Absint

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een glas met absint
Absintlepels
Advertentie uit 1896 voor absint
Vincent van Gogh dronk grote hoeveelheden absint. Sommigen brengen dat in verband met zijn kenmerkende schilderstijl. Zo wordt zijn royale gebruik van de kleur geel vaak toegeschreven aan overconsumptie van absint. Ook de crises in zijn laatste twee levensjaren hangen mogelijk samen met thujonvergiftiging samenhangend met overconsumptie van absint.

Absint is een sterkedrank op basis van anijs, absintalsem (Artemisia absinthium), venkel en een aantal aanvullende kruiden. In Europa was het een van de populairste alcoholische dranken van de late 19e eeuw. Absint werd in het begin van de 20e eeuw in diverse Europese landen verboden, wegens de vermeende hallucinogene werking en neurotoxiciteit van het bestanddeel thujon, maar sinds het begin van de 21e eeuw is absint in veel Europese landen weer toegestaan. De concentratie thujon in absint die in de 19e eeuw werd gedronken is lange tijd veel te hoog ingeschat. Het moderne absint bevat vergelijkbare concentraties thujon, die inmiddels als veilig worden beoordeeld.

Ingrediënten[bewerken]

Absint heeft meestal een groene of geelgroene tint, maar wordt soms als kleurloos distillaat gebotteld (blanke absint). Absint wordt op de markt gebracht met een variërend alcoholpercentage, dat soms flink boven de gangbare 40% (60 tot 70% of meer) kan liggen.

Naast het genoemde thujon bevat absint ook diverse andere stoffen. De groene kleur van absint is afkomstig van chlorofyl uit een extract van bladeren van Artemisia pontica, citroenmelisse, hyssop en soms ereprijs. Slechts in zeldzame gevallen werd de groene kleur verkregen door het toevoegen van het giftige koper of indigo.[1] Verantwoordelijk voor de bittere smaak in absint is de inhoudsstof absinthine.

Gebruik van absint[bewerken]

Absint wordt soms puur gedronken. Gebruikelijker is het om volgens een vast ritueel water en suiker toe te voegen. Een absintlepel met een suikerklontje wordt op het glas geplaatst. Vervolgens wordt ijskoud water over het suikerklontje gedruppeld en ten slotte wordt er goed geroerd. In een moderne variant van het absintritueel wordt het suikerklontje met absint geflambeerd.

De Absintdrinkster, Edgar Degas, Olie op doek, 92 x 68 cm, Musée d'Orsay, Parijs. Dit afgebeelde schilderij laat de actrice Ellen André en de kunstenaar Marcellin Desboutin zien, waarbij de vrouw een glas absint voor zich heeft. Het drankje is troebel geworden door de toevoeging van water. De man drinkt zwarte koffie.

Geschiedenis[bewerken]

Absint werd voor het eerst commercieel geproduceerd door Henri-Louis Pernod in 1805. Hij had het recept voor de drank eerder gekocht van de Franse arts Ordinaire, die te paard door de Zwitserse Jura trok om zijn panacees te slijten. Hoewel van oorsprong een volksdrank, werd absint in de 19e eeuw vooral populair onder kunstenaars, die het de bijnaam De Groene Fee gaven. De Fee zou een belangrijke bron van artistieke inspiratie zijn. Deze veronderstelling heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythe rond de psychoactieve effecten van absint. Vincent van Gogh zou er zijn gele periode aan te danken hebben, en Ernest Hemingway zou zijn For whom the bell tolls onder invloed van absint geschreven hebben.

Enkele andere beroemde absintdrinkers zijn Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec, Charles Baudelaire, Guy de Maupassant, Édouard Manet, Oscar Wilde, Paul Verlaine, Edgar Allan Poe en, veel later, de Amerikaanse rockster Marilyn Manson, die zijn eigen absint heeft gecommercialiseerd Mansinthe. Diversen van hen, zoals Edgar Degas, Édouard Manet en ook Henri de Toulouse-Lautrec vereeuwigden de absintdrinkers op hun schilderijen.

