Báb
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Báb, geboren als Siyyid 'Alí Muhammad (Perzisch: سيد علی محمد) (Shíráz, 20 oktober 1819 - Tabriz, 9 juli 1850) was de grondlegger van het Babisme. Hij was een koopman uit Shíráz, Perzië, die op de leeftijd van vijfentwintig beweerde de beloofde Qá'im (of Mahdi) te zijn. Na zijn verklaring nam hij de titel van de Báb (Arabisch: باب) wat "Poort" betekent. Hij schreef honderden brieven en boeken (vaak tafelen genoemd), waarin hij zijn Messiaanse claims maakte en zijn leer uiteenzette, die een nieuwe sharí'ah of religieus recht vormden. Zijn beweging trok uiteindelijk tienduizenden volgelingen, kreeg zware tegenstand van de Sjiitische geestelijken en werd onderdrukt door de Iraanse regering waardoor duizenden van zijn aanhangers, die Bábís werden genoemd, vervolgd en vermoord werden. In 1850 werd de Báb neergeschoten door een vuurpeloton in Tabríz.
Bahá'ís beweren dat de Báb ook de terugkeer was van Elia en Johannes de Doper, dat hij de "Ushídar-Máh" was die voorspeld werd in de Zoroastrische geschriften en dat hij was de voorloper van hun eigen religie. Bahá'u'lláh, de grondlegger van het Bahá'í-geloof, was een volgeling van de Báb en verklaarde vervulling te zijn van de Bábs belofte dat God een andere boodschapper zou sturen.
Inhoud |
[bewerk] Leven
De Báb is geboren op 20 oktober 1819 in Shiraz als zoon van een handelaar in de stad; zijn vader stierf toen hij nog heel jong was en hij werd opgevoed door zijn oom van moeders kant Hájí Mírzá Siyyid 'Ali, die ook een handelaar was. Hij is een afstammeling van Mohammed via Imam Husayn, via zijn beide ouders. Ergens tussen de leeftijd van 15 en 20 ging hij bij zijn oom werken in het familiebedrijf, een handelshuis en werd een handelaar in de stad Bushehr in de buurt van de Perzische Golf. UIt enkele van zijn vroege geschriften blijkt dat hij niet genoot van het familiebedrijf en zich liever bezighield met de studie van de religieuze literatuur. In 1842 trouwde hij met Khadíjih-Bagum en zij hadden een zoon, Ahmad, die stierf als zuigeling. Een tijdgenoot beschreef hem als "zeer zwijgzaam en [hij] zou nooit een woord spreken, tenzij absoluut noodzakelijk. Hij gaf zelfs geen antwoord op onze vragen. Hij was voortdurend geabsorbeerd in zijn eigen gedachten en was bezig met het herhalen van gebeden en verzen. Hij was een knappe man met een dunne baard, gekleed in schone kleren en droeg een groene sjaal en een zwarte tulband."
In de 1790's in Perzië, begon Shaykh Ahmad (1753-1826) een religieuze beweging binnen het Sjiisme. Zijn volgelingen, die later bekend werd als Shaykhis, verwachtten de verschijning van de Qá'im van het Huis van Mohammed, ook wel de Mahdi. Na de dood van Shaykh Ahmad, werd het leiderschap doorgegeven aan Sayyid Kázim van Rashjt (1793-1843).
Rond 1839-40 ging de Báb op bedevaart naar Irak en verbleef voornamelijk in en rond Karbala. Er wordt gezegt dat hij daar de leider van de Shaykhis, Sayyid Kázim, die groot respect voor hem bleek te hebben. Hij zou deelgenomen hebben aan een aantal van Siyyid Kazim's lezingen, maar deze periode is vrijwel geheel ongedocumenteerd.
Bij zijn overlijden in december 1843, had Sayyid Kázim zijn volgelingen opgedragen hun huizen te verlaten om de Mahdi te zoeken, die volgens zijn profetieën binnenkort zou verschijnen. Een van deze volgelingen, genaamd Mullá Husayn, reisde, na voor veertig dagen een nachtwake in een moskee gehouden te hebben, naar Shiraz, waar hij een ontmoeting had met de Báb. Op 23 mei 1844 kondigde de Báb in Shiraz de op handen zijnde komst aan van de door alle volkeren der aarde verwachte boodschapper van God. De titel Báb betekent 'Poort'. Hij verklaarde dat het zijn doel was om de mensheid voor te bereiden op de komst van 'Hem Die God zal openbaren' (Bahá'u'lláh). Aan zijn eerste 18 volgelingen gaf hij de titel "Letters van de Levende".
De heersende islamitisiche geestelijkheid reageerde al snel op deze aankondiging met wrede vervolgingen. De Báb werd gearresteerd, geslagen, gevangen gezet en ten slotte op 9 juli 1850 in het openbaar in de noordelijke stad Tabriz door 750 geweren ter dood gebracht.
Ongeveer 20.000 van zijn volgelingen kwamen om bij vervolgingen en bloedbaden in heel Perzië.
De stoffelijke resten van de Báb liggen begraven in een Bahá'í-graftombe te midden van tuinen op de berg Karmel in Haifa, Israël.
[bewerk] Bronnen
[bewerk] Bahá'í bronnen
- `Abdu'l-Bahá, A Traveller's Narrative: Written to illustrate the episode of the Bab. Cambridge University Press, 1891. Retrieved on 2007-02-21
- `Abdu'l-Bahá, A Traveller's Narrative: Written to illustrate the episode of the Bab, 2004 reprint, with translator's notes, Kalimát Press, Los Angeles, USA. ISBN 1890688371, 1891. Retrieved on 2007-02-21
- Balyuzi, H.M., The Báb: The Herald of the Day of Days. George Ronald, Oxford, UK. ISBN 0853980489, 1973
- Effendi, Shoghi, God Passes By. Bahá'í Publishing Trust, Wilmette, Illinois, USA. ISBN 0877430209, 1944. Retrieved on 2007-02-21
- Ferraby, John, All Things Made New: A Comprehensive Outline of the Bahá'í Faith. Bahá'í Distribution Service. ISBN 8186953019, 1975
- Taherzadeh, Adib, The Revelation of Bahá'u'lláh, Volume 1. George Ronald, Oxford, UK. ISBN 0853982708, 1976
- Taherzadeh, Adib, The Revelation of Bahá'u'lláh, Volume 2. George Ronald, Oxford, UK. ISBN 0853980713, 1977
- Taherzadeh, Adib, The Revelation of Bahá'u'lláh, Volume 3. George Ronald, Oxford, UK. ISBN 0853981442, 1984
- Taherzadeh, Adib, The Revelation of Bahá'u'lláh, Volume 4. George Ronald, Oxford, UK. ISBN 0853982708, 1987
- Nabíl-i-Zarandí, Shoghi Effendi (Translator) The Dawn-Breakers: Nabíl’s Narrative, Hardcover, Bahá'í Publishing Trust, Wilmette, Illinois, USA. ISBN 0900125225, 1932. Retrieved on 2007-02-21
[bewerk] Overige bronnen
- Amanat, Abbas, Resurrection and Renewal. Cornell University Press, Ithaca, New York, USA. ISBN 0-8014-2098-9, 1989
- Anonymous, Browne, E.G. (Ed.), Kitab-i Nuqtat al-Kaf: Being the Earliest History of the Bábis. E.J. Brill, Leiden, The Netherlands (1910). Retrieved on 2007-02-21
- British Broadcasting Corporation (2002). BBC Religion and Ethics Special: Bahá'í. Geraadpleegd op 2007-02-21.
- Browne, E.G. (1889). "The Bábis of Persia". Journal of the Royal Asiatic Society: pp. 485-526, & 881-1009.
- Browne, E.G, Babism. Swann Sonnenschein, London (1890). Retrieved on 2007-02-21, p. pp. 333-53
- Mirza Huseyn of Hamadan, Browne, E.G. (Tr.), The Tarikh-i-Jadid, or New History of Mirza 'Ali Muhammad The Bab. University Press, Cambridge (1893). Retrieved on 2007-02-21
- A-L-M Nicolas, Seyyed Ali Mohammed dit Le Bab. Dujarric & Cie, Editeurs, Paris (1905). Retrieved on 2007-09-18

