John Fisher (admiraal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Arbuthnot Fisher
de oude Fisher met de jonge Churchill in December 1914
de oude Fisher met de jonge Churchill in December 1914
Bijnaam Jack of Jacky Fisher
Geboren 25 januari 1841
Ramboda, Brits-Ceylon
Overleden 10 juli 1920
Londen
Land/partij Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Onderdeel Marine
Dienstjaren 1854-1909 en 1914-1915
Rang Admiraal

John Arbuthnot 'Jack' Fisher, Baron of Kilverstone (1841 - 1920) was een Brits admiraal tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Fisher werd geboren op Brits-Ceylon op 25 januari 1841.[1] John Arbuthnot was de eerste van 11 kinderen van Sophie en William Fisher, een kapitein in het leger.[1] Op zijn zesde vertrok hij naar Londen om bij de vader van zijn moeder te gaan wonen. Hij heeft zijn vader nooit meer gezien, William Fisher kwam om toen hij van zijn paard viel. John was toen 15 jaar oud.[1]

Op 13 juli 1854 kwam hij naar Portsmouth om gekeurd te worden voor de marine op de HMS Victory, het oude vlaggenschip van Nelson. Hij werd goedgekeurd. In die tijd was er geen aparte school voor aankomend marinepersoneel, ze werden direct op een schip geplaatst voor een opleiding in de praktijk. Zijn eerste schip was de Calcutta, deze lag als reserveschip in de haven maar werd klaar gemaakt voor de inzet in de Baltische Zee om Russische havens te blokkeren tijdens de Krimoorlog.[1] Fisher ging vervolgens naar de Highflyer, en diende in het Verre Oosten en in 1860 werd hij benoemd tot luitenant op de Furious.[1] Met de Furious kwam hij in augustus 1861 terug in Engeland. Hier werd hij actief op de HMS Excellent, een artillerieschietschool voor de marine, en hield zich bezig met systemen en tactieken voor de nieuwe moderne achterladers en verschillende type torpedo’s.[1] In april 1863 kreeg bij een benoeming op de HMS Warrior, de eerste moderne ironclad van de Britse marine.[1]

In 1866 trouwde Fisher met Frances Katherine Broughton. Zij was op de trouwdag ook 25 jaar. Ze bleven voor vijftig jaar bij elkaar en ze kregen samen een zoon en drie dochters.[1]

Na een lange periode op zee, waaronder hij ook actief was in de Middellandse Zee, werd hij in november 1886 benoemd tot hoofd van de bewapening. Gedurende de vijf jaren dat hij deze post bezette hield hij zich bezig met het ontwerp, bouw en verbetering van alle typen kanons, torpedo’s en munitie.[1] In 1890 werd hij benoemd tot Rear Admiral en was tussen mei 1891 en februari 1892 hoofd van de marine scheepswerf in Portsmouth.[1] Fisher zorgde er voor dat de HMS Royal Souvereign, die pas half klaar was na een bouwtijd van 20 maanden, 12 maanden na zijn komst gereed kwam.[1] Met een totale bouwtijd van 32 maanden was dit een record.[1]

Hij klom verder op en werd op 20 oktober 1904 verantwoordelijk voor de hele Britse vloot als First Sea Lord. In zijn uitzonderlijk lange loopbaan van 60 jaar zette hij zich in voor modernisering, de overgang van zeilschepen naar stoomschepen, houten schepen naar schepen uit staal, de overgang van voorladerkanons naar achterladers, de invoering van dreadnoughts met minder, maar zwaardere kanons in draaibare geschuttorens in plaats van in lijn. Zijn motto was "fear God but dread nought". Hij verkocht of verschrootte verouderde schepen en investeerde in nieuwe. "Die zijn te zwak om te vechten en te traag om te vluchten", argumenteerde hij. Hij bestudeerde ook een groots plan om alle Britse schepen om te vormen van kolen en stoom naar dieselmotoren. Fisher voerde ook de eerste duikboten en vliegdekschepen in. Hij ging met pensioen, maar werd tijdens de Eerste Wereldoorlog teruggeroepen. Toen al bejaard, kreeg hij het aan de stok met de jonge Winston Churchill. Naar aanleiding van de Slag om Gallipoli werden ze allebei ontslagen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h i j k l (en) Dreadnought van Robert K. Massie. Uitgever: Random House, New York,1991. ISBN 0-394-52833-6. Hoofdstuk 23, Jacky Fisher, p. 401-432