Buster Keaton

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buster Keaton
Buster Keaton en zijn gezin in 1922
Buster Keaton en zijn gezin in 1922
Algemene informatie
Volledige naam Joseph Francis Keaton
Geboren 4 oktober 1895
Overleden 1 februari 1966
Land Verenigde Staten
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Joseph Francis (Buster) Keaton (Piqua (Kansas), 4 oktober 1895 - Woodland Hills (Californië), 1 februari 1966) was een populaire en invloedrijke Amerikaanse acteur en regisseur van stomme films. Zijn handelsmerk was physical comedy met een stoïcijnse uitdrukking op zijn gezicht, wat hem de bijnaam "The Great Stone Face" opleverde. Zijn vernieuwende invloeden als regisseur droegen veel bij tot de ontwikkeling van de filmkunsten.

In 2002 vroeg Sight and Sound, het driemaandelijks tijdschrift van het British Film Institute, aan 253 recensenten, schrijvers en regisseurs om, volgens hen, de tien beste films op te noemen. Vier van Keatons films werden genoemd: Our Hospitality, Sherlock, Jr., The Navigator en The General. The General eindigde uiteindelijk op de vijftiende plaats in de recensentenpoll.

Opgegroeid in de vaudeville[bewerken]

Keaton werd geboren in de wereld van de vaudeville, een soort luchtig theater en de voorloper van het moderne cabaret. Zijn vader, Joseph Hallie Keaton, en de bekende goochelaar Harry Houdini reisden rond met een show, The Mohawk Indian Medicine Company, waarbij men merkgeneesmiddelen verkocht naast het podium. Keaton werd geboren in Piqua, in de staat Kansas, omdat daar de weeën van zijn moeder, Myra Edith Cutler, begonnen. Het pension waar hij ter wereld werd gebracht werd later vernield door een tornado. Er is een gedenkplaat aangebracht en vlakbij is een klein Keaton-museum. Het dorpje Piqua is zo klein dat de jaarlijkse Buster Keaton-viering in het naburige Iola wordt gehouden.

Keaton kreeg zijn bijnaam "Buster" van Houdini, die zijn peetoom was. Houdini gaf hem deze bijnaam nadat Keaton op de leeftijd van zes maanden van een trap viel zonder veel gevolgen. Indertijd betekende buster een tuimeling. Pas sinds Keatons successen werd het een voornaam, bijvoorbeeld voor het stripfiguurtje Buster Brown.

Toen Keaton drie jaar oud was, speelde hij mee in een show met zijn ouders onder de naam The Three Keatons; de show ging over hoe je een kind moet opvoeden. Myra speelde saxofoon en Joe en Buster acteerden. Buster moest ongehoorzaam zijn, waarop Joe hem tegen het decor of zelfs in het publiek gooide. De act werd versterkt naarmate Buster leerde om goed te landen. Hij liep zelden verwondingen of blauwe plekken op. Niettemin werden zijn ouders beschuldigd van kindermishandeling. Decennia later verklaarde Buster dat hij nooit werd mishandeld door zijn vader en dat de tuimelingen en physical comedy slechts een kwestie van techniek waren. In feite vond Buster het zo leuk, dat hij begon te lachen als zijn vader hem gooide. Toen duidelijk werd dat dat niet op veel opvolging kon rekenen in het publiek, leerde Buster zichzelf zijn kenmerkende onverstoorde blik aan.

De show ging in tegen wetten die kinderen niet toelieten om mee te spelen in vaudevilleshows. Ondanks dat en een desastreuze tournee van de English Music Halls werd Buster de rijzende ster in het theater, zozeer dat Buster ook alle aandacht kreeg toen zijn broers en zusjes door Myra en Joe werden geïntroduceerd in de vaudeville.

Op de leeftijd van 21 jaar verliet Buster samen met zijn moeder zijn vader in Los Angeles, omdat de drankzucht van vader Joe de reputatie van de familie aantastte. Myra keerde terug naar het zomerhuis in Michigan, maar Buster reisde naar New York en stapte van de vaudeville in de wereld van de film.

De stomme film[bewerken]

In februari 1917 ontmoette Keaton Roscoe "Fatty" Arbuckle in de Talmadge-studio's in New York City, waar Arbuckle een contract had met Joseph M. Schenck. Hij werd aangenomen als acteur en "gag-man". Later beweerde Keaton dat hij al gauw opklom tot Arbuckles tweede regisseur en directeur van de "gag-afdeling". Keaton en Arbuckle werden goede vrienden en bleven dat, ook nadat Arbuckle werd betrokken in een schandaal dat hem zijn carrière en gezinsleven kostte.

