Zandadder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zandadder
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Vipera ammodytes 070901 1.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Viperidae (Adders)
Onderfamilie: Viperinae (Echte adders)
Geslacht: Vipera
Soort
Vipera ammodytes
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De zandadder[2] (Vipera ammodytes) is een giftige slang uit de familie adders (Viperidae).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De gemiddelde lengte is ongeveer 60 tot 80 centimeter, soms worden exemplaren langer dan 100 cm aangetroffen. De basiskleur is meestal grijs tot groenbruin met een donkere, soms zwartomzoomde tekening van vierkanten die en beetje schuin op de rug staan waardoor het een ruitmotief lijkt, en in de nek verandert in het voor adders vaak kenmerkende zigzagpatroon. Soms zijn deze vlekken ovaal maar meestal verbonden met elkaar, op de flanken zitten vaak donkere tot zwarte maar vale vlekken. De meeste exemplaren hebben een zwarte lange oogvlek achter het oog tot bij de nek. Zoals alle adders heeft deze soort een driehoekige kop, en door de uit-stekende rand boven de ogen lijkt de slang erg gemeen te kijken. Deze soort is te herkennen aan de typische punt op hun neus, die bij de meeste adders (zoals de wipneusadder (V. latastei) omhoog staat gericht, en bij deze soort enigszins naar voren.

Habitat en verspreiding[bewerken]

De habitat bestaat uit droge en zanderige gebieden. De zandadder komt voor van laaglanden in kuststreken tot berggebieden tot een hoogte van meer dan 2000 meter boven zeeniveau, in duingebieden komt de soort echter niet voor. De slang graaft zich vaak een stukje in om langslopende prooien beter te kunnen verrassen, maar van holen graven is geen sprake.
De soort heeft een groot verspreidingsgebied en komt voor in Europa en westelijk Azië, in Europa is de adder te vinden in Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Georgië, Griekenland, Hongarije, Italië, voormalig Joegoslavië, Kroatië, Macedonië, Oostenrijk, Roemenië, Rusland, Servië, Montenegro, Slovenië en Turkije.

Het verspreidingsgebied hangt enigszins samen met de ondersoort:

Voeding[bewerken]

Het voedsel bestaat uit met name kleine zoogdieren zoals ratten, maar ook vogels en hagedissen worden gegeten. Hoewel de zandadder meestal half onder de grond ligt, kan deze soort ook redelijk goed klimmen en wordt wel eens in boomkruinen aangetroffen, al is hij niet zo lenig als boombewonende slangen. Echter alleen tijdens de rust, want jagen doet de slang op de bodem. De juvenielen eten voornamelijk hagedissen en jonge zoogdieren.

Giftigheid[bewerken]

De beet van de zandadder is erg gevaarlijk, de giftanden zijn zo'n 5 millimeter lang wat de efficiëntie sterk vergroot omdat het gif dieper in het weefsel wordt afgegeven. De adder injecteert ook ongeveer 4 keer zoveel gif dan bijvoorbeeld de gewone adder (Vipera berus). De gifklieren worden nooit helemaal geleegd bij een beet, zodat de slang altijd een voorraad gif overhoudt.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 536, 537 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Vipera ammodytes

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Vipera ammodytes - Website Geconsulteerd 1 november 2012
  • Laňka & Vit Amphibians and Reptiles, ISBN 90 366 0639 X
Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae): Slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae): Kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae): Gladde slang (Coronella austriaca) · Girondische gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · Pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · Vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · Geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · Mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · Adderringslang (Natrix maura) · Ringslang (Natrix natrix) · Dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · Trapslang (Elaphe scalaris) · Katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · Esculaapslang (Elaphe longissima) · Luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae): Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · Kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · Zandadder (Vipera ammodytes) · Aspisadder (Vipera aspis) · Gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · Spitssnuitadder (Vipera ursinii)