Alexander Grothendieck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Grothendieck

Alexander Grothendieck (Berlijn, 28 maart 1928) is een wiskundige die algemeen wordt gezien als een van de grootste wiskundigen van de twintigste eeuw. Hij bereikte zijn top in de jaren zestig van de twintigste eeuw.

Leven[bewerken]

Familie en kindertijd[bewerken]

Alexander Grothendieck werd geboren in Berlijn uit een Duitse moeder uit een Protestantse familie, Johanna "Hanka" Grothendieck, en een Russische vader, Alexander "Sascha" Schapiro alias Tanaroff, die niet met elkaar getrouwd waren. Beide ouders hadden in hun tienerjaren met hun ouderlijk milieu gebroken. Na de scheiding van zijn moeder van de Duitse journalist, Johannes Raddatz, nam hij de familienaam van zijn moeder aan; voortaan heette hij Alexander Grothendieck.

Omdat zijn vader Joods was en zowel zijn vader als moeder anarchisten waren, vluchtten zij na de machtsovername door de nazi's in 1933 naar Parijs. Alexander, die aanvankelijk in Hamburg bij een pleeggezin was achtergebleven, volgde zijn ouders in 1939, toen zijn pleegouders het te gevaarlijk vonden worden om nog langer te zorgen voor een Joods uitziend jongetje van een jaar of tien. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog verbleven beide ouders in Spanje, waar zij vochten aan de kant van de Spaanse republikeinen.

Oorlogsjaren[bewerken]

Vanaf 1939 verbleef Grothendieck samen met zijn moeder in verschillende kampen voor ontheemde personen, eerst in het Camp de Rieucros. Daarna verbleef hij de rest van de oorlog in het dorp Le Chambon-sur-Lignon, waar hij verborgen zat in lokale pensions. Zijn Joodse vader werd vanuit Drancy naar Auschwitz gestuurd, waar hij in 1942 werd vergast. Terwijl Grothendieck in Chambon woonde, bezocht hij het Collège Cevenol (dat nu bekendstaat als het Le Collège-Lycee International Cevenol), een unieke middelbare school, die in 1938 door lokale protestantse pacifisten en anti-oorlogsactivisten was opgericht. Veel van de gevluchte kinderen die in Chambon zaten ondergedoken, bezochten Cévenol en het was op deze school dat Grothendieck voor het eerst gefascineerd raakte door de wiskunde.

Eerste jaren na de oorlog[bewerken]

Grothendieck begon na de oorlog aan een studie wiskunde in Montpellier, met het doel om leraar te worden, want hij had begrepen dat het wiskundig onderzoek 'af' was. Zijn talent werd echter ontdekt door zijn docenten, en vanaf 1948 studeerde hij in Parijs.

Werk[bewerken]

Na zijn afstuderen deed hij bij Jean Dieudonné in Nancy onderzoek in de functionaalanalyse, een onderwerp waarop hij ook zou promoveren. Tijdens verblijven in São Paulo en Kansas verschoof zijn interesse echter in de richting van de meetkunde en topologie. In 1959 werd hem een baan aangeboden aan het nieuw opgerichte Institut des hautes études scientifiques (IHES). Hier werkte hij, met mensen als Jean-Pierre Serre en Pierre Deligne, aan de nog altijd niet afgeronde boeken Éléments de géométrie algébrique (EGA) en Séminaire de géométrie algébrique (SGA), die als basis voor de hedendaagse algebraïsche meetkunde en getaltheorie worden gezien. Hij introduceerde onder meer de tegenwoordig veelgebruikte begrippen als schema, motieven en étale cohomologie.

Grothendieck kreeg in 1966 de Fields-medaille toegekend.

Latere leven[bewerken]

Vanwege zijn ervaringen tijdens de oorlog is Grothendieck altijd een fel pacifist geweest. Zo gaf hij, als protest tegen de Vietnamoorlog, lezingen in de bossen bij Hanoi toen deze stad werd gebombardeerd. In 1970 trok hij zich terug uit de academische wereld, nadat hij had ontdekt dat het IHES deels met militair geld werd betaald. Hij keerde echter een paar jaar later terug als hoogleraar in Montpellier, totdat hij in 1988 met vervroegd pensioen ging. Hij had toen veel kritiek op de wetenschappelijke wereld, wat onder meer leidde tot de weigering van de aan hem en Deligne in dat jaar toegekende Crafoord-prijs. In 1991 verliet hij zijn huis en sindsdien is hij spoorloos. Het waarschijnlijkst is dat hij ergens afgelegen in Zuid-Frankrijk woont.

In januari 2010 schreef Grothendieck een brief aan Luc Illusie. In deze "Declaration d'intention de non-publicatie", merkt hij op dat in essentie alle materiaal dat in de laatste twintig jaar in zijn afwezigheid is gepubliceerd, zonder zijn toestemming is verschenen. Hij vraagt dat geen van dit werk in zijn geheel of gedeeltelijk wordt gereproduceerd en dat bibliotheken die dit werk in bezit hebben, dit uit hun collecties verwijderen[1]

Voetnoten[bewerken]

  1. (fr) Brief van Grothendieck

Externe links[bewerken]