Grote Markt (Groningen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grote Markt
De zuidzijde van de Grote Markt
De zuidzijde van de Grote Markt
Geografische informatie
Locatie       Groningen (stad)
Wijk Binnenstad
Coördinaten 53° 13′ NB, 6° 34′ OL
Algemene informatie
Bestrating klinkers, asfalt
Opvallende gebouwen Martinitoren, Stadhuis, Goudkantoor
Openbaar vervoer Stadsbuslijnen
Detailkaart
Grote Markt (Binnenstad)
Grote Markt
2007-02-15 Grote Markt - door Martijn Middel.jpg
De Grote Markt met het stadhuis, gezien vanaf de Martinitoren
Grote Markt - horeca.jpg
Cafés aan de zuidzijde van de Grote Markt
20100523 Grote Markt en Martinitoren Groningen NL.jpg
De Grote Markt in 2010
SR09 Glazen Huis Groningen 20091218-Night.jpg
De Grote Markt tijdens Serious Request (2009)
Meikermis Groningen.jpg
Meikermis op de Grote Markt (2018)
Grote Markt - terras voor de Drie Gezusters.jpg
Terras voor de Drie Gezusters bij avond (2018)

De Grote Markt, tot begin 19e eeuw de Breede Merckt, is het belangrijkste plein en het middelpunt van de Nederlandse stad Groningen.

Het plein wordt gedomineerd door de Martinitoren en het Stadhuis. Een ander prominent gebouw is het Goudkantoor. Aan oostzijde rijst het Groninger Forum op achter de bebouwing. De markt is verder vooral bekend om zijn concentratie van horecagelegenheden, waaronder horecabedrijf Drie Gezusters ("de drie" in de volksmond), met een capaciteit van 3700 personen naar eigen zeggen de grootste kroeg van Europa[1], waarvan ook Hotel De Doelen deel uitmaakt, de oudste nog in bedrijf zijnde horecagelegenheid van Groningen. De Grote Markt functioneert tot op heden ook nog als marktplaats. Door de eeuwen heen is de Grote Markt het toneel voor alle feestelijke en plechtige gebeurtenissen in Groningen, waaronder de viering van de 28e augustus ter herdenking van Gronings Ontzet.

Het schilderij De Paardenkeuring van Otto Eerelman uit 1920 toont de vooroorlogse markt in al zijn glorie. De Grote Markt kreeg als gevolg van de verwoestingen bij de Bevrijding van Groningen in 1945 in de wederopbouwperiode een sterk gewijzigd aanzien, waarbij de noord- en oostwand in modernistische stijl werden herbouwd en de rooilijn aan oostzijde 17 meter naar achteren werd geschoven. In het eerste kwart van de 21e eeuw werd een grote herontwikkelingsoperatie in gang gezet om de noord- en oostwand een nieuw aanzien te geven. Daarbij is de oude rooilijn aan oostzijde weer hersteld. Of en hoe de noordwand zal worden aangepakt en hoe het plein in de toekomst zal worden ingericht is nog onderwerp van verdere discussie.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Aangenomen wordt dat Groningen van origine een esdorp is. De huidige Grote Markt was oorspronkelijk, tot in de 9e of 10e eeuw een Drentse brink, met boerderijen aan de rand. De boerderijen aan de noordzijde zijn waarschijnlijk zelfs op de brink gebouwd. De oudste bebouwing in Groningen (4e eeuw v.C.) bevond zich blijkens archeologisch onderzoek iets ten noorden van het plein, namelijk aan het Martinikerkhof, de Oude Boteringestraat en de Rode Weeshuisstraat.

Grote Markt als knooppunt[bewerken | brontekst bewerken]

Vanouds komen de belangrijkste straten van de stad uit op de Grote Markt. Vanaf de Martinitoren, met de klok mee, zijn dat het Martinikerkhof, de Poelestraat, de Oosterstraat, de Gelkingestraat, de Herestraat, de Vismarkt (via Tussen Beide Markten), de Zwanestraat, de Oude Boteringestraat, de Oude Ebbingestraat en de Sint Walburgstraat (via de Kreupelstraat). De Markt zelf is vermoedelijk pas rond de 8e eeuw, ongeveer 1200 jaar na het ontstaan van Groningen, ontstaan op het kruispunt van deze wegen.

De op de Grote Markt uitkomende straten kenden vanouds, om veiligheidsredenen, slechts een nauwe doorgang naar het plein. Met name de Oude Ebbingestraat (waar slechts een enkele tram kon passeren) is bij de wederopbouw aanmerkelijk ruimer geworden. De Kreupelstraat was niet meer dan een brede gang naar de Jacobijnerstraat. Het Kwinkenplein bestond nog niet.

