Biologisch-dynamische landbouw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Biologisch dynamische landbouw)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Biologisch-dynamische landbouw (ook wel biodynamische landbouw[1]) is een vorm van biologische landbouw die gestoeld is op de antroposofische principes van Rudolf Steiner.[2][3] Er wordt een holistische kijk op de natuur en het boerderijleven gehanteerd. De natuur wordt gezien als een overal verbonden geheel. Zo is dus ook landbouw verbonden met klimaat, bodemvruchtbaarheid, watervervuiling, biodiversiteit, luchtkwaliteit e.a.

Biologisch-dynamisch geteelde producten krijgen veelal het Demeter-keurmerk. Producten die dit keurmerk hebben, kunnen ook een nationaal of regionaal bio-label dragen zoals het EKO-keurmerk in Nederland of het Biogarantie-keurmerk in België. In Europa is de Warmonderhof de enige staats-erkende biodynamische landbouwopleiding.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De biodynamische teeltmethode ontstond in de jaren twintig van de twintigste eeuw als een reactie op bezorgdheid over de uitvinding van kunstmest.[3][4] Op verzoek van lokale boeren, hield Steiner rond Pinksteren van 1924 in Koberwitz een achttal voordrachten genaamd "Geesteswetenschappelijke grondslagen voor een vruchtbare ontwikkeling van de landbouw" die gezien worden als de basis van de biologisch-dynamische landbouw.[5] Steiner zag de aarde als een organisme dat een samenhang kent tussen dieren, planten, bodem en de kosmos en vreemde elementen dient te vermijden.[3] Hij ijverde voor zelfvoorzienende landbouw. Steiner was een van de eersten die de industrialisering van de landbouwsector openlijk ter discussie stelde.[6]

In de jaren nadien werden de eerste 'Demeter BD farm standards' opgesteld.[7] In 1928 waren de eerste normen en richtlijnen voorhanden. Deze 'farm standards' bevatten tal van normen en richtlijnen waaraan voldaan moet worden vooraleer een producent het Demeter-keurmerk kan dragen.

Demeter-keurmerk[bewerken | brontekst bewerken]

Het keurmerk dat wordt gebruikt in de biodynamische landbouw is het Demeter-keurmerk, genaamd naar de Griekse godin van de vruchtbaarheid. Het beschrijft een reeks van normen en richtlijnen waaraan voldaan moet zijn om het keurmerk te mogen dragen. Net zoals het geval is bij het Biogarantie-keurmerk worden er ook in het geval van het Demeter-keurmerk controles uitgevoerd door officiële controle-instanties, op het al dan niet voldoen aan deze normen en richtlijnen.

Bij deze normen en richtlijnen staan bodemvruchtbaarheid en versterking van de natuurlijke groei centraal. De normen en richtlijnen handelen over:

  • Een ruime vruchtwisseling: zo wordt voorkomen dat de bodem eenzijdig wordt uitgeput. Een ruime vruchtwisseling is ook belangrijk in het - op natuurlijke wijze - voorkomen van ziekten.
  • Mestgebruik: zowel de herkomst van de gebruikte meststoffen, als de samenstelling en hoeveelheid is heel sterk gereglementeerd.
  • Het gebruik van biodynamische preparaten die op geheel natuurlijke wijze de vitaliteit van de producten bevorderen.
  • Herkomst van plant- en zaadgoed
  • Herkomst van veevoeder
  • Integriteit van dieren: nóg sterker dan in de biologische landbouw mag er niet aan de integriteit van vee geraakt worden. We denken hier aan het behoud van staarten, hoorns, snavels etc.
  • Natuurbeheer op de boerderij
  • Gemengde bedrijfsvoering: door een gemengde bedrijfsvoering te hanteren verhoogt een boerderij zijn zelfvoorzienende karakter. Binnen een gemengde bedrijfsvoering wordt zowel plantaardige als dierlijke productie gerealiseerd.
  • Persoonlijke ontwikkeling van mens en bedrijf: een sociaal en economisch gezond klimaat zijn belangrijk voor een biodynamisch bedrijf.
  • Duurzame afzet: binnen de biodynamische afzet wordt heel sterk gezocht naar lokale en directe afzetmethoden waarbij er contact met de klant bestaat.

