Winkeltijdenwet
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Winkeltijdenwet is een Nederlandse wet, die bepaalt wanneer en hoe lang winkels open mogen zijn.
Deze wet bepaalt dat winkels alleen tussen 6 uur 's ochtends en 10 uur 's avonds open mogen zijn, en niet op zon- en feestdagen. Hier zijn echter uitzonderingen op: in de meeste steden is het eenmaal per maand toegestaan winkels op zondag open te houden (tijdens de zogenaamde koopzondag) en in de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn de winkels in de binnenstad en de supermarkten in de buitenwijken iedere zondag open. Gemeenten mogen dit zelf bepalen door hun grondgebied gedeeltelijk of geheel als toeristisch gebied aan te merken.
De Winkeltijdenwet werd in 1996 aangenomen en verving toen de Winkelsluitingswet 1976.
In de Wikipedia kan men onder Nederlandse wetgeving een uitgebreide verhandeling lezen over de totstandkoming van de Winkeltijdenwet.
[bewerken] Achtergrond
In 1930 kwam na jaren van overleg (sinds 1904) eindelijk de eerste winkeltijdenwet - de wettelijke regeling voor winkelsluiting in Nederland. Deze is ontstaan om een halt toe te roepen aan de scherpe concurrentie tussen buurgemeenten. Daarnaast moest het de scheve verhouding tussen winkels met personeel en zonder personeel recht trekken. De hoofddoelstelling is altijd geweest: het bevorderen van eerlijke concurrentieverhoudingen door het creëren van gelijke uitgangsposities.
Overigens zijn de wetten van voor 1976 altijd afgestemd geweest op het kostwinnersmodel: de vrouw kon tijdens kantoortijden winkelen, de man was aan het werk. Dat is sinds de jaren 70 steeds minder gebruikelijk geworden door het ontstaan van het anderhalf- en tweeverdienersmodel. Er is steeds meer behoefte aan winkeltijden buiten de kantoortijden om.
Vanaf de jaren 70 verandert de centrale regeling naar weer steeds meer decentraal en naar steeds meer uren buiten de gebruikelijke kantoortijden. Op dit moment echter is er een duidelijke christelijke invloed in de politiek merkbaar, waarbij het aantal koopzondagen deels verminderd wordt.
[bewerken] Geschiedenis Winkeltijdenwet
De eerste schreden naar een landelijk winkeltijdenbeleid worden ruim een eeuw geleden gezet. Na aanvankelijke beperking, wordt in 1996 een duidelijke koerswijziging ingezet.
1904: De regering vraagt de Staatscommissie voor de Middenstand om advies over de wenselijkheid van een wettelijke regeling voor winkelsluiting in Nederland. Voordat die wet uiteindelijk tot stand komt (in 1930) neemt een aantal gemeenten het heft alvast in hand door zelf een winkelsluitingsverordening vast te stellen.
1930: De eerste wettelijke regeling voor winkelsluiting in Nederland ontstaat. Deze wet staat openstelling toe op werkdagen van 05.00 tot 20.00 uur en op zaterdag tot 22.00 uur. Winkels zijn op zondag gesloten, al wordt die verplichte zondagssluiting in 1934 alweer gedeeltelijk tenietgedaan: de mogelijkheid tot zondagsopening ontstaat.
1951: De winkelopening wordt beperkt. Vastgesteld wordt dat winkels open mogen zijn van 05.00 tot 18.00 uur op maandag tot en met zaterdag. Er komt opnieuw een verplichte sluiting op zondag.
1976: De Winkelsluitingswet wordt aangenomen. Voor het eerst wordt een maximumaantal openstellingsuren per week (52 uur) vastgelegd waarbinnen de ondernemer zijn openingsuren mag vaststellen. Winkels zijn op zondag gesloten. Voor onder meer benzinestations wordt een uitzondering gemaakt.
1984: De koopzondag wordt geïntroduceerd. Op maximaal vier zondagen per jaar mogen de winkels open.
1993: De winkeltijden doordeweeks worden opgerekt van 18.00 tot 18.30 uur. Het maximumaantal koopzondagen wordt uitgebreid van vier naar acht.
1996: Het kabinet concludeert dat de Winkelsluitingswet niet past bij de tijdgeest en vereenvoudigd moet worden. "Centraal wat moet, decentraal wat kan", luidt het motto in de nieuwe Winkeltijdenwet. Gemeenten krijgen meer autonomie om zelf te bepalen wanneer winkels open mogen. Ook wordt het maximum van 55 openingsuren per week losgelaten. Winkels mogen doordeweeks open van 06.30 tot 22.00 uur. Het maximumaantal koopzondagen gaat naar twaalf.
2007/2008: CDA, PvdA en ChristenUnie stellen in hun coalitieakkoord dat het "oneigenlijke gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet ter verruiming van het aantal koopzondagen" moet worden tegengegaan. SGP en SP gaat het wetsvoorstel van het kabinet echter niet ver genoeg. Zij dienen daarom een concurrerende initiatiefwet in.

