Le Sacre du printemps

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Le Sacre du Printemps
Théâtre des Champs-Élysées in Parijs,toneel van de première op 29 mei 1913
Théâtre des Champs-Élysées in Parijs,
toneel van de première op 29 mei 1913
Componist Igor Stravinsky
Soort compositie ballet
Gecomponeerd voor symfonieorkest
Opusnummer W21
Compositiedatum 1911-1913
Première 29 mei 1913
Duur ca. 34 minuten
Vorige werk Zvezdoliki
Volgende werk Trois Poésies de la Lyrique Japonaise
Oeuvre Oeuvre van Igor Stravinsky
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Beluister

(info)
Igor Stravinsky
Vaslav Nijinsky
Pierre Monteux

Le Sacre du Printemps - Tableaux de la Russie païenne en deux parties (De Lentewijding - Beelden van het heidense Rusland in twee delen) (W21), in het Russisch Весна священная en in het Engels Rite of Spring, is een ballet van Serge Diaghilevs Ballets Russes op muziek van de Russische componist Igor Stravinsky, met een choreografie van de danser Vaslav Nijinsky en met decor- en kostuumontwerpen van de kunstenaar en archeoloog Nikolaj Rjorich.

Le Sacre du Printemps geldt als een van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw. De première vond plaats op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Elysées te Parijs. Pierre Monteux dirigeerde het orkest. Het idee voor het ballet kwam voort uit Nikolaj Rjorichs belangstelling voor primitieve culturen. Stravinsky zelf schreef het scenario. Het ballet bestaat uit twee delen: l'Adoration de la Terre (De aanbidding van de Aarde) en Le Sacrifice (Het Offer).

Inhoud[bewerken]

Het ballet geeft een prehistorische wereld weer. Een jonge maagd is uitverkoren om zich letterlijk dood te dansen, als offer aan de zonnegod. Hieronder een indeling van het volledige ballet.

  • Première partie: l’Adoration de la terre
    • Introduction
    • Les Augures printaniers – Danse des adolescentes
    • Jeu du rapt
    • Rondes printanières
    • Jeux des cités rivales
    • Cortège du Sage – Adoration de la terre – Le Sage
    • Danse de la terre
  • Seconde partie: Le Sacrifice
    • Introduction
    • Cercles mystérieux des adolescentes
    • Glorification de l’élue
    • Evocation des ancêtres
    • Rituel des ancêtres
    • Danse sacrale de l’élue)

Instrumentatie[bewerken]

Het stuk is geschreven voor een orkest met grote bezetting. Opmerkelijk zijn de ongebruikelijk grote aantallen blaasinstrumenten in het lage register zoals twee althobo's, twee basklarinetten, twee contrafagotten, twee tuba's en een altfluit. Daarnaast zijn er ongebruikelijke instrumenten opgenomen in het orkest, zoals een piccolotrompet, een Wagnertuba en een güiro.

De volledige bezetting bestaat uit piccolo, 3 fluiten (waarvan één dubbelt op piccolo 2), altfluit, 4 hobo's (waarvan één dubbelt op althobo 2), althobo, esklarinet, 3 klarinetten (waarvan één dubbelt op basklarinet 2), basklarinet, 4 fagotten (waarvan één dubbelt op contrafagot 2), contrafagot, 8 hoorns (waarvan twee dubbelen op Wagnertuba), piccolo trompet, 4 trompetten (waarvan één dubbelt op bastrompet), 3 trombones, 2 tuba's, pauken (minimaal 5 stuks bespeeld door 2 spelers), grote trom, bekkens, tamtam, crotales, triangel, tamboerijn, güiro, eerste en tweede violen, altviolen, cello's en contrabassen.

Opmerkelijk is ook dat voor sommige instrumenten in een ongebruikelijk register is geschreven. Het duidelijkst is dat bij de fagotsolo waar het stuk mee opent. De eerste noten zijn geschreven in het allerhoogste bereik van de fagot. Een anekdote vertelt dat de componist Camille Saint-Saëns niet herkende door welk instrument de solo gespeeld werd. Toen hem werd verteld dat het een fagot was, zou hij verontwaardigd de zaal hebben verlaten.

Bespreking[bewerken]

Le Sacre du Printemps was na L'Oiseau de Feu (De Vuurvogel) en Petroesjka het derde balletstuk dat Stravinsky schreef voor Les Ballets Russes. Tegenwoordig wordt de muziek vaak in de concertzaal uitgevoerd als zelfstandig stuk. Het was zowel qua muziek als qua choreografie onconventioneel. Het muziekstuk is, in tegenstelling tot de westerse traditie tot dan toe, gebaseerd op een strakke ritmische complexiteit. De ritmesectie van het orkest heeft een heel duidelijke rol in het stuk. Vaak dient de muziek om het ritme meer vorm, meer body te geven en niet andersom. Op deze wijze introduceerde Stravinsky nieuwe concepten.[1] Ook in harmonisch opzicht sloeg Stravinsky nieuwe wegen in.[2]

Ook de choreografie van Vaslav Nijinsky was vernieuwend en had nauwelijks iets met traditioneel ballet te maken. De première op 29 mei 1913 was dan ook verre van succesvol. Al direct na de eerste noten kwamen delen van het publiek in opstand. Voor- en tegenstanders gingen zelfs met elkaar op de vuist. Het stuk kon alleen maar uitgespeeld worden doordat inderhaast opgetrommelde gendarmes enige rust in de zaal herstelden. Het kostte Monteux veel moeite onverstoorbaar door te dirigeren.[3] Vooruitstrevende kunstenaars als Jean Cocteau, Gertrude Stein en Maurice Ravel waren in de zaal aanwezig. Ravel zag direct het belang in van de muziek. In een brief aan een vriend schreef hij dat die beslist moest gaan luisteren: de première zou een belangrijke betekenis hebben in de muziek. Ravel zelf nam van harte deel aan de rellen tijdens de première. Toen hij aan een buurvrouw aangaf dat ze stil moest zijn omdat hij wilde luisteren en zij reageerde met "vuile jood", waren de rapen gaar. Het verhaal gaat dat Monteux na afloop het gebouw via het wc-raampje moest verlaten omdat hij het er anders niet levend van af zou brengen.[4]

De dag na de opvoering stond er in de kranten: "Ce n'est pas le sacre du printemps, mais le massacre du tympan" (Het is niet het lenteoffer, maar de slachting van het trommelvlies). Het was overigens niet zozeer Stravinsky's muziek die het grootste tumult veroorzaakte, maar vooral Nijinsky's choreografie, die woester en wilder was dan wat men ooit had meegemaakt. De vraag werd opgeroepen of een ballet waarbij de dansers, gekleed als boeren, met hun lichaam schudden en met hun voeten stampten, de naam ballet nog wel waardig was. Zowel de dansers als de orkestleden hadden moeite met de ongewone ritmische accenten en de vele maatwisselingen. De tweede uitvoering op 4 juni verliep overigens veel rustiger en Ravel, opnieuw in de zaal aanwezig, merkte op dat de muziek zelfs te horen was geweest.

Monteux[bewerken]

De naam Pierre Monteux is altijd verbonden gebleven aan Le Sacre du Printemps. Hij dirigeerde niet alleen de geruchtmakende wereldpremière in 1913, maar ook de Amerikaanse première in 1924 met het Boston Symphony Orchestra in Carnegie Hall in New York City. Onder de toehoorders was de 15-jarige Elliott Carter, die zo onder de indruk was, dat hij op dat moment besloot zijn leven aan de muziek te gaan wijden.

Monteux was ook de eerste die van Le Sacre een grammofoonopname maakte, in 1929 op vier 78 toerenplaten van het label Disque Gramophone, met het Orchestre symphonique de Paris (onder de naam "Grand Orchestre Symphonique"). Later nam hij het werk nog drie keer op, steeds voor RCA Victor: in 1945 met het San Francisco Symphony Orchestra, in 1951 met het Boston SO en in 1954 met het Orchestre de la Société des Concerts du Conservatoire. Opnamen van Monteux' live-uitvoeringen van Le Sacre in 1955 (Parijs) en 1957 (Boston) verschenen als bootleg op piratenlabels.