Daarnaast zijn er ook tal van normen en richtlijnen die gehanteerd worden in de verwerkingssector. Deze handelen over het vermijden van verpakkingen, de chemische samenstelling van verpakkingen, ingrediënten, toegelaten smaakstoffen, conserveermiddellen en -methoden, toegelaten bewerkingen en opslagmethoden.

Teeltmethode[bewerken | brontekst bewerken]

Centraal staat het versterken van de 'natuurlijke groei' middels aandacht voor de bodemvruchtbaarheid[3] en wordt er gestreefd naar hoge mate van diversiteit in geteelde gewassen en gehouden dieren.[3]

Kosmische krachten[bewerken | brontekst bewerken]

In de biologisch-dynamische landbouw gaat men ervan uit dat hemellichamen invloed uitoefenen op de groei van de gewassen. Voor en tijdens het verbouwen van de gewassen houdt men daarom rekening met veronderstelde kosmische invloeden. De maan zou bijvoorbeeld niet alleen de getijstroom beïnvloeden, maar ook de waterhuishouding van gewassen.

De gang van de maan langs de dierenriem zou de groei van gewassen beïnvloeden. Kleuren zouden hierbij een rol spelen. De Duitse Maria Thun onderzocht de invloed van maanstand ten opzichte van de dierenriem door jarenlange proeven met onder meer de verbouw van radijs. Zij verzamelde haar resultaten in 1963 in een zaaikalender met richtlijnen voor de goede momenten om de diverse gewassen te zaaien of poten. Ze benoemde de vier soorten van gewassen als bladgewassen (zoals sla en prei), wortelgewassen (ook knollen en rapen), vruchtgewassen (peulen, tomaten) en bloemgewassen. Deze corresponderen met de elementen water, aarde, lucht en vuur. Zo wijst in de theorie van Thun de stand van de sterren de ideale zaaimomenten aan.

Preparaten[bewerken | brontekst bewerken]

In de biologisch-dynamische landbouw wordt er naast organische mest gewerkt met 'preparaten'.[8][9][10] Deze preparaten zouden de vermeende levenskracht van de gewassen ondersteunen. De kosmische krachten zouden via de organische preparaten naar de aarde geleid worden en zo een positieve invloed hebben op de groei van het gewas.

Sproeipreparaten[bewerken | brontekst bewerken]

Veldpreparaten, voor het stimuleren van de vorming van humus:[11][12]

  • 500: Een humusmengsel bereid door een koehoorn te vullen met koemest en deze in de aarde (40-60 cm onder het oppervlak) te begraven in de herfst. Om in de winter te ontbinden en voor de volgende lente als meststof te worden teruggewonnen.
  • 501: Fijngemalen bergkristal gevuld in een koehoorn en begraven in de aarde in de lente en uitgehaald in de herfst. Het kan worden gemengd met 500, maar wordt meestal alleen bereid. Het mengsel wordt tijdens het natte seizoen onder zeer lage druk over het gewas gespoten, als een verondersteld antischimmelmiddel.

Compostpreparaten[bewerken | brontekst bewerken]

De compostpreparaten die Steiner heeft aanbevolen, gebruiken kruiden die vaak worden gebruikt in alternatieve geneeswijzen. Veel van dezelfde kruiden waarnaar Steiner verwijst, worden in organische praktijken gebruikt om bladmeststoffen, groene mest of in compostering te maken. De voorbereidingen die Steiner besprak waren:

Elke boerderij zijn eigen interpretatie[bewerken | brontekst bewerken]

Iedere biologisch-dynamische boerderij heeft haar eigen interpretatie. Sommige boerderijen gaan verder in het berekenen van kosmische invloeden dan andere bedrijven. Andere boerderijen focussen voornamelijk op de strenge normen en richtlijnen die een duurzame landbouw, bedrijfsvoering en afzet garanderen.

Daarnaast zijn de normen en richtlijnen zoals beschreven door de Demeter-associatie uiteraard een universele vereiste om het Demeter-keurmerk te kunnen behalen.

Omvang[bewerken | brontekst bewerken]

Anno 2020 zijn er wereldwijd 6396 biodynamische bedrijven in 56 landen, grotendeels in Europa. Het totale areaal is 208.327 hectare.

Duitsland heeft het grootste aandeel biologisch-dynamische landbouwareaal (45%) met 93.000 hectare.

