Groot-België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Situatie direct na onafhankelijkheid

Groot-België is de benaming voor een nagestreefd groter Belgisch grondgebied.

19e eeuw[bewerken]

De nieuwgevormde staat België, die in 1830 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, omvatte oorspronkelijk ook Nederlands Limburg (uitgezonderd Maastricht en directe omgeving wegens orangistische legers rondom deze stad) en het gewest Luxemburg.

Er werden door de nieuw gecreëerde staat ook aanspraken gemaakt op Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen, maar dit zijn nooit realistische scenario's geweest omdat de opstandelingen geen macht konden uitoefenen in dit voormalig Staatse gebied. Franse en Belgische militairen onder Ernest Grégoire en Louis-Adolphe de Pontécoulant hebben wel geprobeerd om Zeeuws-Vlaanderen te veroveren, maar dit lukte niet door de verdediging van kolonel Ledel. Ook Noord-Brabant was verdedigd door de Gentenaar Jozef van Geen.

20e eeuw[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg het idee van een dergelijk 'Groot-België' onder radicale Belgicisten, (een vorm van staatsnationalisme) weer aanhang, in iets gewijzigde vorm, maar grotendeels overeenkomstig met het oorspronkelijke plan in 1830.

Motieven om Nederlandse gebiedsdelen aan te hechten[bewerken]

Nederland zou de Duitsers bevoordeeld hebben in de Eerste Wereldoorlog, daarom eisten sommige Belgen gebiedsdelen op.

  • Zeeuws-Vlaanderen zou altijd integraal deel uitgemaakt hebben van Vlaanderen. Nederlanders zouden dit gebied toegeëigend hebben als Zeeuws gebied nadat dit op de Spanjaarden buitgemaakt was, maar het werd volgens hen foutief ingedeeld. Voor hen zou het zelfs Vlaams-Zeeland moeten heten. Bij gebrek aan landverbinding met de rest van Zeeland vonden zij dat het beter bij België zou worden aangehecht. Een ander bijkomend feit was dat de Scheldeverdieping dan een heel ander perspectief kreeg.
  • Nederlands Limburg behoorde oorspronkelijk ook tot België maar door vredesonderhandelingen zou dit gebied in 1839 naar Nederland gaan.

Motieven om Duits/Duitstalige gebiedsdelen aan te hechten[bewerken]

  • Hertogdom Limburg: gebiedsdelen van de agressor Duitsland die vroeger onder Limburg vielen zouden opeisbaar moeten zijn. Dat is gedeeltelijk gebeurd met de huidige Oostkantons
  • Groothertogdom Luxemburg: de toenmalige groothertogin had een referendum gehouden in 1919 met als doel afstand te doen van de troon (Nassau-Weilburg) en aansluiting te zoeken bij België waar familieleden op de troon zaten. Dit plan is nooit gerealiseerd. Wel zagen Groot-Belgicisten hier iets in en vonden dat de beide Luxemburgen verenigd dienden te worden onder België inclusief de Duitse gebiedsdelen die Luxemburg ooit omvatte als hertogdom, onder meer Bitburg.

Volgens oude graafschappen en hertogdommen[bewerken]

Een andere nagestreefde manier om het grondgebied van België te vergroten, is om alle oude graafschappen en hertogdommen van de Nederlanden die momenteel (gedeeltelijk) in België liggen, te herenigen en te verenigen onder België, al dan niet met Artesië (hedendaags Pas-de-Calais).

Hiervoor komen

De Nederlanden 1548
De Nederlanden 1648
De Nederlanden 1812
De Nederlanden 1829
De Nederlanden 1905
Spanish Netherlands.svg The Low Countries.png French departments in the Netherlands and Belgium in 1812.png 1815-VerenigdKoninkrijkNederlanden.svg Belgien Niederlande 1905.png