Trapslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trapslang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Een exemplaar uit Portugal.
Een exemplaar uit Portugal.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie: Colubrinae
Geslacht: Rhinechis
Soort
Rhinechis scalaris
(Schinz, 1822)
Een juveniel.
Een juveniel.
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De trapslang (Rhinechis scalaris) is een niet-giftige slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Heinrich Rudolf Schinz in 1822. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Coluber scalaris gebruikt. De soort behoorde in het verleden tot het geslacht Elaphe. [2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De slang dankt de naam aan het patroon van de juveniele dieren dat aan een ladder doet denken (Latijns: scalarum = ladder). De tekening bestaat uit een dubbele streep aan weerszijden van de rug hebben met regelmatige verbindingsstrepen. Naarmate de slang ouder wordt vervagen deze dwarsstrepen maar de lengtestrepen op de rug blijven. Andere exemplaren hebben ook op de flanken strepen of vlekken. De basiskleur is meestal bruingrijs tot crèmewit en de strepen meestal zwart, soms donkerbruin.
De trapslang wordt maximaal 160 centimeter lang, de meeste exemplaren blijven kleiner.[3]

Algemeen[bewerken]

Verspreiding.

Het voedsel bestaat uit kleine knaagdieren, grotere insecten en jonge vogels, de slang klimt in bomen om nesten leeg te roven. Grotere prooien worden gewurgd. De habitat bestaat uit zonnige en droge plekken met veel vegetatie, maar niet in het dichte bos, meestal bosranden en houtwallen. De slang komt voor in Frankrijk, Portugal, Italië en Spanje, dus rond het Middellandse Zeegebied.

Levenswijze[bewerken]

De soort kent een winterslaap, hoewel korter dan de meeste dieren die in noordelijker streken leven, hooguit twee maanden en in mei of juni vindt de paring plaats. De eieren zijn ongeveer 6 centimeter lang en na twee tot vier maanden komen de jongen uit, afhankelijk van de temperatuur. Deze eten kleine hagedissen en insecten tot ze ongeveer een halve meter zijn.

Externe link[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Rhinechis scalaris - Website
  3. Václav Laňka & Zbyšek Vít, Amphibians and Reptiles, Aventinum, Praag, 1985, Pagina 188, 189 ISBN 90-366-0639-X.
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Rhinechis scalaris - Website Geconsulteerd 30 november 2014
  • Laňka & Vit Amphibians and Reptiles, Pagina 188,189 - ISBN 90-366-0639-X
Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae): Slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae): Kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae): Gladde slang (Coronella austriaca) · Girondische gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · Pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · Vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · Geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · Mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · Adderringslang (Natrix maura) · Ringslang (Natrix natrix) · Dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · Trapslang (Elaphe scalaris) · Katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · Esculaapslang (Elaphe longissima) · Luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae): Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · Kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · Zandadder (Vipera ammodytes) · Aspisadder (Vipera aspis) · Gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · Spitssnuitadder (Vipera ursinii)