Abdij van Gorze
De abdij van Gorze werd in 749 gesticht door Sint-Chrodegang van Metz. In de 7e eeuw ontstond in Gorze de chant messin, een vroege vorm van Gregoriaanse zang, als onderdeel van de liturgie. Met Pasen werden er ook mysteriespelen opgevoerd (passiespel).
Stichting[bewerken]
De abdij van Gorze werd in 749 gesticht door Sint-Chrodegang van Metz. Deze verkreeg voor zijn nieuw gestichte klooster vanuit Rome de relieken van Sint-Gorgonius. De nieuwe gemeenschap volgde de regels van Gorgonius, maar in de negende eeuw trad verval op. In 933 werden de gebouwen, die op dat moment in een vervallen toestand waren, door Adelbero, bisschop van Metz, aan John van Gorze en Einald van Toul gegeven, opdat deze de naleving van de Regel van Sint Benedictus konden herstellen. Ze slaagden hier uitstekend in en de gebruiken van Gorze werden al snel door vele andere abdijen overgenomen, eerst lokaal, zoals in de abdij van Sint-Maximin in Trier, en in de abdij van Sint-Èvre in Toul, maar iets later door de bemiddeling van Wolfgang van Regensburg ook in meer veraf gelegen plaatsen, zoals Beieren.
Hervormingsbeweging[bewerken]
De abdij speelde een vooraanstaande rol in de hervormingsbeweging van het kloosterwezen in de 10e eeuw, nadat de invallen van de Noormannen het christendom erg hadden ontwricht.
In tegenstelling tot de hervormingsbeweging van de abdij van Cluny, dat een centraal georganiseerde structuur voorzag, behielden de kloosters die zich bij Gorze aansloten een volledige autonomie. Daardoor ontstond een netwerk van 160 zelfstandige kloosters en abdijen zoals de abdij van Fulda, abdij van Niederaltaich, abdij van Einsiedeln en de abdij Sankt Emmeram in Regensburg.
In 1096, alvorens op kruistocht te vertrekken, deed Godfried van Bouillon een belangrijke schenking aan de abdij van Gorze.
In de 12e eeuw raakte Gorze haar leidende positie op spiritueel gebied kwijt. De abdij bleef wel materieel welvarend en ondernam de constructie van verschillende gebouwen, waaronder de huidige parochiekerk.
Tijdens de reformatie, in 1572, werd de abdij opgeheven. Een poging tot herstel in 1580 mislukte. Met uitzondering van de parochiekerk werden alle gebouwen vernield.