ICI

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Imperial Chemical Industries (ICI) is een van oorsprong Brits bedrijf en was een van de grootste chemische concerns ter wereld. Het heeft bestaan van 1926 tot 2007, toen het werd overgenomen door AkzoNobel.

In 1926 werd op een schip, de RMS Aquitania, een overeenkomst gesloten tussen vier Britse chemieconcerns, en wel:

De overeenkomst was een reactie op de opkomende Duitse en Amerikaanse chemische industrie. Op 7 december 1926 vond de formele oprichting plaats. Men had 33.000 medewerkers en produceerde alkali, metalen, explosieven, textielverven en bulkchemicaliën. Als hoofdkantoor werd het Imperial Chemical House gebouwd aan de Millbank te Londen, in art-decostijl. Ondanks de moderne aanpak veroorzaakte de economische crisis bijna een faillissement in 1929. Met name de kunstmestindustrie, een van de belangrijkste pijlers van het bedrijf, kampte met overproductie.

Plastic[bewerken]

In de daaropvolgende jaren ontwikkelde zich de kunststofproductie. Het woord: plastic is zelfs door ICI bedacht in 1927. In 1933 werd, door toeval, de vorming van polyetheen ontdekt door Reginald Gibson en Eric Fawcett als bijproduct van fundamenteel onderzoek naar processen onder zeer hoge druk. Omdat ICI niet verder werkte aan commercialisering van dit product, onthulde Fawcett in 1935 zijn bevindingen voor de Faraday Society. Het was een gelukkig toeval dat de aanwezige Duitse chemici hier niet te veel aandacht aan hebben geschonken. Voortgezet onderzoek op het gebied van polymerisatie leverde patenten en een commercieel aantrekkelijk productieproces voor polyetheen op. De eerste toepassing was voor radarkabels, omdat polyetheen voor betere isolatie dan het tot dan toe gebruikte guttapercha zorgde. Het plastic werd nog vervaardigd op basis van alcohol die uit melasse was verkregen. In de Verenigde Staten ontwikkelde zich deze industrie echter op basis van aardolie.

In 1932 werd het Perspex uitgevonden door ICI-medewerker John Crawford. Een voor de hand liggende toepassing was de cockpitramen van militaire vliegtuigen, voor het eerst bij de Spitfire toegepast.

Na de Tweede Wereldoorlog nam het huishoudelijk gebruik van chemische producten, met name in wasmiddelen en plastics, enorm toe en ICI leverde de basismaterialen hiervoor. De opkomst van de supermarkt was mede mogelijk door het gebruik van polyetheenfolie als verpakkingsmiddel. Voorts kreeg men de beschikking over de technologie voor polyurethaan, dat door Otto Bayer in Duitsland was uitgevonden en geproduceerd door IG Farben. Het werd als isolatieschuim gebruikt in V2-raketten en militaire voertuigen. De ICI-chemicus Reg Hurd ontwikkelde hieruit het MDI-schuim, dat ruime toepassing vond in huishoudelijke koelkasten. Ook nieuwe kleur- en verfstoffen werden ontwikkeld.

Kunstvezels[bewerken]

In 1939 verkreeg ICI een licentie om nylonvezel te produceren, uitgevonden door DuPont. Samen met Courtaulds werd in 1940 het bedrijf British Nylon Spinners opgericht.

In 1941 werd het eerste polyester ontwikkeld onder de merknaam Terylene, en dit leidde in 1956 tot de oprichting van een kunstvezeldivisie, die in 1966 samen ging met British Nylon Spinners tot ICI Fibres Ltd.

Kernsplitsing[bewerken]

ICI heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de atoombom door op industriële schaal uranium te produceren, maar hieraan kwam in 1945 een einde, toen het onderzoek door de UK Atomic Energy Authority werd overgenomen. ICI leverde enkele bestuurders aan dit orgaan.