In Nederland zijn er 143 aangesloten boeren en tuinders, die samen 7852 hectare gecertificeerde biodynamische boerderijen bewerken. België heeft vijf boerderijen die het Demeter-keurmerk met zich meedragen en samen een oppervlak van 65 hectare bewerken.[13]

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

Decennialang onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Cambridge, toonde in 2009 aan dat biodynamisch gecultiveerde velden lagere absolute opbrengsten hebben dan conventioneel gecultiveerde velden, maar een betere efficiëntie van de productie haalt in verhouding tot de hoeveelheid gebruikte energie. Ook heeft het grotere regenwormpopulaties en biomassa dan conventionele velden. Beide factoren waren vergelijkbaar met het resultaat in biologisch gecultiveerde velden.[14]

In 2015 bleek uit onderzoek dat biodynamische landbouw een van de meest duurzame landbouwmethoden is in de moderne landbouw. Het heeft geen nadelige effecten op het milieu, produceert geen afval, omdat alles dat normaal gesproken als afval wordt beschouwd, naar andere delen van het bedrijf wordt gerecycled. Ook bleek dat preparaten 500-508 gunstige effecten hebben op de bodem en de kwaliteit ervan. De belangrijkste bevindingen waren dat compost behandeld met biodynamische preparaten 10% minder CO2 bevatte, een hogere verhouding van dehydrongenase-enzym tot CO2-productie had en een verhoogde microbiologische beweging had. Bovendien werd ook gevonden dat de behandelde compost een hogere gemiddelde temperatuur en een verhoogd gehalte aan organische stof had. De studie werd uitgevoerd door de Universiteit van Glasgow.[15]

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

In een redactioneel krantenartikel uit 2002 typeerde Peter Treue, landbouwonderzoeker aan de Universiteit van Kiel, biologisch dynamische landbouw als pseudowetenschap en voerde hij aan dat vergelijkbare resultaten kunnen worden verkregen met standaard biologische landbouwprincipes. Hij schreef dat sommige biodynamische preparaten meer op alchemie of magie lijken, verwant aan geomantiek.[16]

In een analyse uit 1994 concludeerde Holger Kirchmann, een bodemonderzoeker aan de Zweedse Universiteit voor Landbouwwetenschappen, dat Steiner's instructies occult en dogmatisch waren en niet kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van alternatieve of duurzame landbouw. Volgens Kirchmann zijn veel van Steiner's uitspraken niet aantoonbaar, omdat er geen testbare hypothesen kunnen worden gemaakt op basis van zijn beschrijvingen. Kirchmann beweerde dat wanneer methoden van biologisch-dynamische landbouw wetenschappelijk werden getest, de resultaten niet overtuigend waren. [17] Verder typeerde Linda Chalker-Scott, een onderzoeker aan de Washington State University, in een overzicht van de biologisch-dynamische landbouw uit 2004, de onderliggende principes als pseudowetenschap, waarbij ze schreef dat Steiner geen wetenschappelijke methoden gebruikte om zijn theorie van biologisch-dynamische landbouw te formuleren. De latere toevoeging van geldige organische landbouwtechnieken hebben de discussie over Steiner's oorspronkelijke idee "verward". Op basis van de schaarse wetenschappelijke testen van de biologisch-dynamische landbouw, concludeerde Chalker-Scott dat er "geen bewijs bestaat" dat homeopathische preparaten de bodem verbeteren. [18]

Daarmee kan gerust worden geconcludeerd, dat Biologisch-dynamische landbouw vooral stoelt op de esoterische gedachtenspinsels van Rudolf Steiner, i.p.v. gedegen wetenschappelijk onderzoek. [19]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Biodynamic Farm Standards, Demeter Association, Inc.
  • Anders omgaan met de aarde - Biologisch-dynamische landbouw voor nu en later, Willy Schilthuis - ISBN 90-6238-499-4
  • Biologisch-dynamisch tuinieren in de praktijk, Willy Schilthuis - ISBN 90-6238-799-3
  • Vruchtbare landbouw op biologisch-dynamische grondslag, Rudolf Steiner - ISBN 90-6038-507-1
  • Dynamisch Perspectief, tijdschrift van Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding
  • De Werking Van De Siderische Zon En Maan In De Landbouw, Hans Bruinsma, Stichting Agrikos - ISBN 90-809250-1-2.
  • Biodynamic Agriculture: An Introduction, Koepf, Pettersson en Schaumann - ISBN 978-0880101554.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Organic farming van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.