Na Keatons succesvolle samenwerking met Arbuckle gaf Schenck hem een eigen productiestudio, "The Keaton Studio". Hij maakte een reeks two-reel comedies (komische films met de duur van twee filmrollen), waaronder One Week (1920), Cops (1922), The Electric House (1922) en The Playhouse (1921). Met het succes van deze kortfilms kon hij langere films gaan maken. Met deze films van normale duur werd Keaton een van de bekendste komieken ter wereld. Hij was toen de op twee na populairste komiek in Amerika, na Charlie Chaplin en Harold Lloyd.

Keaton maakte gebruik van bewerkings- en omlijstingstechnieken die zijn tijd ver vooruit waren. Zijn stijl is tijdloos, in tegenstelling tot andere komieken uit de tijd van de stomme film, die nu duidelijk verouderd lijken.

Zijn meest bijblijvende films zijn Our Hospitality (1923), The Navigator (1924), Steamboat Bill Jr. (1928) en The General (1927). Laatstgenoemde film, die zich afspeelt tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, wordt beschouwd als Keatons chef d'œuvre, door zijn mengeling van physical comedy met Keatons voorliefde voor treinen. Helaas leverden vele van zijn meest toegejuichte films niet veel geld op aan de kassa, omdat het publiek Keaton niet zag als een ambitieuze filmartiest.

Bovendien fascineerde de technische kant van het filmmaken hem en hij was vooruitstrevend genoeg om geluidsfilms te produceren toen deze gemaakt konden worden en populair werden. Het feit dat hij een goede stem én jaren theaterervaring had, maakten dat hij zich gemakkelijker kon aanpassen aan de evolutie van de film dan bijvoorbeeld Charlie Chaplins zwijgende "Tramp"-karakter (de bekende zwerver met zwarte bolhoed), waarvan Chaplin dacht dat hij nooit het ontstaan van de geluidsfilm zou overleven.

Huwelijken[bewerken]

In 1921 huwde Buster Keaton met Natalie Talmadge, een schoondochter van Keatons baas, Joe Schenck, en zus van de actrice Norma Talmadge. Na de geboorte van hun tweede zoon verslechterde de relatie. Volgens Keatons autobiografie liet Natalie hem niet meer toe in de slaapkamer en huurde ze detectives in om te achterhalen wie hij buiten haar weten om zoal ontmoette. In 1932 scheidden Keaton en Talmadge. Zij nam zijn fortuin met haar mee en weigerde elk contact tussen Keaton en zijn zonen. Ongeveer een tiental jaren later kreeg hij hen weer te zien.

Een jaar na zijn eerste echtscheiding, in 1933, werd Mae Scriven zijn nieuwe echtgenote. Zij was een verpleegster die hem had verzorgd nadat hij zijn heil had gezocht in de drank - een periode waarvan hij zich later niets meer herinnerde. Toen ze scheidden in 1936, nam ze de helft van zijn bezittingen mee: de helft van elke bestekset, de helft van het meubilair, de helft van zijn boeken en zelfs Keatons favoriete sint-bernardshond, Elmer.

In 1940 trouwde Keaton met Eleanor Norris, een 23 jaar jongere dame. Zij redde zijn leven en zijn carrière. Alle vrienden waren tegen het huwelijk, maar het hield stand tot aan Keatons dood in 1966. Tussen 1947 en 1954 traden Keaton en Norris regelmatig op in het Cirque Medrano in Parijs in een erg populaire act met z'n tweeën.

De geluidsfilm en de televisie[bewerken]

Keatons filmstudio werd in 1928 opgekocht door MGM (Metro-Goldwyn-Mayer), een beslissing waar Keaton achteraf veel spijt van had. Hij moest nu functioneren in een systeem in de MGM-studio's dat hem maar matig beviel, aangezien hij meer vrijheid gewend was. Door de moeilijke aanpassing aan de studiosystemen werd Keaton alcoholist. Zijn carrière raakte in enkele jaren in het slop en Keaton werkte in het merendeel van de jaren 30 teruggetrokken; hij schreef gags voor verschillende MGM-films, vooral voor films van The Marx Brothers - ook voor A Night at the Opera (1935) en At the Circus (1939) — en voor films van Red Skelton.

