Boeddhisme in China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boeddhisme in China
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 佛教
Vereenvoudigd 佛教
Hanyu pinyin Fójiào
Jyutping (Standaardkantonees) fat6 gaau3
Weitouhua fäk6 gäu1
Hongkong-Hakka fut6 gau4
Taiwan-Hakka Fu̍t-kau
Minnanyu Hu̍t-kàu
Vietnamees Phật giáo
Letterlijke vertaling Boeddha, religie/filosofie

Het boeddhisme werd, in de eerste eeuw van onze tijdrekening via de zijderoute door Indiase monniken naar China gebracht.

Geschiedenis[bewerken]

Introductie[bewerken]

De Chinese overlevering noemt het jaar 2 van onze jaartelling als begin van het boeddhisme in China, met de introductie vanuit Centraal-Azië. In eerste instantie werd het in verband gebracht met Laozi en het door hem gestichte taoïsme. Hij zou naar het westen zijn getrokken om het taoïsme onder de barbaren te verspreiden. Beide systemen werden aanvankelijk dan ook met elkaar verward, mogelijk omdat beide leerstellingen zich richten op verlossing. Daarbij was de Chinese taal op dat moment nog te beperkt om abstracte begrippen te beschrijven zoals die in het boeddhisme worden verkondigd. Voor het vertalen van de soetra's moest bijvoorbeeld gebruikgemaakt worden van de terminologie die uit het taoïsme afkomstig was. De gebruikmaking van bekende begrippen zorgde ervoor dat het boeddhisme zich snel verspreidde in China.[1]

De 3e eeuw n.Chr. kenmerkte zich door een enorme toename van teksten die uit het Sanskriet in het Chinees werden vertaald. Een belangrijke geestelijke uit die tijd was An Shigao die teksten van het hinayanaboeddhisme vertaalde. Een andere belangrijke monnik uit die tijd was Lokaksema (Zhi Loujiachen) die zich vooral bezig hield met vertalingen van teksten uit het mahayanaboeddhisme.[1]

Vanaf 335 werd het volgelingen officieel toegestaan zich aan te sluiten bij de sangha. In de loop van deze eeuw werden verder verschillende prajnaparamita-scholen opgezet, met als boegbeeld Zhi Dun. Vanaf 399 pionierde Fa Xian door een pelgrimage naar India te ondernemen; het werd een voorbeeld dat door velen zou worden gevolgd.[1]

Inleiding van de Lankavatara-soetra die gevonden werd tussen de manuscripten van Dunhuang

Het boeddhisme verspreidde zich sterk in de 5e eeuw, mede dankzij de bevordering door de keizers. Wel kenden de jaren 446 en 574 tot 577 nog vervolgingen van boeddhisten; dit kon de uitbreiding van het boeddhisme echter niet meer stoppen. In deze tijd waren inmiddels de belangrijkste vertalingen uit het mahayana en hinayana voltooid. Toonaangevend waren in die tijd de Lankavatara-soetra en de Satyasiddhi met in het kielzog de oprichting van scholen als de sanlun, satyasiddhi en nirvana.[1]

Tang-dynastie[bewerken]

De grootste bloei kende het boeddhisme in China van de 6e tot en met de 10e eeuw, tijdens de regeringen van de Sui-dynastie en de Tang-dynastie. In deze tijd ontstonden de meest vooraanstaande boeddhistische scholen, als de huayan, tientai, chan (Zen), reine land en faxiang. Belangrijke geestelijken uit deze tijd waren Xuanzang, Zhiyi en Dushun.[1]

De toenemende invloed van het boeddhisme beperkte daar tegenin juist de macht van de keizers, met als gevolg dat boeddhisten in bijvoorbeeld het jaar 845 opnieuw werden vervolgd. In reactie daarop werden kloosters ontmanteld en nonnen en monniken gemaand terug te keren naar het platteland. Dit betekende voor het eerst een teruggang van het boeddhisme dat zich hiervan later niet meer geheel wist te herstellen.[1]

Song-dynastie[bewerken]

De eeuwen tijdens de Song-dynastie, van de 10e tot de 13e eeuw, stonden in het teken van de versmelting van de leerstellingen van het boeddhisme, taoïsme en confucianisme. Van de boeddhistische scholen bleven praktisch alleen de ch'an (zen) en het zuiver land overeind.