Farmacie[bewerken]

Deze activiteit begon in 1936, toen de dyestuffs groep onderzoek opstartte naar synthetische organische farmaceutica. De oorlogsdreiging leidde tot het kraken van Duitse patenten. In 1939 startte aldus de productie van mecaprine, een synthetische vervanger van kinine. Verdere medicijnen, zoals Paludrine, volgden. Daarnaast werd in 1953 een anesthesiemiddel op basis van halothaan, onder de merknaam Fluothane.

In 1957 werden de farmaceutische activiteiten samengebracht in een nieuwe divisie te Alderly Park in Cheshire. Onderzoek van de latere Nobelprijswinnaar James Black leidde tot de ontwikkeling van bètablokkers, met in 1962 een prototype en in 1965 een marktintroductie onder de merknaam Inderal.

Bestrijdingsmiddelen[bewerken]

In 1927 werd een kenniscentrum voor de agrarische sector opgericht, aanvankelijk voor onderzoek naar de toepassing van kunstmest, maar evenzeer bestrijdingsmiddelen als Gammexane (hexachloorcyclohexaan), een insectenbestrijdingsmiddel, en Methoxone, een hormonale onkruidverdelger. Gammexane werd uiteindelijk vervangen door DDT, geproduceerd door Geigy.

Synthetische eiwitten[bewerken]

Men wilde in de jaren 60 van de 20e eeuw een synthetisch eiwit ontwikkelen voor gebruik in veevoeder. Dit bleek erg moeilijk, waarop men het probeerde op basis van vergisting van methaan, hoofdbestanddeel van aardgas. Uiteindelijk vond men een bacterie die op methanol wilde groeien. In 1971 was er een proeffabriek, en men produceerde Pruteen, bedoeld als vervanger van soja. Toen echter ten gevolge van de oliecrisis van 1973 de aardolieprijzen stegen - en de sojaprijzen daalden - werd het project twijfelachtig. Niettemin werd in 1976 een fabriek gestart voor 50 kton/jaar. Deze heeft nooit zijn capaciteit volledig benut.

Het onderzoek bracht wel biotechnologische kennis in het bedrijf.

Verdere ontwikkelingen[bewerken]

In het begin van de jaren 80 van de 20e eeuw was, mede ten gevolge van de recessie, het bedrijf verliesgevend, maar in 1984 werd weer winst gegenereerd. In 1986 werd de Amerikaanse verfproducent Glidden overgenomen en in 1985 de chemische activiteiten van Beatrice en Garst seed. In 1987 werd Stauffer Chemicals overgenomen. Dit waren alle Amerikaanse bedrijven. In 1993 werden de farmaceutische en agrochemische activiteiten afgesplitst en gingen verder onder de naam Zeneca, in 1999 gefuseerd met het Zweedse Astra tot AstraZeneca, waarna de agrochemische tak in 2000 samen met die van het Zwitserse Novartis opging in Syngenta. Brunner Mond werd in 1991 weer zelfstandig en ging later tot Tata Industries behoren. Nog tal van andere bedrijven werden afgestoten en kwamen terecht bij, bijvoorbeeld Dow Chemicals, INEOS, Sabic, Huntsman of gingen als zelfstandige onderneming verder. Vooral de bulkchemie werd afgestoten, en in 2001 waren verfproducten en fijnchemicaliën de belangrijkste producten van ICI. Men had toen wereldwijd 38.600 mensen in dienst. Nu produceerde men: smaakstoffen, bindmiddelen voor de voedingsmiddelenindustrie, geurstoffen, oppervlakteactieve stoffen (surfactants), polymeren, adhesieven en vele verfproducten. In 2006 werden de geurstoffen afgestoten en ook de surfactants, waarna de verfproducten 50% van de omzet uitmaakten.

Uiteindelijk werd het bedrijf ICI overgenomen door AkzoNobel, waarbij ook de Duitse groep Henkel een rol speelde. AkzoNobel was vooral in de verfdivisie geïnteresseerd. Op 2 januari 2008 werd de overname officieel bekrachtigd. De onderdelen kleefstoffen en elektronische materialen werden doorverkocht aan Henkel en de andere werden in AkzoNobel geïntegreerd, waardoor de naam ICI definitief tot de geschiedenis behoorde.

Externe bronnen[bewerken]