Congres van Berlijn
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Tijdens het Congres van Berlijn in 1878 wordt onder leiding van de Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck de zogenaamde Oosterse kwestie opgelost.
Tijdens de Russisch-Turkse oorlog (1877-1878) maakte Groot-Brittannië zich zorgen over haar aandelen in het Suez-kanaal. Na afloop van deze oorlog had Rusland de Turken de Vrede van San Stefano opgelegd, die Rusland en Bulgarije de macht over de Balkan zou verschaffen. De verdere inname van Centraal-Azië door Rusland stond de grote Europese machten bovendien niet aan. Oostenrijk-Hongarije en Engeland protesteerden en al snel dreigde een oorlog.
Bismarck had hier geen behoefte aan, en nodigde daarom Engeland, Frankrijk, Rusland, Oostenrijk-Hongarije, Italië en Turkije uit op het Congres van Berlijn. Hier zou de kwestie worden opgelost en de wereld opnieuw worden ingedeeld. Officieel zouden alle mogendheden op voet van gelijkheid aan tafel zitten. In feite kwamen slechts de landen aan het woord die Bismarck aan het woord wilde laten. De Turken waren slechts uitgenodigd om hun grondgebied af te staan, en werden verder genegeerd en vernederd. Een van hun afgevaardigden, Mehmed Ali Pasha, was van huis uit een Duitser en werd om die reden door Bismarck als verrader gezien en consequent genegeerd.
Andere landen mochten al blij zijn als hun diplomaten op culturele evenementen rondom de conferentie aanwezig mochten zijn. Slechts de Grieken werd het veroorloofd een halfuur te spreken. De Roemenen konden dit slechts via hun beschermheer Italië, en Bulgarije via Rusland. Servië had het bij de Russen verbruid en werd vrijwel genegeerd.
De Franse expansieplannen in Afrika worden aangekaart. Groot-Brittannië en Italië klagen over de Russische invloed in de Middellandse Zee. Oostenrijk-Hongarije en Italië zijn ongelukkig met de Russische uitbreiding in de Balkan.
De Vrede van San Stefano, werd als eerste gematigd. Rusland wordt gedwongen het grootste deel van zijn overwinningen af te staan aan de grootmachten. Bismarck bemiddelt en Groot-Bulgarije wordt verdeeld onder Turkije, Servië en Roemenië. Zuid-Bulgarije, beter bekend als Oost-Roemelië, wordt aan de Turkse sultan teruggegeven. Slechts een klein semi-onafhankelijk Noord-Bulgarije blijft over. Oostenrijk-Hongarije wordt tot ongenoegen van Servië belast met het toezicht op Bosnië en Herzegovina. Meteen na het congres trekken Oostenrijkse troepen Bosnië en Herzegovina binnen. Daar worden ze niet gezien als bevrijders van het Turkse juk, maar als vijanden. Aan Oostenrijkse zijde vallen vele doden en gewonden. In Wenen worden allerlei noodhospitalen ingericht, onder andere in het paleis Schönbrunn.
Tegen de wil van Turkije neemt Groot-Brittannië Cyprus in bezit. Als compensatie voor het Russische verlies wordt dat land de Kaukasus aangeboden. En omdat de Fransen hier een probleem in zien wordt hun Tunesië aangeboden. Thessalië wordt aan Griekenland gegeven, de Dobroedzja gaat naar Roemenië, maar dat land moet dan wel Bessarabië afstaan aan Rusland.
Bismarck had zijn doel bereikt. Groot-Brittannië was namelijk tevredengesteld met Cyprus en Frankrijk met Afrika (wat het land hopelijk zou afleiden van het verdriet over het verlies van Elzas-Lotharingen), terwijl de Oostenrijkse bondgenoot een deel van de koek kreeg en daarmee sterker aan Duitsland werd gebonden. Toch was er wrevel: Rusland was teleurgesteld over Bulgarije, terwijl Engeland en Oostenrijk vonden dat het al veel te veel kreeg. De Turken waren boos en voelden wrevel tegen alle grootmachten, terwijl de Britten zorgelijk naar de Franse uitbreiding in Afrika keken. Er was vrede, maar de Europese machten waren tegen elkaar uitgespeeld. De kans op een anti-Duitse coalitie was hierdoor kleiner dan ooit.... en dat was natuurlijk precies Bismarcks bedoeling!
[bewerken] Zie ook
- Koloniale Conferentie van Berlijn voor de conferentie van 1884 - 1885.
- Vrede van Berlijn (1878)