Zelf maakte hij ook zijn opwachting in films, waaronder het bekende Sunset Boulevard (1950), It's a Mad Mad Mad Mad World (1963) en A Funny Thing Happened on the Way to the Forum (1966). Hij had ook een cameo in Charlie Chaplins film Limelight (1952). Gedurende twee minuten delen Keaton en Chaplin in die film het scherm - de enige keer in hun loopbaan - als ze twee ouder wordende, voormalige vaudevillesterren spelen die een beetje van hun vroegere glorie proberen terug te winnen; Chaplins en Keatons topperiode lag toen ook al tientallen jaren achter hen. Keaton merkt evenwel op: "If one more person tells me this is just like old times, I swear I'll jump out the window." ("Als nog één persoon me vertelt dat dit net de goede oude tijd lijkt, spring ik uit het venster en dat meen ik.")

Hij kreeg twee televisieseries, The Buster Keaton Show (1950) en Life With Buster Keaton (1951). Ondanks het succes stopte hij de series omdat hij onvoldoende materiaal kon maken om elke week een nieuwe show uit te zenden. Hij vond ook vast werk als acteur voor reclamespotjes op tv, maar hij geloofde zelf dat "Buster Keaton" verleden tijd was. Zijn stomme films kenden een heropleving in de late jaren 50 en de vroege jaren 60. Een jaar voor zijn dood speelde Keaton voor het Canadese National Film Board mee in een kortfilm, The Railrodder (1965), waarin hij terug zijn onverstoorde stijl oppikte, die hem zo succesvol had gemaakt in de jaren 20. Ook speelde hij de hoofdrol in Samuel Becketts enige filmproject, Film (1965).

Overlijden[bewerken]

Keaton leed aan longkanker. Zijn vrouw en dokters wendden voor dat het een chronische bronchitis was; hij vernam nooit dat hij zou sterven aan kanker. Waarom ze dit niet zeiden is onduidelijk, maar het is geweten dat Keaton in zijn dagelijks leven afhankelijk was van anderen. Aangezien hij bij de eerste diagnose terminaal ziek werd verklaard, dacht men misschien dat hij zou stoppen met zijn werk als hij het nieuws over de longkanker vernam. Keaton genoot het meest van acteren, zowel in films als voor een livepubliek (zijn hobby, modeltreintjes, buiten beschouwing gelaten). Buster Keaton overleed op 1 februari 1966 en is begraven in de Forest Lawn, op het Hollywood Hills-kerkhof in Los Angeles, Californië.

Zijn invloeden en erfenis[bewerken]

Buster Keaton, Charlie Chaplin en Harold Lloyd worden herinnerd als de grote komische vernieuwers van vóór het ontstaan van de geluidsfilm. Velen beschouwen Keaton als de grootste van de drie, hoewel Keaton zelf nooit zulk 'n vergelijking heeft geopperd. Hij genoot erg van Lloyds films en prees Chaplin vaak voor diens geniale invallen.

Keaton kreeg twee sterren op de Hollywood Walk of Fame: nummer 6619 voor zijn films en nummer 6321 voor zijn televisiewerk. In 1994 kreeg hij een Amerikaanse postzegel die was ontworpen door de karikaturist Al Hirschfeld.

Vele acteur en filmmakers haalden de mosterd bij Keaton: enkele voorbeelden zijn Alec Guinness, Peter Sellers, Blake Edwards en Jackie Chan.

