Art deco

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Art-déco)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Detail van het Niagara Mohawk-gebouw in Syracuse (New York)

Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die haar weerslag had op de decoratieve en toegepaste kunst, bij zowel de architectuur, het grafische, industriële en interieurontwerp, als de beeldende kunst en kledingmode.

De beweging was in zekere zin eclectisch, d.w.z. een mengelmoes van vele verschillende stijl- en kunststromingen uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Belangrijkste kenmerk van art deco, en tevens het onderscheid met de meer organische art nouveau, is de omarming van technologie in aanvulling op traditionele motieven. De stijl wordt vaak gekenmerkt door rijke kleuren, geometrische figuren en overdadige versieringen.

Geschiedenis[bewerken]

Entreehal van het Chrysler Building, New York (1928-30)
De Water Bar in de Hall of Waters, Excelsior Springs, Missouri (1936-38)

Na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs formeerden een aantal Franse kunstenaars een informeel collectief, onder de naam La Société des artistes décorateurs (de sociëteit van de decoratieve vormgevers). Enkele van de grondleggers waren bekende art-nouveaukunstenaars als Hector Guimard en Eugène Grasset. De doelstelling hiervan was de leidende positie en ontwikkeling van de Franse decoratieve kunst te tonen aan de internationale wereld. In 1925 organiseerden zij in Parijs de wereldtentoonstelling met het licht op de toegepaste kunst onder de naam: Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes waarvan de kunsthistoricus Bevis Hillier in 1968 met het boek Art Deco of the 20s and 30s de term 'art deco' afleidde.

Het was de eerste tentoonstelling waarbij artistieke vernieuwing als voorwaarde in de reglementen was opgenomen, wat leidde tot een keur aan nieuwe stijlelementen. Er ontstond ook een nieuw soort eclecticisme, waarbij kenmerken van verschillende stijlen en stromingen gecombineerd werden, zoals het expressionisme, kubisme, modernisme en functionalisme. Hierdoor kan het voorkomen dat een glazen vaas, een bronswerkje en een eetkamerameublement alle drie geclassificeerd kunnen worden als art deco, en tegelijk geen enkel uiterlijk stijlkenmerk gemeen hebben. Ook de internationale uitingen van de art deco verschillen op een groot aantal essentiële punten. Het vraagt in bepaalde gevallen een geoefend oog om in de architectuur bijvoorbeeld late geometrische art nouveau niet te classificeren als art deco, omdat beide een stijloverlapping kennen. Art deco is meer het tijdvenster tussen beide wereldoorlogen rond een verzameling van verschillende stijlen die in ieder geval met elkaar gemeen hebben dat zij alle een reactie waren op de organische ornamentiek van de Duits-Oostenrijkse jugendstil en de Frans-Belgische curvilineaire art nouveau.

Het gebruik van de term art deco nam pas na 1971 een vlucht als gevolg van de door Hillier georganiseerde tentoonstelling in het Minneapolis Institute of Arts onder de naam Art Deco, en het als boek uitgegeven verslag daarvan: The World of Art Deco.

In de architectuur vormde art deco vaak een element binnen een andere architectuurstroming. In Nederland werd deze vormgeving bijvoorbeeld vaak geïntegreerd in de Amsterdamse School. Bij de Amsterdamse School zijn dat de nadruk op de rechte en hoekige lijn en de toepassing van het verticaal cilindrisch gebogen vlak. Ook de "Nieuwe Kunst" uit de jaren 1930 die bekend staat als nieuwe zakelijkheid is verwant met de art deco. Een vervolg op de art deco was de Streamline Design, vooral in Amerika.

Voorbeelden[bewerken]

Wereldwijd[bewerken]

Hastings Street, Napier
Art-decoletters, Sydney

Het Chrysler Building in New York, gebouwd in 1928-30 naar ontwerp van William van Alen, is een van de grootste en bekendste art deco gebouwen en wordt vaak gezien als het icoon van deze stijl. Veel andere skyscrapers in New York, Chicago, Montreal en andere Noord-Amerikaanse steden vertonen kenmerken van deze stijl.

De grootste concentratie art-decogebouwen ter wereld is het zogenaamde Art Deco District in Miami Beach met enkele honderden hotels, appartementengebouwen en andere bouwwerken, veelal geschilderd in pasteltinten en voorzien van neonverlichting. De meeste historische gebouwen bevinden zich aan de boulevard Ocean Drive. De wijk is sinds 1979 een historic district.[1]

De Nieuw-Zeelandse stad Napier heeft eveneens een sterke concentratie van art-decoarchitectuur. Het stadscentrum werd in deze stijl herbouwd na een verwoestende aardbeving in februari 1931. Elk jaar vindt er in februari het Art Deco Weekend plaats.

België en Nederland[bewerken]

In België was de art deco een veelgebruikte bouwstijl, die voortvloeide uit de art nouveau. Monumentale gebouwen zijn bijvoorbeeld de Nationale Basiliek van het Heilig Hart in Koekelberg en het symmetrische Maison du Peuple in Dour. Ook de zogenaamde Boerentoren te Antwerpen (ooit de hoogste wolkenkrabber van Europa) is een gekend voorbeeld van deze stijl. In Luik is het monument voor de intergeallieerden op de Cointe-heuvel een bekend art-decogebouw. In Charleroi is dat het stadhuis met belfort.

De Nederlandse architectuur van de jaren 1920 en 30 werd gekenmerkt door het realisme van Berlage (en navolgers), het functionalisme (o.a. Rietveld) en de Amsterdamse School (met o.a. Michel de Klerk, Piet Kramer en Jo van der Mey). Van dit rijtje komt de Amsterdamse School nog het meest overeen met de stijldefinities van de internationale art deco. Wellicht het meest pure art-decogebouw in Nederland is Radio Kootwijk, in 1923 ontworpen door Julius Luthmann.

Afbeeldingen[bewerken]

Bouwkunst
[bewerken]

Architectuurdetails
[bewerken]

Interieurs
[bewerken]

Glas-in-lood- en verlichtingsornamenten
[bewerken]

Kenmerkend voor de art deco (en de art nouveau) is de verregaande integratie van glas-in-lood- en verlichtingsornamenten is plafonds en wanden. In de jaren dertig deed de tl-buis haar intrede. Deze paste goed bij de rechte lijnen van de art deco en vond haar weg naar al of niet geïntegreerde hangende en staande armaturen.

Aardewerk, porselein, glas en kristal
[bewerken]

Automobielen
[bewerken]

Varia
[bewerken]

Verwante stromingen en stijlen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Rob Aardse (2006): Art Deco. Zwier en melodie.
  • Patricia Bayer (1999): Art Deco Architecture. Design, Decoration and Detail from the Twenties and Thirties. London.
  • Eva Weber (1985): Art Deco in America. New York.
  • Arie van de Lemme: Art Deco 1920 - 40 An Illustrated Guide to the Decorative Style. London
  • Christie's (International): Art Nouveau and Art Deco, Illustrated Catalogue, Hotel Richemond, Geneva, June 20, 1979
  • Stichting Architectuurmuseum: Amsterdamse School 1910 - 1930, Uitgave t.g.v. de tentoonstelling: het Architectuurkwartet