Beaux-Arts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opéra Garnier, ontworpen door Charles Garnier, is een bekend voorbeeld van de Beaux-artsarchitectuur.
Fronton in het Grand Palais.
De Pont Alexandre-III, let op de uitbundige versieringen. De zuilen en beelden en de slingers onder de brug.
Gevel van het Petit Palais.

Beaux-Arts is een ontwerp- en stijlstroming uit het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw die aansluit bij het neoclassicisme, de neo-barok en de neorenaissance. De stijl is ontstaan in Frankrijk, voorafgaand aan het belle époque. In het Frans betekent Beaux-Arts letterlijk schone kunsten.

De Beaux-Arts-stijl is vooral het product van bijna 250 jaar onderwijs en onderzoek, sinds 1671 aan de Académie royale d'architecture, en na een fusie in 1816 met de koninklijke academies voor andere beeldende kunsten en muziek aan de architectuurschool van de Académie des Beaux-Arts. De principes die hier werden onderwezen, hebben tot diep in de 20e eeuw vrijwel ongewijzigd de vormgeving van vele gebouwen bepaald. In de loop van de eerste helft van de 20e eeuw werd deze stijl langzaam verdrongen door het Nieuwe Bouwen en de Internationale Stijl.

Hoofdkenmerken[bewerken]

Gebouwen in Beaux-Arts zijn over het algemeen symmetrische pompeuze gebouwen met afwerking in natuursteen. De eerste verdieping is de belangrijkste verdieping en deze is hoger en duidelijk prominenter dan de begane grond of de hogere verdiepingen. De gevels zijn vaak afgewerkt met rusticastukwerk. In de gevels zijn zuilen, kroonlijsten, frontons, mascarons, pilasters, balustrades en balkons en monumentale klassieke beelden verwerkt. Verder worden er zowel binnen als buiten brede trappen en wijde bogen gebruikt, ook in de ramen.

De gebouwen zijn bewerkt met reliëfs, muurschilderingen, mozaïeken en polychromie waarmee de functie van het gebouw wordt benadrukt. Ook worden metalen of stenen slingers en cartouches gebruikt. Een ander opvallend kenmerk zijn de afgeplatte daken. De hekwerken (ook in de balkons) zijn vrivool en gedeeltelijk afgewerkt met goudkleurige elementen.

Kritiek[bewerken]

Er is ook kritiek. Waar de principes tot wet worden verheven, de menselijke maat wordt losgelaten en de constructie verdwijnt achter een overvloed aan ornamenten, daar raakt volgens critici de goede smaak uit het oog verloren en spreekt men wel van de "suikertaartenstijl". In engere zin is die term gereserveerd voor de verwording van de stijl tot het "socialistisch realisme" onder Stalin.

Voorbeelden van Beaux-Arts[bewerken]

De Opéra Garnier uit 1875 is misschien wel het meest bekende Beaux-Artsgebouw ter wereld. Voor de wereldtentoonstelling van 1900 werden in Parijs het Grand Palais, het Petit Palais en de Pont Alexandre-III gebouwd. Ook de Richelieu-vleugel van het Louvre en het Gare d'Orsay zijn in Beaux-Artsstijl ontworpen. Een minder bekend voorbeeld is het interieur van het stadhuis van Parijs.

Beaux-Arts buiten Frankrijk[bewerken]

Vanaf 1885 werd de stijl populair in de Verenigde Staten. Veel wolkenkrabbers in New York werden ermee vormgegeven. De meest bekende voorbeelden van Beaux-Arts in de VS zijn het Grand Central Terminal (1871), het stadhuis van San Francisco (1915), het Hilton Chicago (1927) en de monumentale façade van het Metropolitan Museum of Art (1926). Deze façade werd ontworpen door Richard Morris Hunt, de eerste van vele Amerikanen die studeerden aan de École des Beaux Arts in Parijs. Een voorbeeld op Nederlandse bodem is het stadhuis van Rotterdam en in België het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Een deel van het Monte Carlo Casino, met name de concertzaal is door Charles Garnier ontworpen in Beaux-Arts.

Familie van[bewerken]