Wetenschapssociologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sociologie
SNA segment.png

Basisdisciplines
Arbeid · Beleid · Cultuur · Economisch · Godsdienst · Historisch · Kennis · Medisch · Milieu · Niet-Westers · Ontwikkelings · Onderwijs · Politiek · Recht · Ruraal · Sociometrie · Sociale ruimte · Sport · Taal · Urbaan · Verzorging · Wetenschap · Wiskundig

Gerelateerde disciplines
Sociobiologie · Sociale filosofie · Sociale geografie · Sociale psychologie

Gerelateerde onderwerpen
Geschiedenis van de sociologie
Lijst van sociologen
Sociologie van A tot Z

Wetenschapssociologie of "sociologie van de wetenschap" is een tak van de sociologie die zich richt op de sociologische studie van de wetenschap. In het algemeen beschouwt wetenschapssociologie de "wetenschap als sociale activiteit", en in het bijzonder de "sociale condities en sociale effecten van wetenschap, haar sociale structuren en processen".[1] Wetenschapssociologie is verwant aan kennissociologie, wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis.

Thema's[bewerken]

Wetenschapssociologie bestudeert onder meer de manier waarop wetenschappelijke informatie wordt geproduceerd en als geldig wordt erkend, binnen en buiten de wetenschappelijke gemeenschap.[2] Daarnaast houdt de wetenschapssociologie zich bezig met de loopbaanontwikkeling van wetenschappers, hun sociale netwerken, zoals beroepsverenigingen, en de manier waarop zij hun status verwerven.[3] Een ander belangrijk thema is 'waardevrije wetenschap': wat betekent dit en hoe kan wetenschappelijke kennis ontstaan en bestaan zonder dat deze wordt beïnvloed door persoonlijke voorkeur of belangen?[4]

Specifieke thema's die de vooraanstaande wetenschapssocioloog Joseph Ben-David (1975) noemde zijn:[1]

  • De instutionele oorsprong van de moderne wetenschap
  • De institutionele functies, het beloningssysteem van de wetenschap
  • De informele organisatie van de wetenschap
  • De politiek en de sociale verantwoordelijkheid van wetenschap

Ontwikkeling[bewerken]

Binnen de sociologie is er sinds 1945 een groeiende interesse ontstaan in de manier waarop het complex "wetenschap en techniek" zich binnen de moderne samenleving manifesteert. Wederzijdse beïnvloeding van wetenschap en maatschappij was er al in eerdere eeuwen, maar is vooral sinds 1945 in omvang en betekenis toegenomen. Dit zou karakteristiek zijn voor iedere samenleving met een hoge graad van industrialisatie. [5]

In 1939 publiceerde John Desmond Bernal het boek The Social Function of Science, dat kan worden beschouwd als een van de eerste gezaghebbende teksten op het gebied van de wetenschapssociologie. Bernal liet vervolgens in zijn beroemde Science in History uit 1954 zien dat de ontwikkeling van de wetenschap van de afgelopen millennia niet begrepen kan worden zonder deze te verbinden met de maatschappelijke ontwikkeling.

Rond deze tijd startte ook de wetenschapssocioloog Robert K. Merton met zijn onderzoek naar de sociale dimensie van wetenschap. Dit werk was overigens van een heel andere aard dan dat van Bernal. Merton is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar het bestaan van zogenaamde sociale normen binnen de wetenschap. Deze zijn al in de jaren veertig geformuleerd en onder meer beschreven in zijn The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations uit 1973:

  1. communalism (gemeenschappelijkheid): kennis moet openbaar zijn;
  2. universalism (universalisme): kennis moet universeel en persoonsonafhankelijk zijn;
  3. disinterestedness (belangeloosheid): eigen- of groepsbelang mag geen rol spelen;
  4. organized skepticism (georganiseerde scepticisme): voortdurende en openlijke kritiek is nodig.

Een volgende belangrijke bijdrage aan de wetenschapssociologie kwam van de wetenschapshistoricus Thomas Kuhn. Deze liet in zijn The Structure of Scientific Revolutions uit 1962 zien dat fundamentele veranderingen binnen de wetenschap en de erkenning van nieuwe inzichten niet alleen kunnen worden begrepen uit de ontdekkingen en waarnemingen van wetenschappers. Sociale en psychologische factoren spelen een grote rol bij de aanvaarding van nieuwe opvattingen, of zoals Kuhn het noemt, van paradigma's. Kuhn heeft vele aan het eind van de 20e eeuw werkzame wetenschapssociologen geïnspireerd.

Een bekende laat-20e-eeuwse wetenschapssocioloog is Bruno Latour die met zijn wetenschapsantropologie aantoonde dat de praktijk van wetenschappers heel anders is dan hun normen. Zijn bekendste werk is Science in action uit 1987. Daarin laat hij zien dat waar wetenschappers zeggen zich niet met de maatschappij te (willen) bemoeien, zij zich op allerlei manieren, en vaak doelbewust, inspannen om maatschappelijke erkenning te krijgen voor hun kennis en kunde. Andere belangrijke wetenschapssociologen zijn Barry Barnes, David Bloor, Michel Callon en John Law.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Mens & maatschappij

Literatuur[bewerken]

  • John Desmond Bernal (1939). The Social Function of Science, George Routledge & Sons Ltd., London, 1939.
  • John Desmond Bernal (1971), Wetenschap als maatschappelijk proces, in 4 delen (oorspronkelijke titel: Science in History, uit 1954).
  • Thomas Kuhn (1972), De structuur van wetenschappelijke revolutie, Amsterdam Books (oorspronkelijke titel: The structure of scientific revolutions, Chicago: Univ. of Chicago Press, 1962).
  • Bruno Latour (1988), Wetenschap in Actie, Uitgeverij Bert Bakker, 1988 (oorspronkelijk Science in action, 1987).
  • Robert K. Merton (1973) The Normative Structure of Science In: R.K. Merton, The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations Chicago, IL, University of Chicago Press, 1973.
  • W. van Rossum (1988), De plaats van de ivoren toren: Een inleiding in de wetenschapssociologie, Groningen, WN, 1988.

Externe links[bewerken]