Filmografie als acteur
Jaar Titel Rol Opmerkingen
1966 A Funny Thing Happened on the Way to the Forum Erronius
1966 Due marines e un generale Generaal von Kassler
1965 Film De Man
1965 Sergeant Dead Head Amn. Blinken
1965 How to Stuff a Wild Bikini Bwana
1965 The Railrodder De Man
1965 The Man Who Bought Paradise Meneer Bloor televisiefilm
1964 Pajama Party Chief Rotten Eagle
1963 It's a Mad Mad Mad Mad World Jimmy the Crook
1963 The Triumph of Lester Snapwell Lester Snapwell
1960 The Adventures of Huckleberry Finn Lion Tamer
1956 Around the World in Eighty Days Train Conductor
1952 Limelight Calvero's Partner
1952 Paradise for Buster Buster
1950 Sunset Boulevard Zichzelf
1950 The Misadventures of Buster Keaton Buster
1949 In the Good Old Summertime Hickey
1949 You're My Everything Butler
1949 The Lovable Cheat Goulard
1946 God's Country Old Tarp aka Mr. Boone
1945 She Went to the Races Bellboy
1945 That Night with You Short Order Cook
1945 That's the Spirit L.M.
1944 San Diego I Love You Buschauffeur
1944 Two Girls and a Sailor Billy Kipps zoon
1943 Forever and a Day Wilkins
1941 She's Oil Mine Buster Waters
1941 General Nuisance Peter Hedley Lamar, Jr.
1941 So You Won't Squawk Buster
1940 His Ex Marks the Spot De echtgenoot
1940 Li'l Abner Lonesome Polecat
1940 The Villain Still Pursued Her William Dalton
1940 The Spook Speaks Buster
1940 New Moon LuLu
1940 The Taming of the Snood Buster Keaton
1940 Pardon My Berth Marks Newspaper copyboy
1940 Nothing But Pleasure Clarence Plunkett
1939 Mooching Through Georgia Homer Cobb
1939 Pest from the West Sir
1937 Love Nest on Wheels Elmer
1937 Ditto The Forgotten Man
1937 Jail Bait -
1936 Mixed Magic Elmer 'Happy' Butterworth
1936 The Chemist Elmer Triple
1936 Blue Blazes Elmer
1936 Grand Slam Opera Elmer Butts
1936 Three on a Limb Elmer Brown
1935 The Timid Young Man Milton
1935 The E-Flat Man Elmer
1935 Tars and Stripes Apprentice Seaman Elmer Doolittle
1935 Hayseed Romance Elmer Dolittle
1935 One Run Elmer Elmer
1935 Palooka from Paducah Jim Diltz
1935 The Invader Leander Proudfoot
1934 Le Roi des Champs-Élysées Buster Garner/Jim le Balafré
1934 Allez Oop Elmer
1934 The Gold Ghost Wally
1933 What! No Beer? Elmer J. Butts
1932 Speak Easily Professor Timoleon Zanders Post
1932 The Passionate Plumber Elmer E. Tuttle
1931 Casanova wider Willen Reggie Irving
1931 Sidewalks of New York Homer Van Dine Harmon
1931 The Slippery Pearls Agent
1931 Parlor, Bedroom and Bath Reginald 'Reggie' Irving
1930 Doughboys Elmer Julius Stuyvesant, Jr.
1930 Free and Easy Elmer Butts
1929 The Hollywood Revue of 1929 Princes Raja
1929 Spite Marriage Elmer
1928 The Cameraman Buster
1928 Steamboat Bill, Jr. William Canfield Jr.
1927 College Ronald, The Boy
1927 The General Johnny Gray
1926 Battling Butler Alfred Butler
1925 Go West Friendless
1925 The Iron Mule Indiaan
1925 Seven Chances James "Jimmy" Shannon
1924 The Navigator Rollo Treadway
1924 Sherlock Jr. Sherlock Jr.
1923 Our Hospitality Willie McKay
1923 Three Ages De Jongen
1923 The Love Nest Buster Keaton
1923 The Balloonatic De Jonge Man
1922 Daydreams De Jonge Man
1922 The Electric House -
1922 The Frozen North De Slechte Man
1922 The Blacksmith The Blacksmith's assistant
1922 My Wife's Relations De Echtgenoot
1922 Cops De Jonge Man
1922 The Paleface Little Chief Paleface
1921 The Boat The Boat Builder
1921 The Play House Meerdere Rollen
1921 The Goat -
1921 The 'High Sign' Our Hero
1921 Hard Luck Suïcidale Jongen
1921 The Haunted House Medewerker in Bank
1920 Neighbors De Jongen
1920 The Scarecrow Farmhand
1920 Convict 13 Golfer Turned Prisoner, Guard
1920 The Saphead Bertie 'The Lamb' Van Alstyne
1920 The Round-Up Indiaan
1920 One Week Bruidegom
1919 The Garage Mechanic/Fireman
1919 The Hayseed Manager
1919 Back Stage Stagehand
1918 The Cook Assistant Chef
1918 Good Night, Nurse! Dokter Hampton
1918 Moonshine Revenue Agent
1918 The Bell Boy The Bell Boy
1918 Out West Sheriff
1917 A Country Hero Artiest in de Vaudeville
1917 Coney Island Rivale
1917 Oh Doctor! Junior Holepoke
1917 His Wedding Night Delivery Boy
1917 The Rough House Gardener/Delivery Boy/Cop
1917 The Butcher Boy Buster

Dvd[bewerken]

  • Kino Video Studio (2001): The Art Of Buster Keaton, 10-dvd-set.
  • Arte video (2001): Buster Keaton 1917-1923, 4-dvd-set.

Boeken over Keaton[bewerken]

  • BLESH, R., Keaton, The Macmillan Company, 1966. ISBN 0025115707.
  • KEATON, B. en SAMUELS, Ch., My Wonderful World Of Slapstick, Da Capo Press, 1982. ISBN 0306801787.
  • KEATON, E. en VANCE, J., Buster Keaton Remembered, Harry N. Abrams, 2001. ISBN 0810942275.
  • MEADE, M., Buster Keaton: Cut To The Chase, Harper Collins, 1995. ISBN 0060173378.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties