Durme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Durme bij de Antwerpse Steenweg in Lokeren
De Durme bij de Mirabrug in Elversele bij laagtij

De Durme is een Belgische zijrivier van de Schelde.

Vandaag beschouwt men de Durme veelal als een samenvloeiing van de Zuidlede en de Moervaart ter hoogte van Daknam, een deelgemeente van Lokeren. Het verlengde van deze waterloop maakt een verbinding met de Schelde nabij Hamme en Tielrode. De huidige lengte van Moervaart en Durme samen is 45 km.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

De middeleeuwse Durme was aanzienlijk langer. Ze ontsprong in Sint-Joris nabij Beernem en stroomde dan oostwaarts tot Vinderhoute. Daar vloeide ze samen met de Poekebeek (komende van Tielt). Vanaf de vijftiende eeuw werden de Durme en de Poekebeek ten westen van Vinderhoute respectievelijk Hoogkale en Neerkale genoemd. Vanaf Vinderhoute liep de Durme noordoostwaarts richting Wondelgem/Evergem en Langerbrugge tot Mendonk. Daar stroomde ze in oostelijke richting verder, doorheen de Moervaartdepressie (Wachtebeke, Moerbeke, Sinaai), om vervolgens zuidwaarts via Lokeren en oostwaarts via Waasmunster uiteindelijk nabij Hamme en Tielrode in de Schelde uit te monden. In 1613 werd in de bedding van de Hoogkale de Brugse Vaart uitgegraven. Vandaag is deze vaart een onderdeel van het Kanaal Gent-Oostende.

Hydrografische wijzigingen[bewerken]

De zoektocht van de stad Gent naar een verbinding met de Noordzee én de Westerschelde veranderde de situatie grondig. De aanleg van de Brugse Vaart, het Kanaal Gent-Terneuzen en het Schipdonkkanaal hebben de middeleeuwse toestand bijna onherkenbaar gewijzigd. Door de gravende mens werd het traject van de waterlopen steeds ingewikkelder en ondergingen delen ervan naamsveranderingen. Zo spreekt men vandaag tussen Mendonk en Daknam over de Moervaart/Zuidlede. De naam Durme wordt enkel nog gebruikt voor de benedenloop van Lokeren tot Hamme/Tielrode.

Door het graven van de Sassevaart in 1547 en het Kanaal Gent-Terneuzen tussen 1823 en 1827, werd de Durme afgesneden van haar bron en bovenloop. Hierdoor begonnen grote delen van deze 'onthoofde rivier' te verzanden. Het zand dat met het opkomende tij via de Schelde werd aangevoerd, ging nu immers veel meer bezinken in de bedding van de benedenloop. Om scheepvaart mogelijk te houden, begon men vanaf de twintigste eeuw met baggerwerken.

Ondertussen was het hoogwaterpeil in de Schelde aanzienlijk gestegen en bij springtij werd de Durme/Moervaartvallei herhaaldelijk geteisterd door overstromingen. Zo was men tot voor 1940 vaak genoodzaakt vlotten te bouwen om rapen te kunnen oogsten[2]. Nadat in 1930 enkele dijken het hadden begeven, kwam koning Albert I op bezoek. Een jaar later werd in de buurt van de wijk Hondsnest het Pompstation Groote Watering van Sinaai opgericht, wat het begin inluidde van een systematische ontwatering van het valleigebied tussen Daknam en Mendonk. Na een ernstige overstroming in de stadskern van Lokeren werd in 1955 besloten om ook hier maatregelen te nemen door de Durme af te dammen ter hoogte van het Molsbroek. Hierdoor werd de Durme van Waasmunster tot in Hamme/Tielrode in feite een getijdengeul van de Schelde. Bij springtij is er op dit deel van de Durme soms een vloedbranding (mascaret) van enkele centimeters hoog waar te nemen. Dit zeldzame natuurfenomeen is uitzonderlijk in Europa en uniek in België.[3] Het overige deel van de Durme/Moervaart - de facto een 'regenbeek' - laat men nog steeds met behulp van pompen uitmonden in het Kanaal Gent-Terneuzen. De dominante stroomrichting van de historische Durme werd dus door de mens omgekeerd.

Etymologie[bewerken]

Er bestaat geen eensgezindheid over de etymologie van het woord Durme. De hypothese dat de naam "Durme" een Keltische oorsprong zou hebben, met 'veel water' als betekenis van "Dur" is zeer twijfelachtig. De meest betrouwbare verklaring (deze van Gysseling, een autoriteit op het vlak van toponymie) is dat Durme is afgeleid van 'dromia', dat op zijn beurt een afleiding is van het pre-Germaanse grondwoord 'der' dat 'lopen' betekent. Onder invloed van o.a. een klankverschuiving en een r-metathese zou 'Dromia' door de eeuwen heen evolueren naar 'Drumme' en uiteindelijk Durme wat dan staat voor 'waterloop'.[4]

De naam Durme is nog steeds herkenbaar in plaatsnamen tussen Aalter en Tielrode/Hamme[5]. Enkele voorbeelden:

  • de wijk Durmen in de gemeente Zele
  • de wijk Durmen in Merendree, een deelgemeente van Nevele
  • Durmakker: een industriepark in Evergem, tussen de Ringvaart en de Kale
  • Durmstraat in Zomergem: ter hoogte van het kruispunt van het Schipdonkkanaal en de Brugse Vaart
  • Durmelaan in Aalter: iets ten zuiden van de Brugse Vaart

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. GPS-track van Moervaart en Durme
  2. Baeté, Hans (1994) Een studie van de Heirnisse (Sinaai-Waas, Oost-Vlaanderen), met klemtoon op historiek en vegetatie. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling. Universiteit Gent
  3. vzw Durme, Mascaret op de Durme, 7 februari 2017
  4. Bijdragen tot de Toponymie van Lokeren, DULLAERT, E., Scriptie, Universiteit Gent, 2007-2008
  5. De Vos, Achiel (1958) De Middeleeuwse loop van de Durme en haar bijrivier de Poeke. Voorlichtingsreeks 23. Oost-Vlaams Verbond van de Kringen voor Geschiedenis, Gent