Statenvlag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
FIAV historical.svg De Statenvlag

De Statenvlag, in mindere mate de Staatsche vlag genoemd, is een Nederlandse historische vlag. Ze werd tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk ingevoerd als officiële vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en kreeg in 1664 als officiële naam Statenvlag. De vlag was echter al lang voor de Nederlandse staatsvorming in gebruik onder de naam Hollandsche Vlag, als 'volksvlag'.

Geschiedenis[bewerken]

Theorieën over de ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Er zijn in de loop der jaren veel theorieën geweest over het ontstaan van de Nederlandse vlag. Zo was er de theorie van de Fransman Dampmartin die beweerde dat de Nederlandse vlag door Hendrik IV van Frankrijk aan ons land zou zijn geschonken. Deze theorie werd door rijksarchivaris Jhr. mr. J.C. de Jonge ontkracht in zijn boek 'Over den oorsprong der Nederlandsche Vlag'. Hij meende op zijn beurt dat de kleuren ontleend zouden zijn aan het wapenschild van Willem van Oranje, en dat het ontstaan is aan het begin van de Opstand. De heer D.G. Muller was van mening dat de Hollandsche Vlag al ver voor de opstand bestond. De vlag zou zijn ontstaan in de periode dat het Beierse huis aan de macht was in het graafschap Holland (1354-1433). De kleuren van de vlag zouden namelijk voortkomen uit die van het wapen van de graven van Holland, dat bestond uit het Beierse wapen gecarteleerd met het wapen van graafschap Holland. Dit wapen werd voor het eerst gevoerd door Willem V (1330–1389), wat uit de munten, die door de graven voor Holland en Zeeland zijn geslagen, is gebleken.

Holland, Goudgulden van Willem van Beieren als Graaf Willem V van Holland, geslagen 1350-1389.

Uit onderzoek van de heer P.C. Guyot[1] is gebleken dat de penningmeester van de graven van Holland in het jaar 1409-1410 een staatsiekleed aankocht, voor Willem VI (1365-1417), graaf van Holland, van "12 ellen graauw laken en tot uitmonstering daarvan van 2 3/4de ellen rood wit en blaauw fluweel [...] Het staatsiekleed, Tabbairt genoemd, was graauw met bont gevoerd, en uitgemonsterd met de kleuren, rood, wit, blaauw"[2]

Wat verder uit het onderzoek van de heer Muller is gebleken, is dat er voor de opstand al rood-wit-blauwe vlaggen gebruikt werden in Nederland. Het gebruik van de vlag was echter niet officieel vastgelegd. Aan het begin van de opstand werd naast de Hollandsche Vlag soms ook op de tweede plaats een oranje vlag of vaandel gebruikt. Doordat men bij het voortduren van de opstand meer en meer hoop is gaan vestigen op Willem van Oranje, hebben de Geuzen in deze periode het rood uit de 'volksvlag' vervangen voor oranje.

Bij de marine in wording werd de prinsenvlag in gebruik genomen, bij de koopvaardij is de Hollandsche Vlag echter nooit vervangen geweest, zo ook zijn de vlaggen van de V.O.C. en de W.I.C. rood-wit-blauw. De geuzenvlag was niet officieel net als de Hollandsche vlag in de beginjaren van de Republiek. De verandering van vlag bij de marine was dan ook niet tot stand gekomen door toedoen van een staatsbesluit.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk[bewerken]

Cornelis Anthonisz. (±1505-1553), Amsterdam in vogelvlucht, 1538. Een onduidelijke foto van het schilderij waarop 8 nederlandse vlaggen te zien zouden zijn. Een van de vele bewijsstukken die de heer Muller aanvoerde ter onderbouwing van zijn stelling: De Nederlandse vlag bestond ver voor De Opstand.[3]

Ten tijde van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk is de Prinsenvlag bij de marine afgeschaft en werd de Hollandsche Vlag, die pas in 1664 officieel Statenvlag zou gaan heten, in gebruik genomen. In 1652 werd de Prinsenvlag in het gewest Holland verboden en rond 1653 werd de door het zeewezen gevoerde Prinsenvlag vervangen. Dit ging naar besluit van de Staten-Generaal onder leiding van raadspensionaris Johan de Witt. Rond deze periode is de Statenvlag de officiële vlag van de Republiek geworden.[4]

De reden voor het terug-veranderen van het oranje naar rood is niet zeker. Volgens De Jonge moet de rede in een staatkundige ontwikkeling gezocht worden en kan het te maken hebben met het conflict tussen de Staatsgezinden en de Orangnisten. Dit vond plaats ten tijde van de Eerste Stadhouderloze Tijdperk dat intrad bij het vroegtijdig overlijden van prins Willem II van Oranje in het jaar 1650. De macht van de stadhoudersgezinden nam af en dat van de staatsgezinden nam toe. Volgens Muller heeft het te maken met her respect wat de oude Hollandsche Vlag verdiend had op de wereldzeeën. L. van Aitzema zegt dat de Prinsenvlag en de oranje vaandels in 1652 werden veranderd om de Engelsen genoeg te doen[5] Dit had alles te maken met de aanloop naar de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, die in dat zelfde jaar nog aanving.

Uit onderzoek naar de aanschaf van vlaggendoek door de hoofdadministratie van de kosten ter land en ter zee is gebleken dat de marine tussen 1588 en 1630 altijd onder de Prinsenvlag heeft gevaren en na 1663 altijd onder de Statenvlag. Beide vlaggen werden dus nog gebruikt in de periode 1630-1662.[6] In 1587 bestelt de Admiraliteit van Zeeland vlaggen "van de couleuren oraenge, blanche, bleu, in dry velden, om deselve vlaggen te gebruycken op schepen van oorloge"[7]

In 1664 beklaagde de Staten van Zeeland zich over het feit dat in een resolutie van de Staten Generaal de naam Hollandsche Vlag gebezigd werd. Hierdoor werd de officiële naam van de vlag; Statenvlag of Staatsche Vlag.[8][9]

Bij koninklijk besluit van 1 december 1807 werd de naam omgedoopt tot Koninklijke Hollandsche Vlag.[10]

De Statenvlag in schilderijen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag, op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord. Amsterdam, 1862.
  1. In het tijdschrift Bijdragen voor de Vaderlandsche geschiedend en oudheidkunde Xe deel
  2. D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag, op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord. Amsterdam, 1862, p. 27.
  3. D.G. Muller, Nog een woord over den oorsprong der Nederlandsche vlag, naar aanleiding van een geschrift daarover van den heer Ter Gouw. Amsterdam, 1864, p. 8-11.
  4. J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandse zeewesen, deel 1. 's Gravenhage, 1833, p. 242-247
  5. L. van Aitzema, Zaken van Staet en Oorlogh, deel 3, p. 739
  6. De Nederlandsche vlag, in: Het Vaderland (1900).
  7. Jos Poels, Rood-wit-blauw of oranje boven, NRC Handelsblad, 28 april 2000, p. 22; aangehaald alhier.
  8. J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandse zeewesen, deel 1. 's Gravenhage, 1833, p. 246
  9. D.G. Muller, De oorsprong der Nederlandsche vlag, op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord. Amsterdam, 1862, p. 74.
  10. J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandse zeewesen, deel 1. 's Gravenhage, 1833, p. 75