Gentse Opstand (1540)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Keizer Karel V bestrafte zijn geboortestad.
Spanjaardenkasteel gebouwd naar aanleiding van de Concessio Carolina

Deze Gentse Opstand was een revolte in Gent tegen keizer Karel V van 1539 tot 1540.

Aanloop[bewerken]

De aanleiding voor de opstand was het ongenoegen over de hoge belastingen die door Keizer Karel landvoogdes Maria van Hongarije in 1537 werden opgelegd, die vooral gebruikt werden ter financiering van de verovering van Italië. Aan het graafschap Vlaanderen werd 1,2 miljoen Karolusgulden gevraagd in de vorm van een bede. Alle gewesten stemden hiermee in behalve Vlaanderens eerste lid Gent. Het ongenoegen tegenover de fiscale politiek Roomse keizer Karel V groeide binnen de Arteveldestad. Op 28 augustus 1537 wordt het Gentse Calfvel, dat vele stedelijke privilegiën inperkte, publiekelijk verscheurd. Dit betekende een regelrechte inbreuk op de soevereiniteit van Karel V.

Keizerlijke interventie[bewerken]

Eind 1539 vertrok keizer Karel vanuit Madrid richting de Habsburgse Nederlanden. Omdat Vlaanderen in het algemeen en Gent in het bijzonder een belangrijk handelscentrum was voor het Spaanse Rijk kwam keizer Karel op 14 februari 1540 persoonlijk met een grote legermacht naar Gent om de opstand te onderdrukken. Nadat hij daarin slaagde, verplichtte hij de Gentse edellieden blootsvoets voor hem te lopen met een strop rond hun nek. Sindsdien worden Gentenaars stroppendragers genoemd.

Om nieuwe opstanden te voorkomen, werden de Gentenaars verplicht grote delen van de Sint-Baafsabdij af te breken om plaats te maken voor het Spanjaardenkasteel, een zogenaamde 'dwangburcht'.

Nasleep[bewerken]

Keizer Karel perkte de stedelijke privilegiën na de opstand opnieuw sterk in. Hij ging verder dan het verscheurde Calfvel via zijn Concessio Carolina. Dit hield in dat de schepenen voortaan door de vorst werden aangesteld en hun gezag ingekrompen, de Collatie of Brede Raad afgeschaft, de neringen in hun macht beperkt. De concessie bleef tot het einde van het Ancien Régime van kracht.

Zie ook[bewerken]