Auteursrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Auteursrechten)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Auteursrecht is het inherente recht van de maker of een eventuele rechtverkrijgende van een werk van literatuur, wetenschap of kunst om te bepalen hoe, waar en wanneer zijn werk wordt openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Dit brengt mee dat wannneer anderen het willen openbaar maken of verveelvuldigen, daarvoor in beginsel de toestemming van de maker vereist is, tenzij een wettelijk geregelde uitzondering hierop van toepassing is. Het auteursrecht ontstaat in de meeste landen (waaronder Nederland en België) van rechtswege, zoals overeengekomen in de Berner Conventie (1886) door de lidstaten van dit belangrijk auteursrechtenverdrag, dat sinds zijn ontstaan meerdere malen is aangepast.

Het auteursrecht kent geen formaliteiten, men hoeft een werk van literatuur, wetenschap of kunst niet te deponeren of te registreren om deze rechten te verkrijgen.

Aanvankelijk was het auteursrecht bedoeld voor de bescherming van uitgevers en de tekst van boeken, pas later voor de schrijvers zelf. Door een geleidelijke uitbreiding van het werkingsgebied en de opkomst van de multimedia is het tegenwoordig ook op veel andere zaken van toepassing, zoals toespraken, software, foto's, films, opgenomen muziek, beeldende kunstwerken, bouwwerken en journalistiek werk.

Geschiedenis[bewerken]

Tot de uitvinding van de boekdrukkunst was er niet of nauwelijks sprake van exclusieve rechten op werken. Nadat drukken populair werd, verleenden diverse overheden exclusieve drukrechten op boeken aan drukkers (niet aan auteurs). Een regeling uit Groot-Brittannië uit 1710 (The Statute of Anne) erkende voor het eerst dat auteurs, en niet uitgevers, de eerste rechthebbenden moeten zijn. Het hield tevens bescherming in voor kopers van gedrukt werk, in de zin dat uitgevers het gebruik van verkocht werk niet mochten controleren. Ook beperkte het de duur van dergelijke exclusieve rechten. Werken die reeds bestonden ten tijde van de invoering van de Statute of Anne kregen nog 21 jaar exclusiviteit en de werken van na de invoering werden slechts 14 jaar beschermd, waarna het werk of de werken zouden overgaan tot het publieke domein.

De Berner Conventie (1886) regelde voor het eerst de erkenning van auteursrechten tussen soevereine landen. In bescherming van auteursrecht werd ook voorzien door de Universele Conventie voor Auteursrecht in 1952, maar die conventie is vandaag de dag alleen interessant uit historisch oogpunt — het is de oorsprong van het ©-teken. In praktisch opzicht heeft dit verdrag zijn betekenis verloren omdat vrijwel alle ooit erbij aangesloten landen nu de (oudere) Berner Conventie hebben geratificeerd.

Onder de Berner Conventie werd auteursrecht automatisch toegekend aan elk creatief werk. De auteur hoeft het niet te laten registreren en hoeft geen aanvraag te doen om de rechten te verkrijgen. Zodra het werk bestaat – dat wil zeggen, geschreven of opgenomen is op een fysiek medium – worden aan de auteur automatisch alle exclusieve rechten voor dat werk en alle afgeleide werken toegekend, tenzij en totdat de auteur expliciet afstand doet van die rechten of totdat het auteursrecht is verjaard. De termijn voor verjaring verschilt van land tot land, maar is onder de Berner Conventie minimaal het leven van de auteur plus 50 jaar. In de Europese Unie geldt een termijn van 70 jaar vanaf het overlijden van de auteur. Dit betekent dat tot dat moment de erfgenamen de rechten automatisch overerven.

Nederlands auteursrecht[bewerken]

Geschiedenis Nederlands auteursrecht[bewerken]

Tijdens de Bataafse Republiek kwam de Boekenwet 1803 tot stand. Dit was de eerste nationale regeling in Nederland ter bestrijding van ongeoorloofde nadruk. Het betrof echter een recht van de uitgever en niet van de auteur. Iedereen die een oorspronkelijk werk uitgaf waarop hij het "regt van copie" had, verkreeg het uitsluitend recht dat uit te geven en om tegen nadruk en verkoop van nadrukken op te komen.

Deze wet verloor haar werking toen Nederland onderdeel werd van het Franse Keizerrijk. In deze periode, van 1810 tot 1814, was in het gehele gebied de Franse nationale wetgeving van kracht, onder meer de Franse wet van 19/24 juli 1793 "sur la propriété littéraire et artistique". Die wet regelde de bescherming van schrijvers, componisten, tekenaars en schilders. Daarnaast werder allerlei decreten en wetten ingevoerd ter regeling van de druk en verspreiding van boeken, kranten en tijdschriften, die veel bureaucratie en censuur tot gevolg hadden.

Toen Nederland in 1813 onafhankelijk werd van Frankrijk, werden die Franse regelingen grotendeels teruggedraaid. Op 24 januari 1814 werd door Koning Willem I een Soeverein Besluit afgekondigd, het Besluit van den 24 Januarij 1814, no.1, houdende bepalingen omtrent den Boekhandel en den eigendom van Letterkundige Werken (Stbl.1814, nr.17). Daarbij werden de Franse wetten "betrekkelijk de boekdrukkerij en den boekhandel" afgeschaft en werd de toestand van voor de Franse Tijd hersteld.

Voor de Zuidelijke Nederlanden werd echter in september 1814 een ander Souverein Besluit afgekondigd, waarmee eveneens de Franse wetten "sur l'imprimerie et la librairie" werden ingetrokken. Daarbij werd nu echter óók bepaald dat elke schrijver in le Gouvernement de la Belgique het uitsluitend recht had om zijn werk te laten drukken en verkopen. Dat recht had hij gedurende zijn hele leven en zijn erfgenamen kregen het na zijn overlijden gedurende hun hele leven.

In deze juridisch onoverzichtelijke periode golden in Nederland dus twee wezenlijk verschillende regelingen: één voor de Noordelijke en één voor de Zuidelijke Nederlanden. Het kopijrecht in het Noorden diende slechts ter bescherming van boekdrukkers en -uitgevers, terwijl in het Zuiden reeds sprake was van een werkelijk auteursrecht ten gunste van de auteurs zelf, zoals tegenwoordig min of meer vanzelfsprekend is.

De Auteurswet 1817, die aan deze overgangsfase een einde maakte, werd de eerste echte Nederlandse wettelijke regeling van het auteursrecht. Deze regeling werd later vervangen door de Auteurswet 1881 en uiteindelijk door de Auteurswet 1912. Deze laatste wet is thans nog steeds van kracht, zij het herhaaldelijk gewijzigd en sinds maart 2008 eenvoudigweg Auteurswet (zonder jaartal) genaamd.

Inhoud Auteurswet[bewerken]

Artikel 1 van de Auteurswet definieert 'auteursrecht' sinds 1912 als volgt:

Aanhalingsteken openen

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

Aanhalingsteken sluiten

Op grond van deze bepaling heeft de auteursrechthebbende het uitsluitend recht tot openbaarmaken en verveelvoudigen van zijn creatie. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van deze rechthebbende, tenzij zij zich op een wettelijk geregelde beperking kunnen beroepen.

Om auteursrecht te krijgen moet er sprake zijn van een werk. Artikel 10 van de wet bevat een opsomming van wat daaronder zoal wordt verstaan. In de jurisprudentie is de uitleg daarvan nader verfijnd. Volgens de Hoge Raad in het arrest Van Dale/Romme is elke schepping met een eigen en oorspronkelijk karakter, dat het stempel van de maker draagt, een auteursrechtelijk beschermd werk. Een schepping die te banaal of triviaal is, zal daarom geen werk in de zin van het auteursrecht zijn.

Om te bepalen aan wie het auteursrecht toekomt is van belang te bepalen wie de maker is of eventueel als de fictieve maker van het werk kan worden aangemerkt. Er kan ook sprake zijn van meerdere makers van een werk, van een samensteller van een werk, waarbij al dan niet een gemeenschappelijk auteursrecht kan zijn ontstaan, of van een werkgever die dan automatisch als maker geldt of van een ontwerper die de maker is omdat het werk naar zijn ontwerp en onder zijn leiding en toezicht tot stand is gebracht. In het Nederlands recht geldt dat bij een vervaardigen in loondienst het auteursrecht automatisch aan de werkgever toekomt, tenzij anders door partijen overeengekomen, en onder andere verhoudingen andersom: daar mag dan geen stilzwijgende afstand of overgang worden aangenomen en geldt onverkort het schriftelijkheidsvereiste waarmee de wetgever de doorgaans zwakkere partij van de maker heeft beoogd te beschermen. Het auteursrechtelijk exploitatierecht op een werk kan door de maker middel van een akte (een ondertekend geschrift) aan een ander worden overgedragen. Deze derde wordt daardoor rechthebbende op het werk. De maker behoudt dan de morele en/of persoonlijkheidsrechten, die kunnen worden ingeroepen ter bescherming van immateriële belangen. Deze rechten zijn onvervreemdbaar, d.w.z. kunnen niet worden afgestaan of overgedragen aan derden. Wel kan eventueel met een andere partij worden overeengekomen dat ze niet worden uitgeoefend.

In de Auteurswet zijn in de loop der jaren meerdere bepalingen met betrekking tot (daarmee wettelijk vrijgelaten) uitzonderingen op het auteursrecht opgenomen, onder meer het beperkt eigen gebruik.

Auteursrecht voor auteurs en gebruikers[bewerken]

De onderstaande punten zijn de belangrijkste regels voor het auteursrecht.

  • Auteursrecht is automatisch, in elk geval in de (vele) landen die de Berner Conventie ondertekend hebben: zodra iemand een werk maakt, rust daar in die landen auteursrecht op.
  • Opzettelijke inbreuk op andermans auteursrecht geldt in Nederland als een misdrijf (art. 31 jo. 33 Aw).
  • Op nieuws en actualiteiten rust een beperkt auteursrecht: deze twee mogen door andere nieuwsmedia (dus niet door iedereen) vrijelijk gebruikt worden, mits met bronvermelding. Deze uitzondering dient de 'free flow of information'.[1]
  • Op eigennamen en uitvindingen rust geen auteursrecht, maar kan wel op grond van andere wettelijke regelingen een handelsmerk of een octrooi rusten (in het Engels respectievelijk met trademark en patent aangeduid).
  • Het auteursrecht op een werk vervalt zeventig jaar (te rekenen vanaf de 1e januari) na het overlijden van de maker van het betreffende werk. Na deze periode kan het werk vrij verspreid en aangepast worden.
  • Een auteur kan zijn rechten ook overdragen aan een ander door middel van een onderhandse akte. Hierbij verliest de maker echter alle zeggenschap over het gemaakte werk. Vaak wordt daarom ook een gebruiksrecht of ook wel een licentie gegeven.
  • Auteurs van wetenschappelijke artikelen waarvan het onderzoek bekostigd is met overheidsgeld, hebben het recht om dat werk na een "redelijke termijn"[2] open toegankelijk te maken via bijv. de universitaire repository. Dit recht is opgenomen in de Nederlandse auteurswet, via het zogeheten Taverne-amendement (art. 25fa) uit 2015.[3]
  • Niet in alle gevallen is het maken van kopieën het alleenrecht van de eigenaar van het auteursrecht of van licentiehouders. Hier volgen enkele voorbeelden.
    • Citaatrecht: auteursrechtelijk beschermde werken mogen in Nederland geciteerd worden in een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling, onder de voorwaarde dat het werk waaruit geciteerd wordt rechtmatig openbaar is gemaakt en het geciteerde materiaal een subfunctie vervult in het hoofdwerk (art. 15a Aw). Het citaatrecht is beperkter en meer afgebakend dan het begrip fair use.
    • Thuiskopie: het maken van enige exemplaren voor eigen oefening, studie of gebruik is in Nederland geen inbreuk op het auteursrecht (art. 16c Aw). Een thuiskopie mag niet aan derden worden afgegeven: daarmee overschrijdt men dat wettelijk vrijgelaten beperkt eigen gebruik. De Belgische wetgeving bevat een gelijkwaardig artikel (art. 22, § 1, 5° Auteurswet).
  • Ook nadat de auteur het auteursrecht heeft overgedragen of licentie heeft verstrekt kan de auteur zich in sommige gevallen met een beroep op "persoonlijkheidsrechten" verzetten tegen publicatie. Mogelijke gronden zijn dat de maker niet als auteur wordt vermeld, dat er niet het nodige respect wordt getoond tegenover zijn werk, of dat het wordt gebruikt op een wijze of in een context die niet overeenstemt met de bedoeling waarmee het was gemaakt.
  • Wanneer een inbreukpleger zich erop beroept dat hij geen commercieel gewin heeft gehad of beoogd en zich van geen kwaad bewust is geweest, wordt dat in de rechtspraak doorgaans niet relevant geacht. Met zijn handelwijze heeft hij immers hoedanook toch inbreuk gemaakt op de auteursrechten van de maker. Niet vereist is dat deze inbreuk opzettelijk of te kwader trouw plaatsvond. Met de inbreuk op de auteursrechten van de maker is dan sprake van onrechtmatig handelen van de inbreukpleger jegens de maker, op grond waarvan de inbreukpleger schadeplichtig is.[4]

Auteursrecht op werken van overheden[bewerken]

In principe zijn werken die door overheidsorganen zijn vervaardigd in Nederland vrij te gebruiken, tenzij het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden. Dit is geregeld in artikel 15b van de Auteurswet.

Auteursrecht op religieuze werken[bewerken]

Bij religieuze werken is niet altijd duidelijk wie de rechthebbende is. Bij oude teksten geldt dat het auteursrecht vervallen is. Gelovigen zijn er vaak van overtuigd dat hun god het werk geschreven heeft of op zijn minst heeft gedicteerd. Dit heeft echter geen praktische betekenis voor het auteursrecht. Op (recente) vertalingen van heilige teksten zal auteursrecht rusten van de vertaler of uitgever.

Een Nederlandse zaak die en passant grote invloed had op rechtspraak over het internet, "Scientology tegen Karin Spaink en internetproviders" resulteerde in het Scientology-arrest. Dit was een gewone auteursrechtenzaak, waarbij Scientology ultieme controle over haar heilige documenten wilde behouden. De kerk vraagt grote sommen geld voor het mogen lezen van die documenten, en heeft dus belang bij de auteursrechten. In hoger beroep vond de rechter dat het algemeen belang gediend was met het wijzen op het mogelijke gevaar van Scientology, en stelde hij Spaink in het gelijk.

Antilliaans en Arubaans auteursrecht[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Auteursverordening (Aruba)

De auteursverordeningen van Aruba en de Nederlandse Antillen zijn gebaseerd op de Antilliaanse auteursverordening van 1913, die op zijn beurt weer gebaseerd is op de Nederlandse auteurswet van 1912. Antilliaans en Arubaans auteursrecht heeft dus dezelfde uitgangspunten als de Nederlandse auteurswet in haar oorspronkelijke vorm.[5]

Belgisch auteursrecht[bewerken]

De basis van de Belgische auteursrechtregeling is sinds 1 januari 2015 Hoofdstuk 2 van Titel 5 van Boek XI van het Wetboek van economisch recht. Daarvoor was het auteursrecht geregeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. De wet beschermt letterkundige werken en kunstwerken. Overeenkomstig de Berner Conventie (9 september 1886), waarvan de laatste herziening in België op 25 maart 1999 in een wettekst is omgezet, is de bovenvermelde uitbreiding van het werkingsgebied ook in België gangbaar.

Er zijn twee basisvereisten. Vooreerst moet de creatie gematerialiseerd zijn zodat ze aan derden meegedeeld kan worden. Een idee of theorie kan zonder notatie niet beschermd worden door het auteursrecht. Ook moet het een originele creatie zijn, met een intellectuele bijdrage van de auteur. Het beheer van de auteursrechten is in België in handen van Sabam, Unisono en SIMIM. Daarnaast worden nog kopieerrechten geïnd door Auvibel en Reprobel.