In 1963, bij het 50-jarig jubileum van Le Sacre, leidde Monteux het London Symphony Orchestra in de Royal Albert Hall in Londen in Stravinsky's aanwezigheid. Componist en dirigent kregen een staande ovatie die 15 minuten duurde. Monteux had eerder verklaard: "Ik wil dit werk alleen nog maar dirigeren bij twee gelegenheden: als het vijftig jaar oud is in 1963 en als ik zelf honderd ben in 1975". Het eerste heeft hij kunnen waarmaken, het tweede niet: hij stierf in 1964.

Bijzondere versies[bewerken]

Le Sacre, gedirigeerd door Leopold Stokowski, figureerde ook als onderdeel van Walt Disney's animatiefilm Fantasia uit 1940. Op de tonen van de muziek ontrolt zich de geschiedenis van de prehistorie met de opkomst en het verdwijnen van de dinosaurussen.

Al uit de ontstaansperiode van Le Sacre dateert een transcriptie voor piano quatre mains (W21.1). Stravinsky heeft testamentair bepaald dat er van Le Sacre geen bewerkingen gemaakt mogen worden, maar toch verkreeg pianist-componist Maarten Bon (1933-2003) van de erven en van Stravinsky's assistent Robert Craft toestemming voor een bewerking voor vier piano's. Bon heeft het stuk na de première in 1981 in het Amsterdamse Concertgebouw vaak uitgevoerd met zijn Amsterdam Piano Quartet.

Op 29 augustus 2008 voerde de Kölner Akademie onder leiding van Michael Alexander Willens tijdens het openingsconcert van het Festival Oude Muziek Utrecht Le Sacre 'authentiek' uit, dat wil zeggen gerealiseerd met de middelen en opvatting (muziekinstrumenten, tempo-aanduidingen, articulaties) van de première in 1913.

Het ballet[bewerken]

Tot de talloze choreografen[5] die hun eigen visie op Le Sacre du Printemps op de planken hebben gebracht (te beginnen met Nijinsky in 1913) behoren:
Mary Wigman (1957) - Maurice Béjart (1959) - Sir Kenneth Macmillan (1962) - Hans van Manen (1974) - Pina Bausch (1975) - Vittorio Biagi (1975) - Paul Taylor (1980) - John Taras (1981) - Norbert Vesak (1982) - Martha Graham (1984) - Mats Ek (1984) - Jorge Lefebre (1988) - Marie Chiounard (1993) - Mauricio Wainrot (2001) - Angelin Preljocaj (2001) - Uwe Scholz (2003) - Régis Obadia (2003) - Doug Varone (2003) - Shen Wei (eerste, 2003) - Emanuel Gat (2004) - Andonis Foniadakis (2007) - Heddy Maalem (2008) - Adam Hougland (2009) - Shen Wei (tweede, 2013) - Joost Vrouenraets (2013)

Een reconstructie van Nijinsky's choreografie bracht Robert Joffrey in 1987 op de planken in samenwerking met danswetenschapper Millicent Hodson en kunsthistoricus Kenneth Archer.[6]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pieter C. Van den Toorn: Stravinsky and the "Rite of Spring": The beginnings of a musical language. Oxford University Press, Oxford, 1987. ISBN 0193153319. University of California Press, Berkeley / Los Angeles. ISBN 0520059581
  2. Allen Forte: The harmonic organization of the Rite of Spring. Yale University Press, New Haven, 1978. ISBN 0300022018
  3. John Canarina: Pierre Monteux, Maître. Amadeus Press, Pompton Plains, New Jersey, 2003. ISBN 1574670824
  4. Een "wanderlegende": hetzelfde zou Richard Wagner zijn overkomen bij zijn eerste opvoering in Parijs.
  5. Shelley C. Berg: Le sacre du printemps. 7 productions from Nijinsky to Martha Graham. UMI Research Press, Ann Arbor, 1988. ISBN 0-8357-1842-5
  6. Millicent Hodson: Nijinsky's crime against grace: Reconstruction of the original choreography for "Le sacre du printemps". Pendragon Press, Hillsdale (NY), 1996. ISBN 0-945193-43-2

Verdere literatuur

  • Igor Stravinsky & Robert Craft: Expositions and Developments. University of California Press, Berkeley, 1962. ISBN 0520044037
  • Peter Hill: Stravinsky: The Rite of Spring. Cambridge University Press, Cambridge, 2000. ISBN 0-521-62221-2

Externe links