Pierre Deligne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pierre Deligne in maart 2005

Pierre René Deligne (Brussel, 3 oktober 1944) is een Belgische wiskundige.

Deligne studeerde in 1966 af aan de Vrije Universiteit Brussel en verdedigde zijn proefschrift in 1968 aan diezelfde universiteit. Hierna werkte hij tot 1984 aan het Institut des hautes études scientifiques in Parijs, waar hij met onder andere Alexander Grothendieck samenwerkte. Sinds 1984 werkt hij aan het Institute for Advanced Study in Princeton. Zijn onderzoek beslaat onder meer modulaire vormen, Hodge-theorie, K-theorie en algebraïsche groepen.

Deligne werd in 1978 de Fields-medaille toegekend, in 2006 werd hij burggraaf en in 2008 kreeg hij de Wolfprijs voor wiskunde (laatste tezamen met Phillip Griffiths en David Mumford). Zijn beroemdste resultaat is waarschijnlijk zijn bewijs van de Weil-vermoedens, een soort Riemann-hypotheses voor eindige lichamen.

Op 20 maart 2013 kreeg hij de Abelprijs voor wiskunde. Deligne krijgt de prijs voor zijn "oorspronkelijke bijdrage tot de algebraïsche geometrie en hun impact op de getallentheorie, de representatietheorie en verwante gebieden". Hij slaagde er meer bepaald in om verbanden te leggen tussen deze mathematische domeinen door een wiskundig onderbouwd model te ontwerpen.