Registratie of depot is niet noodzakelijk, maar kan gebeuren bij registratiebureaus van de FOD Financiën of een notaris. Deze twee methodes verlenen een rechtsgeldige vaste datum aan de creatie. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom en sommige privéorganisaties maken ook een registratie mogelijk, waar de rechter de bewijskracht van kan beoordelen.

De morele rechten zijn onvervreemdbaar en elke overdracht is nietig, de vermogensrechten zijn overdraagbaar.

Internationaal auteursrecht[bewerken]

Er zijn verschillende internationale overeenkomsten met betrekking tot auteursrecht, waaronder:

  • De Berner Conventie, 1886
  • De Universele Conventie voor Auteursrecht (Universal Copyright Convention), 1952
  • De WIPO Copyright Treaty (het WIPO Verdrag met betrekking tot auteursrechten)
  • De WIPO Performances and Phonograms Treaty (het WIPO uitvoeringen- en Platenverdrag)
  • De Trade Related Aspects of Intellectual Property (TRIPS) (regelt de rechten met betrekking tot handel in intellectuele eigendommen)

Daarnaast is er ook een groot aantal verdragen die specifieke onderdelen van het auteursrecht regelen.

Auteursrechten in de Europese Unie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Auteursrechten in de Europese Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Binnen de Europese Unie zijn meerdere regelingen inzake auteursrechten. Te denken valt aan de Europese Richtlijn op de Auteursrechtelijke Bescherming van Software (die voor landen van de Europese Unie regels stelt voor het auteursrecht op software) en de Europese Richtlijn op de Naburige Rechten (rechten die samenhangen met het auteursrecht, maar geen auteursrechten zijn – zoals de rechten van acteurs en cabaretiers op uitvoeringen die zij gespeeld hebben van teksten die door anderen geschreven zijn).

Copyleft[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Copyleft voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Gespiegeld copyrightteken, een gangbaar symbool voor copyleft

De toenemende wetgeving op het gebied van auteursrecht heeft sommige mensen er toe bewogen actie te voeren voor een minder restrictief en 'vrijer' auteursrechtenbeleid. Deze beweging wordt ook wel de Free Culture-beweging genoemd. Een aantal belangrijke 'leden' van deze beweging zijn onder meer Creative Commons, die lossere licenties aanbiedt die auteurs op hun werk kunnen gebruiken en burgerrechtenorganisaties als het Amerikaanse EFF, het Nederlandse Bits of Freedom en het Nederlandse Kennisland[6].

Copyright-teken of -vermelding[bewerken]

Vermelden of een werk auteursrechtelijk beschermd is, zoals met het symbool ©, met het woord copyright of met een zin(snede) zoals dit werk is auteursrechtelijk beschermd heeft in verreweg de meeste situaties geen invloed op de beschermde status. Deze ontstaat namelijk van rechtswege. Dit type vermelding komt uit de Verenigde Staten, dat pas in 1989 toetrad tot de Berner Conventie. Voordien ontstond auteursrecht in de Verenigde Staten niet van rechtswege en een vermelding als deze was dus noodzakelijk. Het plaatsen van een mededeling omtrent de auteursrechtelijke status is echter ook zeker niet verboden en kan dus ter informatie van nut zijn voor de consument.

Literatuur (o.a.)[bewerken]

  • D.J. Hesemans Auteursrecht, uitg. Kluwer, Deventer (2008); 2 delen.
  • Christiaan F.J. Schriks Het kopijrecht, 16de tot 19de eeuw - aanleidingen tot en gevolgen van boekprivileges en boekhandelsusanties, kopijrecht, verordeningen, boekenwetten en rechtspraak in het privaat-, publiek- en staatsdomein in de Nederlanden, met globale analoge ontwikkelingen in Frankrijk, Groot-Brittannië en het Heilig Roomse Rijk, uitg. Walburg Pers, Zutphen (2004); hierin m.b.t. de betreffende periode en de totstandkoming van de wet van 1817 Deel III, Hoofdstuk 5 Boekenwetten tijdens het Soeverein Vorstendom van de Verenigde Nederlanden en het Koninkrijk der Nederlanden, 1813-1817 - Het ontwerp Wenckebach/Blussé de Jonge (pp.391–450).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]