Ming-dynastie[bewerken]

Tijdens de Ming-dynastie, van de 14e tot de 17e eeuw, smolten de ch'an en het zuiver land samen, waardoor een krachtige lekenbeweging ontstond. Daarna beleefde het Tibetaans boeddhisme een bloeiperiode tijdens de regering van de keizers uit de Qing-dynastie.[1]

Moderne tijd[bewerken]

De 20e eeuw stond aanvankelijk in het teken van hervormingstreven en aanpassing aan de moderne tijd. In de tweede helft van de eeuw betekende de regering van Mao Zedong echter een ramp voor de boeddhistische praktijk. De eerste kaalslag ontstond tijdens de landbouwhervormingen van 1950-52, waarin het overgrote deel van de kloosters van zijn landerijen werd onteigend. Het gevolg was dat veel geestelijken geen bron van inkomsten meer hadden en noodgedwongen terugkeerden naar de samenleving. Formeel was religie toegestaan, zolang zij maar niet strijdig was met de overtuigingen van de Communistische Partij. In 1953 werd de Boeddhistische vereniging van China opgericht, met als doel het communistische beleid aan de monniken te verkondigen en over de activiteiten van de boeddhisten te rapporteren. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-76) werden vervolgens de meeste kloosters vernietigd. Na deze revolutie werden de slechts enkele kloosters die nog bewaard waren gebleven gerestaureerd en keerden monniken in zeer beperkte mate terug.[1]

Algemeen[bewerken]

Guanyin-beeld op de Putuo Shan

Omdat de boeddhistische leer het accent legde op het persoonlijk geestelijk heil, kende ze snel aanhang bij een groot deel van de bevolking, vooral bij mensen die niet tevreden waren met hun positie in de maatschappij.

Het Chinese boeddhisme kent naast de Boeddha (die meestal Sakyamuni wordt genoemd) en de bodhisattva’s talrijke andere heilige wezens. De bekendste bodhisattva in het Chinees boeddhisme is Guanyin. Zij worden naast de Boeddha en de bodhisatva’s in de tempels afgebeeld en er vereerd.

Er zijn de Vier Hemelse Koningen of Lokapala’s, één voor elk van de vier hemelrichtingen. Ze zien er meestal zeer woest uit en worden voorgesteld met een aantal attributen die in verband gebracht worden met de hemelrichting waartoe ze behoren.

Aan de ingang van de tempel worden veelal tempelwachters afgebeeld in de vorm van afschrikwekkende wezens, zeer gespierd met lelijke gezichten. Deze tempelwachters hebben verschillende namen onder meer Vajra Pani, Dvara Pali en Lishi.

Op afbeeldingen en in de beeldhouwkunst komen in het Chinese boeddhistische pantheon ook andere figuren voor. Sommige zijn overgenomen uit het hindoeïsme, andere uit het taoïsme.

In het Chinees boeddhisme worden de gelovigen geacht om op gedenkdagen van boeddhistische heiligen, op de vegetarische dagen van Guanyin en op de eerste en de vijftiende dag van de Chinese kalender vegetarisch te eten. Mensen die sterk Guanyin aanbidden, eten normaal nauwelijks rundvlees.

Offers[bewerken]

In het huidige China zijn nog talrijke boeddhistische kloosters en tempels aanwezig. Ze worden door de Chinese bevolking bezocht en er worden offers gebracht. De offers worden op het offertafel voor het altaar van een boeddhistische heilige gelegd. Deze offers bestaan hoofdzakelijk uit wierook en gelddonatie (geldoffer) aan de tempel. Andere offers zijn bloemen, fruit en vegetarisch voedsel. Dit varieert van koekjes tot en met wokolie. De voedselwaren worden door tempelbeheerders en sangha genuttigd.

Soorten offers[bewerken]

  • licht: hierbij worden kaarsen, olielampen, waxinelichtjes of elektrische kaarsverlichting geofferd. Een lichtoffer doet ons denken aan de stralende wijsheid dat de duistere onwetendheid verdrijft van het pad naar de verlichting (boeddhisme). Gelovigen haasten zich om het licht te zoeken van de ultieme wijsheid.
  • bloemen: hierbij worden potplanten en snijbloemen geofferd. Bloemen verwelken en dit zet mensen tot denken over de eindigheid van het leven van alle wezens. Gelovigen moeten hierbij proberen elk moment van het leven te koesteren.
  • wierook: hierbij worden wierookstokken, -stokjes en andere soorten wierook geofferd. In het boeddhisme staat dit symbool voor dat de lucht gevuld wordt met waarden die een zuiverende werking heeft door goed gedrag. Dit spoort gelovigen aan om al het kwaad stop te zetten en al het goede te cultiveren.
  • water: het offeren van water in offerbekertjes of plastic flessen staat symbool voor puurheid, duidelijkheid en kalmte. Gelovigen moeten hun lichaam, spraak en geest cultiveren om deze drie boeddhistische gedachtes te bereiken.
  • fruit: hierbij wordt fruit geofferd. Ze staan symbool voor de vruchten die leiden tot de ultieme vrucht van verlichting, wat het streven is in het boeddhisme.