Onderzoek uit 2006 heeft de psychoactieve werking van thujon slechts kunnen aantonen bij zeer hoge doseringen, veel hoger dan waarvan bij normale absintconsumptie sprake is.[2]

Absintisme[bewerken]

Met de toenemende massaconsumptie van absint, ontwikkelden meer en meer chronische en intensieve absintgebruikers symtomen als epileptische aanvallen, stoornissen van spraak en slaap, mentale uitputting en auditieve en visuele hallucinaties. Men meende dat dit zelfs kon leiden tot de dood. Deze verzameling van symptomen werd gekoppeld aan de term "absintisme". Moderne auteurs duiden dit syndroom in 2006 aan als fictief.[2] Absintisme werd destijds verder in verband gebracht met hersenschade, gastro-intestinale aandoeningen, psychiatrische ziekten en zelfmoord. Ook werd een verhoogde incidentie van slokdarmkanker bij absintdrinkers gesignaleerd. Daarentegen bevalen andere auteurs uit het einde van de 19e eeuw gematigde doses van absint juist aan als remedie tegen depressies.

Belangrijkste acute en chronische effecten van absint beschreven in de 19e eeuw
Acute effecten Chronisch absinthisme
duizeligheid manie
epileptische insulten hersenverweking
zenuwzwakte algehele verlamming
delirium psychose

Verreweg de meeste serieuze en de populistische medische literatuur uit die tijd demoniseerde absint echter. Dit werd een van de redenen voor de anti-absint drankbestrijding. De definitie van absintisme als een syndroom dat los zou staan van alcoholisme is nauw verbonden met de Franse arts Valentin Magnan. Tussen 1864 en 1874 beschreef hij visuele en auditieve hallucinaties, gepaard gaande met veranderingen in het bewustzijn na gebruik van absint. Anderen beschreven acute symptomen van absint, zoals hallucinaties, rusteloosheid, verwarring, delier en epileptische aanvallen. Symptomatische verschillen tussen de absintdrinker en de gewone alcoholist werden gepresenteerd op het Eerste Internationale Eugenitica Congres: bij absinthism werd de "hallucinatie waanzin" omschreven als "actiever met plotselinge aanvallen van delirium, meer angstaanjagend, die soms gevaarlijke reacties van extreem geweld tot gevolg hebben".

De klinische beschrijvingen uit die tijd waren echter speculatief en een verband tussen absintconsumptie en dergelijke symptomen werd niet op betrouwbare wijze aangetoond. Weliswaar werd experimenteel onderzoek verricht om een dergelijk verband aan te tonen, maar dergelijk onderzoek werd altijd uitgevoerd met "essence d'absinthe" (farmaceutische absintalsem extracten) of pure etherische olie van absintalsem, terwijl echter wel de term "absint" voor deze bereidingen werd gebruikt. Al in 1869 werd in het medisch vakblad The Lancet dergelijk onderzoek bekritiseerd, evenals de daaruit door Magnan getrokken conclusie dat absintisme zou verschillen van chronisch alcoholisme. Slapeloosheid, tremor, hallucinaties, verlamming en zelfs de epileptische toevallen zijn ook symptomen van chronisch alcoholisme. Het syndroom absintisme wordt daarom tegenwoording niet onderscheiden van chronisch alcoholisme.[2]

Absintverbod[bewerken]

Toen de absintconsumptie aan het einde van de 19e eeuw enorme proporties aannam, hebben veel Europese landen, evenals de regering van de Verenigde Staten, wetten aangenomen die de productie en consumptie van absint aan banden legde. Aanleiding tot het verbod was, naast het hierboven beschreven fictieve syndroom, onder andere het tragische geval van de Zwitserse alcoholist Jean Lanfray, die na overmatige alcoholconsumptie, waaronder twee glazen absint, zijn gezin uitmoordde.

Als surrogaat voor absint ontwikkelde de firma Pernod anis, feitelijk een absint zonder alsem. Andere fabrikanten betraden de markt met hun pastis, waarin de kruidenextracten niet door distillatie maar door maceratie werden verkregen.

