Groot-België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Groot-België is een benaming voor Belgisch irredentisme, het streven naar groter Belgisch grondgebied. Hier werd meestal aanspraak gemaakt op Duits grensgebied dat tot Hertogdom Limburg behoorde (zie Oostkantons), Nederlands Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en het Groothertogdom Luxemburg (en haar voormalig gebied)[1][2] In mindere mate werd er ook aanspraak gemaakt op de Nederlandse provincie Noord-Brabant[3] (1830) en de Franse Nederlanden (Nord-Pas-de-Calais). Kort na 1830 leefde zelfs het idee om een federatie te vormen met het Rijngebied in Duitsland.[4]

De steun voor Belgisch irredentisme is vandaag vrijwel geheel verdwenen. Discussies in België gaan vooral over de splitsing van België, Groot-Nederland, rattachisme en, in zeer beperkte mate, over Heel-Nederland. In de betroffen gebieden is, behalve in Limburg[5] en Luxemburg[6], het enthousiasme over een aanhechting door België overigens altijd zeer beperkt gebleven.

Wel bestaat sinds 1921 de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, soms ook BLEU genoemd. Vandaag de dag werkt deze unie nog nauwer samen op economisch vlak dan de Benelux Unie dat doet al is de unie hiernaast nog weinig relevant.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Belgische Revolutie[bewerken | brontekst bewerken]

België tussen 1830 en 1839, zonder rekening te houden met Maastricht en Luxemburg-stad

De Belgische staat, die in 1830 onafhankelijk werd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, omvatte oorspronkelijk ook Nederlands Limburg (uitgezonderd Maastricht en directe omgeving wegens orangistische legers rondom deze stad) en het Groothertogdom Luxemburg, met uitzondering van Luxemburg-stad wegens het Pruisische leger dat daar aanwezig was.

Er werd door de jonge staat ook aanspraken gemaakt op Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen, maar deze zijn nooit realistisch geweest omdat de opstandelingen geen macht konden uitoefenen in dit traditioneel Staatse gebied. Franse en Belgische militairen onder Ernest Grégoire en Louis-Adolphe de Pontécoulant hebben geprobeerd om Zeeuws-Vlaanderen te veroveren, maar dit lukte niet door de verdediging van kolonel Ledel. Ook Noord-Brabant werd succesvol verdedigd door de Gentenaar Jozef van Geen.

Door het verdrag der XXIV artikelen werd in 1839 de Belgische onafhankelijkheid erkend. Zij deed afstand van Limburg ten oosten van de Maas (nu Nederlands-Limburg) en het Duitstalige deel van Luxemburg (nu het Groothertogdom Luxemburg). Het Land van Aarlen bleef wel bij België, omdat Aarlen de hoofdplaats was van de Belgische provincie Luxemburg (in afwachting van een verhuizing naar Luxemburg-stad, die er nooit is gekomen). Deze provincie werd vanaf 1839 een volwaardig deel van België, en was niet meer verbonden met de Duitse Bond.

Officieel werden de grenzen van België dus vanaf 1839 definitief vastgelegd. Sommigen bleven echter ijveren voor gebiedsuitbreiding. Zelfs Leopold II maakte al als kroonprins plannen voor een aanval op Nederland, maar deze zijn nooit in de praktijk gebracht.

Na de Grote Oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Kaart met de door België opgeëiste gebieden (rood), en de door het Verdrag van Versailles toegekende gebieden (blauw).

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg het idee van een dergelijk Groot-België weer aanhang en werden dergelijke irredentistische aanspraken weer relevant. Nederland zou de Duitsers bevoordeeld hebben tijdens de oorlog door, onder andere, de gevluchte Keizer Wilhelm te hebben opgevangen. Hierom eisten sommige Belgen alsook de Belgische staat Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg op. Daar kwam uiteindelijk niets van in huis, maar België verkreeg wel de Oostkantons van Duitsland door het Verdrag van Versailles.

Door het referendum van 1919 in Luxemburg kwam ook de kans om het Belgisch koningshuis op de troon te krijgen van het Hertogdom maar ook dit was te vergeefs voor de Belgen.[7] Wel bestaat sinds 1921 een Belgisch-Luxemburgse Economische Unie. Zo waren de Belgische frank en de Luxemburgse frank aan elkaar gekoppeld aan een ratio van 1:1.

Na de Tweede Wereldoorlog eiste België opnieuw Duitse gebieden op. Het verkreeg in 1949 een zeer geringe uitbreiding van zijn grondgebied, maar gaf de meeste verkregen gebieden al in 1958 terug.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. (fr) Les rêves d’une Grande Belgique (1916-1921). connaitrelawallonie.wallonie.be. Geraadpleegd op 11 juli 2021.
  2. (nl) DBNL, E.H. Kossmann, De Lage Landen 1780-1980 · dbnl. DBNL. Geraadpleegd op 12 juli 2021.
  3. Noord-Brabant en de Opstand van 1830. uitgeverij-zhc.nl. Geraadpleegd op 11 juli 2021.
  4. (nl) DBNL, Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap. Deel 76 · dbnl. DBNL. Geraadpleegd op 12 juli 2021.
  5. (nl) De Nederlands-Belgische betrekkingen en de Belgische staatshervormingen: het Nederlands taalgebied in het Europa der Regio’s. Antiquariaat Fasol. Geraadpleegd op 13 juli 2021.
  6. Belgische Revolutie. www.debelgischerevolutie.be. Geraadpleegd op 13 juli 2021.
  7. Elections in Europe : a data handbook. Nomos, Baden-Baden, Germany (2010), p1244. ISBN 3-8329-5609-3.