Riemann-hypothese
De Riemann-hypothese (RH) of het Riemann-vermoeden is het vermoeden dat het reële deel van alle niet-triviale nulpunten (de triviale nulpunten zijn
) van de Riemann-zèta-functie gelijk is aan 1/2. Het vermoeden werd in 1859 door Bernhard Riemann geformuleerd en geldt als een van de belangrijkste onopgeloste problemen in de wiskunde [1].
Op de Riemann-hypothese (en haar generalisaties) steunen vele andere belangrijke resultaten[2]. De meeste wiskundigen beschouwen de Riemann-hypothese als waar. [3] Dit is een van zeven wiskundige vraagstukken waarvoor het Clay Mathematics Institute een Millennium Prize van $1.000.000 uitgeloofd heeft in 2000, voor het eerste juiste bewijs van de hypothese.[4]
Inhoud |
[bewerken] Relatie met priemgetallen
De Riemann-hypothese kan worden gezien als een verfijning van de priemgetalstelling. De priemgetalstelling geeft een nauwkeurige schatting voor het aantal priemgetallen en de Riemann-hypothese vertelt ons hoever de priemgetalstelling ernaast zit. Dit kunnen we preciezer schetsen aan de hand van de Tschebychev psi-functie ψ(x) die sterk verwant is aan de zeta-functie. Voor deze functie geldt de formule: [5]
In deze formule loopt de som over alle niet triviale nulpunten r van de zeta-functie en moet gelden dat x > 1. Er is een vergelijkbare formule voor de zeta-functie maar die is wat ingewikkelder. De priemgetallenstelling is equivalent met de opmerking dat de term x in de formule domineert, dus dat ongeveer ψ(x) = x. We zien dat dit alleen het geval is wanneer de niet-triviale nulpunten r allemaal reël deel kleiner dan 1 hebben. Hoe kleiner het reële deel van de nulpunten r, hoe beter de priemgetallen zich houden aan de schatting gegeven in de priemgetalstelling. De symmetrie van de zeta-functie rond reël deel 1/2 laat zien dat er voor elke r met reël deel < 1/2 ook een nulpunt met reël deel >1/2 moet zijn. Daarom is de situatie optimaal als alle nulpunten r reël deel 1/2 hadden. En dat is precies Riemanns hypothese. De best mogelijke situatie.
[bewerken] Voetnoten
- ↑ (en) Enrico Bombieri, The Riemann Hypothesis - official problem description, Clay Mathematics Institute
- ↑ (en) Jason Wojciechowski, The Extended Riemann Hypothesis and its Application to Computation, 22nd January 2003: "... were the ERH to fall, a lot of mathematics would go with it."
- ↑ (en) J. E. Littlewood en Atle Selberg zouden sceptisch zijn. Maar Selberg suggereerde in een artikel uit 1989 dat een analogon moet gelden voor een grotere klasse van functies, de Selberg-klasse.)
- ↑ (en) Keith J. Devlin, The Millennium Problems: The Seven Greatest Unsolved Mathematical Puzzles of Our Time, Basic Books, 2002, isbn=0-465-01729-0.
- ↑ (nl) R. van der Veen, J. van de Craats, De Riemann-hypothese, Epsilon, 2011.
[bewerken] Inleidende boeken
- (en) John Derbyshire, Prime Obsession, Bernhard Riemann and the Greatest Unsolved Problem in Mathematics, London, 2003, ISBN 0-452-28525-9
- (en) Marcus du Sautoy, The Music of the Primes, why an unsolved problem in mathematics matters, London, 2003, ISBN 1-84115-580-2
- (nl) Roland van der Veen, Jan van de Craats, De Riemann-hypothese: een miljoenenprobleem, Epsilon, 2011, ISBN 978-90-5041-126-4
[bewerken] Historische artikelen
- (de) Bernhard Riemann, Ueber die Anzahl der Primzahlen unter einer gegebenen Grösse, (1859) Monatsberichte der Berliner Akademie. (This site provides both a facsimile of the original manuscripts, as well as English translations.)
- (fr) Jacques Hadamard, Sur la distribution des zéros de la fonction ζ(s) et ses conséquences arithmétiques, Bulletin Société Mathématique de France 14 (1896) pp 199-220.
[bewerken] Moderne technische referenties
- (en) H.M. Edwards, Riemann's Zeta Function, Academic Press, 1974. (Reprinted by Dover Publications, 2001 ISBN 0-486-41740-9)
- (de) Knauf, Andreas, Number theory, dynamical systems and statistical mechanics, MathSciNet, 1714352, 1999, Reviews in Mathematical Physics. A Journal for Both Review and Original Research Papers in the Field of Mathematical Physics, issn 0129-055X,volume 11, issue 8, pages 1027–1060, doi= 10.1142/S0129055X99000325
- (en) E.C. Titchmarsh, The Theory of the Riemann Zeta Function, second revised (Heath-Brown) edition, Oxford University Press, 1986
- (en) Jeffrey Lagarias (2002). An Elementary Problem Equivalent to the Riemann Hypothesis. American Mathematical Monthly 109: 534–543. DOI:10.2307/2695443. (A relationship in terms of Harmonic numbers.)
- (en) (no author credited), Computation of zeros of the Zeta function (2004). (Reviews the GUE hypothesis, provides an extensive bibliography as well).
- (en) Schoenfeld, Lowell, Sharper bounds for the Chebyshev functions θ(x) and ψ(x). II. Mathematics of Computation 30 (1976), no. 134, 337--360.
- (en) Conrey, J. Brian, The Riemann Hypothesis, Notices of the American Mathematical Society, March 2003, 341-353. Available free http://www.ams.org/notices/200303/fea-conrey-web.pdf
[bewerken] Externe links
[bewerken] Inleiding
- (nl) Bewijzen van de RH op Wiskundemeisjes
- (nl) Op weg naar de Riemann-hypothese Doctoraalscriptie R.C. Pollé, Universiteit Leiden 2006
- (en) Website met pogingen om de RH te bewijzen
- (en) Zetagrid een geëindigd distributed computing-project dat de hypothese empirisch verifieerde.
[bewerken] Mislukte bewijzen
- Aron Palmer
- Louis de Branges
- Xian-Jin Li, preprint teruggetrokken 2008 [1]