Wierook offers[bewerken]

branden van wierookstokjes als offergave

Wierook aansteken volgt in het Chinees boeddhisme een strikt ritueel. Eerst moet men drie buigingen plus knielingen maken (sanbailifo; 三拜礼佛), vervolgens maakt men een buiging met een mudra (wenxun; 问?) en ten slotte kan men drie stokjes wierook offeren (shangxiang; 上香). De wierookstokjes/wierookstokken variëren in verschillende maten. Van klein tot wierookstokken die de lengte hebben van twee meter. Het vasthouden van de wierookstokjes is tussen de twee wijs- en ringvingers. Ook komt het vasthouden van de wierookstokjes voor tussen de handpalmen of tussen de wijs- en duimvingers. De eerste wierookstok steekt men midden in de wierookpot, de volgende steekt men met de linkerhand links van de eerste wierookstok. De laatste wierookstok komt aan de andere zijde van de eerste wierookstok. Elke wierookstok heeft een betekenis.

Doordat sommige tempels klein zijn en druk bezocht, zoals de He Hua Tempel in Amsterdam, is het genoeg om één wierookstok te steken. Anders zouden de rookwalmen te hevig worden. Zolang men met devotie offert, is één wierookstok genoeg.

Bidden[bewerken]

In het Chinees boeddhisme bidt men door middel van het chanten van soetra's of mantra's. Bidden kan men in een schone plaats thuis of in een boeddhistische tempel. Gelovigen die veel aan het geloof doen bidden minstens twee keer per dag: het uitgebreide ochtendgebed en uitgebreide avondgebed met onder andere de Tien Kleine Mantra's. Bij het bidden worden meestal kaarsen en wierookstokjes aangestoken voor het altaar thuis of tempel. Bij het bidden maakt men eerst drie buigingen en knielingen (koutou) voor het altaar.

Gedenkdagen volgens de Chinese kalender[bewerken]

  • Maitreya Boeddha's verjaardag - 1e dag van de eerste maand
  • Sakyamuni Boeddha’s verjaardag (vesak) - 8e dag van de vierde maand
  • Avalokitesvara Bodhisattva’s verjaardag - 19e dag van de tweede maand
  • Avalokitesvara Bodhisattva’s verlichtingsdag - 19e dag van de zesde maand
  • Ullambanafestival - 15e dag van de zevende maand
  • Ksitigarbha Bodhisattva’s verjaardag - 30e dag van de zevende maand
  • Avalokitesvara Bodhisattva’s zelfverloocheningsdag - 19e dag van de negende maand
  • Bhaisajyaguru Boeddha’s verjaardag - 30e dag van de negende maand
  • Amitabha Boeddha’s verjaardag - 17e dag van de elfde maand
  • Sakyamuni Boeddha’s verlichtingsdag - 8e dag van de twaalfde maand

Chinees boeddhisme in Nederland[bewerken]

In Nederland wonen ongeveer 40.000 Chinese boeddhisten. Ze vormen daarmee de meerderheid onder de allochtone boeddhisten in Nederland.[2] De grootste Chinees-boeddhistische tempel staat in Amsterdam Chinatown. Deze is de He Hua Tempel en bestaat sinds 2000. Deze tempel gebruikt hoofdzakelijk Standaardmandarijns als voertaal. Standaardkantonees, Nederlands en Engels worden ook gebruikt als voertaal. De hoofdhal, Kuan Yin Shrine, is op alle dagen, behalve maandag geopend voor publiek.

Chinees boeddhistische tempels in Europa[bewerken]

Chung Tai Shan[bewerken]

Dharma Drum Mountain[bewerken]

True Buddha School[bewerken]

Fo Guang Shan[bewerken]

Tzu Chi[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h (nl) Fischer-Schreiber, Ingrid (2008) Lexicon Boeddhisme, Asoka, ISBN 978-9056701710, pagina 62-64, lemma 'Boeddhisme in China'
  2. (nl) Labyrith, Verspreiding van het boeddhisme