Uerdinger linie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ik / ich - isoglosse in België, Nederland en Duitsland. Het westelijke, donkerrode gedeelte is de Uerdinger linie, helderrood is de samenloop daarvan met de Benrather linie
In het westen vormt de Uerdinger linie de scheidslijn tussen het Brabants-Kleverlands en het Limburgs
De Uerdinger en de Karlsruher linie in België, Nederland en Duitsland. Het verloop van deze beide isoglossen in Polen en Tsjechië is thans historisch geworden.

De Uerdinger linie is de scheidslijn tussen het Hoogduitse 'ich' en het Nederduitse 'ik'.

De dialectscheidingslijn (isoglosse) scheidt de taalvariëteiten die de medeklinkerverzachting van k in ch in het woord ik / ich (ek / ech) hebben doorgemaakt, van de variëteiten waar dat niet voor geldt. (Noord: "Ik gohn noh Hus" / Zuid: "Isch jon noh Huus"). De Uerdinger linie is door Georg Wenker vernoemd naar het Duitse stadje Uerdingen.[1] Variëteiten die de Hoogduitse klankverschuiving slechts op dergelijk beperkte wijze hebben doorgemaakt, vinden we in een groot gebied waarvan deze isoglosse de noordgrens vormt.

Kenmerken[bewerken]

In de meeste dialecten ten zuiden van de Uerdinger linie zegt men bijvoorbeeld ich en ouch, maar hebben alle andere woorden de k behouden. De Uerdinger linie is een zijlijn van de Benrather linie. In het Bergische Land ligt het punt waarop beide isoglossen samenlopen.
Het is natuurlijk vrij willekeurig welke isoglosse men neemt en niet alleen de k maar ook de p en de t zijn veranderd. Vanwege de uitwaaiering van de isoglossenbundels noemt men dit gebied ook wel de Rijnlandse waaier.
In Belgisch Limburg valt de ik-ich-isoglosse bovendien volledig samen met de mij/me-mich isoglosse.[2]

In enkele dorpen in Nederlands Limburg, zoals Montfort, zegt men tevens welch (welk).

Verloop[bewerken]

Ik, Ich

De Uerdinger linie begint op de Waalse taalgrens tussen het Vlaams-Brabantse Opvelp en Tienen, loopt verder door Belgisch Limburg via Diest in noordoostelijke richting, waar de isoglosse iets ten noorden van Budel Nederlands Noord-Brabant binnenloopt. De Belgisch-Limburgse plaatsen Lommel, Stevensvennen, Kerkhoven, Leopoldsburg, Tessenderlo en Kwaadmechelen liggen ten noordwesten van de Uerdinger linie. De dialecten van deze plaatsen hebben zodoende de vorm ik.

De Uerdinger linie loopt vervolgens op Nederlands grondgebied even ten noorden van het Noord-Brabantse Maarheeze en het Limburgse Panningen, om tussen Venlo en Tegelen Nederland weer te verlaten. Dan via Viersen naar de Rijn, die zij oversteekt tussen Krefeld-Uerdingen en Duisburg-Mündelheim. Zij voert via Saarn (stadsdeel van Mülheim aan de Ruhr) door het Bergische land naar Kettwig (deel van Essen) en Elberfeld (deel van Wuppertal). Vanaf daar valt de lijn samen met de Benrather Linie of de „maken-/machen-Linie“. De gecombineerde isoglosse loopt vervolgens ten zuiden van Gummersbach en Wiedenest (deel van Bergneustadt) verder oostwaarts, ten noorden van Kassel (deelstaat Hessen), vervolgens ten zuiden van Maagdenburg en ten noorden van Wittenberg. In zuidelijk Brandenburg loopt de Uerdinger linie nog verder door het hele Duitse taalgebied via Halbe, Hermsdorf, Freidorf en Rietzneuendorf-Staakow.

Invloed van het Nederlands en andere dialecten[bewerken]

Enkele dialecten net ten zuiden van de Uerdingerlinie in Nederlands Limburg, beginnen zich meer aan te passen aan het Nederlands of noordelijker gelegen dialecten. ich en ouch worden vervangen door ik en ouk. Dit verschijnsel komt met name voor in Panningen, Helden, Baarlo, Kessel en Tegelen, waardoor men hier tegenwoordig zowel ik en ouk als het oudere ich en ouch kennen. De Uerdingerlinie is geleidelijk iets zuidwaarts opgeschoven. Wat opvallend is, is dat dit verschijnsel vooral bij jongere mensen voorkomt; de oudere inwoners houden meer vast aan de oudere varianten.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. J.G.M. Notten (1974): De Chinezen van Nederland. Valkenburg aan de Geul, pp. 41
  2. Belemans, R. & Keulen, R. (2004): Taal in stad en land. Belgisch-Limburgs, pp.59

Literatuur

  • Jos. Schrijnen (1902): Benrather-, uerdinger- en panningerlinie. Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jg. 21.
  • (de) Georg Wenker, 1877, Das rheinische Platt (Herdruk in: Sammlung deutsche Dialektgeographie Heft 8, Marburg, 1915) online transcriptie

Externe links[bewerken]