General Agreement on Tariffs and Trade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) of Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel is een internationaal handelsverdrag en de (informele) organisatie daaromheen. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd besloten tot een verdrag ter bevordering van vrije handel tussen de deelnemende landen door het verlagen en vereenvoudigen van invoerheffingen. In eerste instantie was voorzien in een Internationale Handelsorganisatie (ITO) maar doordat de Verenigde Staten uiteindelijk afzagen van ratificatie, trad de ITO nooit in werking. Als alternatief werd ondertussen de GATT op 30 oktober 1948 ondertekend, waarin vele regels terugkeerden maar zonder duidelijk institutioneel karakter.

In verschillende zogenoemde GATT-rondes werden de afspraken keer op keer aangepast. Aangezien de nodige formaliteiten echter nimmer hadden plaatsgevonden, kon geen samenwerkingsovereenkomst met de Verenigde Naties worden gesloten. Pas in 1995, met de Uruguay-ronde, werd besloten tot het oprichten van een formele organisatie: de Wereldhandelsorganisatie. Deze laatste kwam in de plaats van de GATT.

Werkwijze[bewerken]

In de GATT overeenkomst zijn een aantal spelregels opgenomen op het gebied van de handelspolitiek en verder vormde zij het platform voor periodieke algemene handelsbesprekingen waar vooral concessies met betrekking tot de verlaging van invoerheffingen worden uitgewisseld.

GATT-basisprincipes[bewerken]

De basisfilosofie van de GATT is allereerst dat er gestreefd moet worden naar een stroomlijning en geleidelijke afbraak van de diverse naoorlogse handelsbelemmerende praktijken, en wel op basis van een drietal principes:

  1. Non-discriminatie principe - de regels gelden voor alle landen
  2. Transparantieprincipe
  3. Wederkerigheidsprincipe

GATT-onderhandelingsronden[bewerken]

Een nieuwe serie onderhandelingen werd een 'ronde' genoemd. In alle ronden werd een verdrag bereikt dat de ondertekenaars hoofdzakelijk tot de verlaging van invoerheffingen verplicht. Vaak bevatten de akkoorden vele uitzonderingen voor bepaalde producten en landen.

Tijdens de eerste vijf ronden werd weinig vooruitgang gerealiseerd. Hier werd gesproken over individuele producten. Bij de zesde, Kennedy, ronde werden de invoerrechten voor alle producten met eenzelfde percentage verlaagd. Hierbij streefde men naar een reductie van 50% op industriële producten. Tussen 1967 en 1972 daalde het tarief met 35%, niet helemaal het gewenste resultaat, maar desondanks was dit de grootste sprong voorwaarts die binnen het GATT werd bereikt. De onderhandelingen voor landbouwproducten was in het algemeen moeilijk en ook in de Kennedy-ronde werd hier nauwelijks vooruitgang gemaakt.

Het doel voor de Tokio-ronde was een vermindering van de invoerrechten en niet-tarifaire belemmeringen voor industriële producten en landbouwproducten. Speciale aandacht ging verder uit naar de producten en grondstoffen die voor ontwikkelingslanden van belang waren. Ontwikkelingslanden waren teleurgesteld over het gebrek aan aandacht voor hun problemen tijdens de GATT-ronden en onder druk van deze landen is UNCTAD opgericht.

  1. Genève-ronde (1947): 23 landen.
  2. Annecy-ronde (1949): 13 landen.
  3. Torquay-ronde (1951): 38 landen.
  4. Genève-ronde (1956): 26 landen.
  5. Dillon-ronde (Genève, 1962): 26 landen.
  6. Kennedy-ronde (Genève, 1967): 62 landen.
  7. Tokio-ronde (Genève, 1979): 102 landen.
  8. Uruguay-ronde (Genève, 1995): 123 landen. Hier werd de Wereldhandelsorganisatie opgericht.

Tekortkomingen[bewerken]

Vanaf het begin werden belangrijke productgroepen uitgesloten van de onderhandelingen zoals landbouwgoederen, grondstoffen en diensten. Het was een multilateraal verdrag en actie werd alleen ondernomen als alle lidstaten dit wilden. Er ontbrak een rechtbank of iets vergelijkbaars om overtredingen aan te pakken. Nieuwe liberaliseringen over intellectuele eigendomsrechten en investeringen, hadden ook geen plaats binnen de GATT.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]