Paul van Ostaijen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|||
| Geboren | 22 februari 1896 | ||
| Overleden | 18 maart 1928 | ||
| Jaren actief | 1916-1928 | ||
| Genre(s) | Dichtkunst | ||
|
|||
Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (Antwerpen, 22 februari 1896 – Miavoye-Anthée, 18 maart 1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Van Ostaijen werd geboren uit een Nederlandse vader en een Vlaamse moeder. Op de middelbare school werd hij als een probleemgeval beschouwd. In juli 1913 werd hij uiteindelijk van school gestuurd. Een paar maanden later ging hij aan de slag als bediende op het Stadhuis van Antwerpen. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vlucht van Ostaijen met zijn familie naar Nederland, maar toen Antwerpen in de handen van de Duitsers viel, keerde hij terug en ging weer aan de slag op het stadhuis. Hij begon het Antwerpse uitgaansleven te verkennen en werd al gauw een bekendheid. De dichter had als bijnaam Meneer 1830, omdat hij als dandy in de mode van die tijd in Antwerpen langs de Meir en de De Keyserlei flaneerde.
Paul van Ostaijen was een overtuigd flamingant en raakte betrokken bij het activisme. In november 1917 werd hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens het uitfluiten van de franskiljonse kardinaal Mercier die naar Antwerpen kwam om daar een grote processie te houden. Door toedoen van het Duitse bestuur hoefde hij echter niet de cel in. Na de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Berlijn om niet gearresteerd te worden. Hij verzeilde er in een diepe geestelijke crisis. In Berlijn kwam hij tevens in contact met literatoren en kunstenaars van het dadaïsme en expressionisme. Hij begon toen ook meer proza te schrijven.
Nadat hij in 1921 uit ballingschap teruggekeerd was naar België en in Brussel een kunstgalerij had geopend, begon hij te lijden aan tuberculose. Hij overleed op 18 maart 1928 aan de gevolgen hiervan in het sanatorium van Miavoye-Anthée in de Ardennen. Hij werd aanvankelijk in dit dorpje begraven, maar werd herbegraven op het Antwerpse Schoonselhof. Op 8 november 1972 kreeg hij er zijn definitieve rustplaats op het erepark. Zijn 'zuivere lyriek' werd postuum uitgegeven onder de titel Nagelaten gedichten.
[bewerken] Werk
[bewerken] Dichtbundels
- Music Hall (1916) (decadentisme)
- Het Sienjaal (1918) (humanitair expressionisme)
- Bezette Stad (1921) (typografisch expressionisme)
- Het eerste boek van Schmoll (1928) (Poési Pure)
- Feesten van Angst en Pijn (geschr. 1921, posth. gepubl.) (kalligrafisch expressionisme)
- Nagelaten gedichten (1928) (organisch expressionisme) met o.a. Melopee
[bewerken] Andere publicaties
- De trust der vaderlandsliefde (1925, grotesken)
- Gebruiksaanwijzing der lyriek (poëticale lezing, 1926)
- Het bordeel van Ika Loch (1926, grotesken)
- Vogelvrij (1928, grotesken)
- De bende van de stronk (1932, grotesken)
[bewerken] Citaten
- «Poëzie = woordkunst. Poëzie is niet: gedachte, geest, fraaie zinnen, is noch doctoraal, noch dada. Zij is eenvoudig een in het metafysiese geankerd spel met woorden.»
- «Dichtkunst mededeling van gedachten! Waarom niet: dichtkunst een berijmde moraalkodeks! Een timmerman moet een goede tafel maken. Niet een zedelike tafel, niet een … ethiese tafel. Zo de dichter.»
- «Ik ben twee-en-dertig haast en ben nog niet getrouwd. Zal ik dan op alle punten een toonbeeld moeten zijn van de integriteit eens kunstenaars? Zal ik dan in alle vakken van de kunst de eerste prijs halen?»
- «Bezette Stad was een vergif, als tegengif gebruikt. Het nihilisme van Bezette Stad kureerde mij van een oneerlijkheid, die ik eerlijkheid waande, en van buitenlyriese hoge-borst-zetterij. Daarna werd ik een doodgewoon dichter, dit is iemand die gedichtjes maakt voor zijn plezier, zoals een duivenmelker duiven houdt. Ik maak geen aanspraak op de medalje van burgerdeugd.»
[bewerken] Trivia
- In het Neroalbum De Ring van Petatje (1953) verklaart Nero's muze "Schiller, Vondel en Pol Van Ostayen te hebben bijgestaan." (strook 38).
- In het Neroalbum De Prinses van Wataboeng (1995) wordt Nero in strook 4 drummer en verklaart: "Boem Boem Paukeslag. Zoals bij Van Ostaijen." (strook 4)
- Naar aanleiding van de dichtbundel Bezette Stad (die verwantschap vertoont met het dadaïsme) verscheen in 1993 de gelijknamige strip Bezette Stad met in de hoofdrol Van Ostaijen.
- De Vlaamse beeldhouwer Wilfried Pas maakte in 1996 een bronzen beeld van de schrijver, naar aanleiding van het Van Ostaijenjaar. Het staat sindsdien opgesteld op een met bomen omzoomd stemmig pleintje aan de Minderbroedersrui in de binnenstad van Antwerpen. Vooral de vitaliteit van de dichter heeft de beeldhouwer willen tot leven wekken, het beeld van een dichter op zijn qui-vive.
- 1996 was het Van Ostaijenjaar omdat het toen honderd jaar geleden was dat Van Ostaijen geboren was.
- In 2005 eindigde hij op nr. 50 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.
[bewerken] Externe links
- De nagelaten gedichten
- Van Ostaijen in de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren
- Van Ostaijen op Pandora
- Boek Circus Dubio & Schroom, over Van Ostaijen en Nijhoff
- Over Van Ostaijens ontwikkeling
- Doctoraalscriptie over de elektronisch-poëtische potentie van Bezette Stad met animaties van delen uit de dichtbundel
- Werk van Van Ostaijen in het Coster-huis
- Voor nieuws over de film "De Jazz van het Bankroet" naar het script van Paul van Ostaijen uit 1920