Na bijna 100 jaar verbod stelde de Europese Raad in 1988 een richtlijn vast "betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de productie", waardoor de mogelijkheid ontstond om alsem opnieuw toe te staan als ingrediënt van alcoholische dranken.[3]

Absint kon weer vrij worden verhandeld in de hele in de Europese Unie. De samenstelling verschilt niet veel met die van voor het absintverbod.

In landen als Duitsland en Frankrijk wordt sinds de jaren '90 weer absint geproduceerd. Andere absintproducerende landen, zoals Spanje en Portugal, hebben nooit een verbod op absint gekend. In Nederland was de verkoop van absint verboden bij de absintwet van 1909. De absintwet is hiermee nog ouder dan de Opiumwet uit 1919. In 2004 werd deze ingetrokken, gevolgd door België in hetzelfde jaar.

Thujongehalte[bewerken]

Het thujongehalte van absint uit de periode voor het absintverbod was lange tijd onduidelijk en is bovendien lange tijd overschat. Nog in 1992 is dit gehalte berekend op 260 mg/l,[4] maar daarbij werd ten onrechte verondersteld dat alle in de plant aanwezige thujon ook in de absint terechtkomt. Vrijwel alle thujon verdwijnt echter bij het distilleren. Ook de niet-specifieke analysemethoden in de 19e eeuw hebben voor een overschatting van het thujongehalte gezorgd. Wanneer het thujongehalte van volgens traditionele recepten geproduceerde absint wordt bepaald met moderne chromatografische analysemethoden, blijkt dat dergelijke absint gemiddeld slechts 1 tot 2 mg/l thujon bevat. Analyse van flessen absint daterend uit de tijd van voor het absintverbod levert eenzelfde beeld op. Er is geen enkele aanwijzing dat absint vroeger dusdanig hoge concentraties thujon bevatte dat het toxische effecten had, integendeel, alle historische absint lijkt aan het huidige wettelijk maximum voor thujon te voldoen.

De Codex Alimentarius Commissie van de WHO/FAO heeft een limiet vastgesteld van maximaal 35 mg thujon per liter absint. Deze limiet is overgenomen in veel landen, waaronder de Europese Unie en Zwitserland, maar niet in de VS, waar de productie en import van absint nog steeds is verboden. Consumptie en bezit van absint is in de VS echter niet verboden. Reizigers die een fles meenemen in hun bagage of inwoners van de VS die een fles via internet bestellen, zijn niet strafbaar volgens Amerikaans recht.

Sommige huidige absint lijkt zelfs hogere thujonconcentraties te hebben dan voor het absintverbod, een analyse uit 2005 toonde aan dat circa 22% van de commercieel verkrijgbare absint een thujonconcentratie van meer dan 10 mg per liter heeft. Absintverkopers adverteren tegenwoordig ook met hoge thujonconcentraties en de veronderstelde psychoactieve en lustopwekkende eigenschappen van hun producten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Absinthe, Encyclopaedia Britannica 1910.
  2. a b c (en) Padosch SA, Lachenmeier DW, Kröner LU. (May 2006). Absinthism: a fictitious 19th century syndrome with present impact.. Substance Abuse Treatment, Prevention, and Policy 1: 1-14 . ISSN:1747-597X. PMID:16722551. PMC:1475830. DOI:10.1186/1747-597X-1-14. Geraadpleegd op 8 mei 2015.. Dit is een open access artikel, beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC BY; versie 2.0).
  3. Richtlijn 88/388/EEG van de Raad van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma's (N.B. Deze richtlijn is 2008 ingetrokken) (1988) Geraadpleegd op 9 Mei 2015
  4. Volgens de berekening zou in 100 liter absint 2,5 kg gedroogde Artemisia absinthium worden verwerkt (bevattende 1,5% olie, waarvan 67% uit thujon bestaat, levert 251 mg/l of thujon) en 1 kg gedroogde Artemisia pontica voor de kleur (0,34% olie met 25% thujon, overeenkomend met 9 mg/l thujon in het eindproduct).
Icoontje WikiWoordenboek Zoek absint op in het WikiWoordenboek.