanszak verwijderd van de broek wegens besparingen. Tegenwoordig bestaan er zowel jeans mét, als zonder die knoopjes.
Jeans hadden een ruig imago. In de jaren zestig werden jeans vooral gedragen door zogenaamde nozems. Die stonden ook wel bekend als 'zondaars in spijkerbroek'. Langzaam is de jeans steeds meer ingeburgerd. Tegenwoordig maken ook de grote modemerken zoals Armani en Versace spijkerbroeken.

Spijkerbroeken in Nederland[bewerken]

In Nederland werd de spijkerbroek pas populair in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In eerste instantie werd de stof alleen gebruikt in werkkleding. De Alkmaarse winkel Vet was een van de eerste die spijkerbroeken verkocht.[3] De eigenaar werd succesvol door te verkopen vanuit een busje waarmee hij langs bedrijven reed. Ook De Rode Winkel in Utrecht begon al vroeg met het verkopen van spijkerbroeken als werkkleding.[4][5]

De populariteit van de spijkerbroek steeg sterk in de jaren zestig. Het kledingstuk werd een protestsymbool voor hippies en een vast onderdeel van de garderobe van nozems.[3] De spijkerbroek was geen werkkleding meer, wat werd ondersteund door reclamecampagnes die lieten zien dat denim een unieke stof is die naar het lichaam vormt.

Sinds de jaren tachtig zijn Nederlandse jeansmerken ontstaan. Scotch & Soda werd in 1985 opgericht, hoewel het merk pas succesvol werd na een overname in 2001.[6][7] In 1989 werd G-Star opgericht, in 1992 Chasin’ en in 1993 Gsus. Ook ontstonden winkelketens als Score Jeans en Open32.

In 2000 deed de non-profit organisatie Solidaridad onderzoek naar de katoenindustrie in Peru dat slechte werkomstandigheden en vervuiling aan het licht bracht. De daaropvolgende behoefte aan duurzaam geproduceerde spijkerbroeken leidde tot de oprichting van Kuyichi in 2001.[8][9]

In 2003 werd het merk Blue Blood gelanceerd, dat inmiddels failliet is,[10] en in 2008 Denham.[11][12]

Zie ook[bewerken]