Steekproef
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een steekproef of monster, een statistisch begrip, is een selectie uit een totale populatie ten behoeve van een meting van bepaalde eigenschappen van die populatie.
De keuze voor een meting met behulp van een steekproef in plaats van de totale populatie wordt bepaald door de volgende overwegingen:
- bij een populatie van grote omvang is het praktisch ondoenlijk alle elementen te meten
- als de metingen kostbaar zijn kan men slechts een beperkt aantal metingen doen
- bij destructief onderzoek zou de hele populatie verloren gaan
- als snelheid gewenst is, kan niet de hele populatie onderzocht worden
- als er geen al te grote nauwkeurigheid verlangd is, kan met een steekproef worden volstaan
- het is gemakkelijker slechts een deel van de populatie te onderzoeken.
Men kan op verschillende manieren een steekproef verkrijgen. Als alle elementen uit de populatie dezelfde kans hebben om in de steekproef te worden opgenomen, spreekt men van een aselecte steekproef. Men spreekt van een selecte steekproef wanneer de elementen niet op toevalsbasis uit een populatie worden genomen. Zorgt men ervoor dat de verhouding mannen en vrouwen in de steekproef voorkomen ongeveer gelijk is aan deze verhouding in de bevolking dan heet de steekproef representatief (althans wat het kenmerk geslacht betreft). De keuze bepaalt in grote mate de betrouwbaarheid van verdere analyse.
De term steekproef is afkomstig van de kaasmarkt, waar de keurmeester met een speciaal soort mes in de kaas stak om uit het midden van de kaas een stukje te keuren (proeven). Een fraai voorbeeld van een steekproef in materiële en statistische zin is (was) te zien tijdens de suikerbietencampagne in Noord-Holland. De bieten worden, nadat ze gerooid zijn, met vrachtwagens naar een schip gebracht om verder naar de fabriek vervoerd te worden. Omdat de vrachtwagens bieten van verschillende bedrijven aanvoeren, wordt elke vrachtwagen zowel voor als na het lossen gewogen, maar tevens wordt met een groot apparaat van elke vrachtwagen letterlijk een steekproef genomen op een willekeurige plaats in de lading om de kwaliteit vast te stellen.
[bewerken] Voorbeeld
Zo kan men van 1000 geldbeugels (steekproef) tellen hoeveel buitenlandse euromuntjes erin zitten. Op grond daarvan kan men dan schatten hoeveel vreemde euromuntjes er in het hele land (populatie) in omloop zijn. Een schatting heeft altijd een foutenmarge, die afhangt van de wijze van trekken van de steekproef. Neemt men relatief te veel geldbeugels uit de grensgemeenten in de steekproef, dan is deze niet representatief, met als gevolg een vertekende schatting.
[bewerken] Variabiliteit bij steekproeven
Doordat iedere steekproef uit andere elementen van de populatie kan bestaan, verschillen de uitkomsten gewoonlijk van elkaar, men noemt dit /spreekt van: variabiliteit bij steekproeven.
[bewerken] Vertekening
Wanneer men systematisch bepaalde uitkomsten, gewild of ongewild, bevoordeelt, dan spreekt men van een vertekening. Zo hield men bv. in de tijd dat nog lang niet iedereen een telefoon had een telefonische enquête, waardoor natuurlijk sterke vertekening optrad.