Nog tot na de Tweede Wereldoorlog is de Grote Markt beschouwd als een belangrijke verkeersrotonde. Pas op 19 september 1977, bij de invoering van het Verkeerscirculatieplan is de huidige autoluwe situatie ontstaan. Een plan eind 20e eeuw om een parkeergarage onder de markt aan te leggen, werd uiteindelijk afgeschoten door een referendum in 2001.

De Grote Markt was vanaf 1880 (eerste paardentram) tot 1992 het belangrijkste overstappunt voor het lokale openbaar vervoer. Tot 1926 aan de zuidzijde, daarna voornamelijk aan de noordzijde. Die functie is overgenomen door het centrale busstation bij het Hoofdstation. Een plan voor een tram over het plein begin 21e eeuw werd in 2012 opgegeven. Volgens de huidige gemeentelijke plannen zullen in de nabije toekomst ook alle bussen van de Grote Markt verdwijnen.

Bestrating en bebouwing[bewerken | brontekst bewerken]

Rond 1200 is de Markt voor het eerst bestraat. Dat de markt dan al het middelpunt van de stad is staat wel vast. Rond 800 werd de Sint Maartenskerk als eerste kerk van de stad aan noordoostzijde het plein gebouwd. Mogelijk vanaf 1255 en zeker vanaf 1310 werd een stenen raadhuis gebouwd aan westzijde van de markt. In 1443 werd het raadhuis uitgebreid, maar in 1470 verrees een nieuw raad- en wijnhuis, dat tot 1617 als waag fungeerde en tussen 1625 en 1755 tevens als rechthuis. In 1775 werden het bouwvallige raad- en wijnhuis afgebroken en na veel veel perikelen uiteindelijk vervangen door het huidige stadhuis (eerste steen 1793, gereed 1810, in 1873 uitgebreid met een westelijke vleugel). In 1661 werd een apart waaggebouw gebouwd, dat in 1874 echter weer werd afgebroken.

De huidige bestrating van het plein dateert uit 1926. In de bestrating is een windroos opgenomen, ter herinnering aan een soortgelijke windroos ten noorden van het oude stadhuis, zoals te zien op de bekende 17e eeuwse kaarten van Haubois. De rode steentjes werden in 1996 aangebracht. In 2010 zijn de putdeksels voorzien van een afbeelding van de Martinitoren.

Aan de voet van de Martinitoren stond van 1509 tot 1945 de Hoofdwacht, gebouwd als rechthuis voor het toenmalige nedergericht (vergelijkbaar met het tegenwoordige Kantongerecht), maar vanaf 1647 mede in gebruik als militaire wacht. Ervoor lag het 'Officierspleintje', met tot in de Franse tijd als openbare strafwerktuigen een kaak en (voor gestrafte militairen) een houten paard (met scherpe rand op de rug, zoals nog te zien in vesting Bourtange). Ook openbare terechtstellingen vonden op de Grote Markt plaats: de laatste in 1838 (Okke Geerts Kluin).

Wederopbouwperiode[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Scholtenhuis aan oostzijde ingericht tot het beruchte regionaal hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst. In de Martinitoren werd een luisterpost voor geallieerde vliegtuigen gevestigd.

Tijdens de bevrijding van Groningen werden de gebouwen rond de markt door de Duitse bezetter fanatiek verdedigd, alvorens ze op zondag 15 april 1945 werden bevrijd. Daarbij werden de noord- en de oostzijde van het plein en de Waagstraat (het historische handelscentrum) vrijwel geheel verwoest door brand; deels door brandstichting door gefrustreerde Duitse troepen, deels door beschietingen van de Canadezen. Door deze verwoestingen ontstond wel een historische kans om het plein aan te passen aan de wensen van het toenmalige stadsbestuur. Al voor de verwoestingen was architect Granpré Molière gevraagd om -in het geval dat de gebouwen zouden worden vernietigd- een nieuw stedenbouwkundig plan te maken. Hij ontwierp een nieuw plein waarbij de bebouwing aan noordzijde moest wijken en ook het gebied tussen de Oude Ebbingestraat, het Kwinkenplein en de Kreupelstraat erbij gevoegd werd. De Martinitoren zou hierdoor halverwege het nieuwe langwerpige plein komen te staan en het Goudkantoor moest ervoor worden verplaatst. In de jaren erop werd echter een fel ideologisch debat gevoerd over een nieuwe invulling van dit gebied, waarbij ook de communistische partij (die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 15% van de stemmen haalde) een grote rol speelde en waarbij dit plan al snel weer sneuvelde.

Er werd vanwege eigendomsrechten vooral ingezet op detailhandel, maar er gingen ook stemmen op om dit deel 'nationale allure' te geven met de vestiging van een nieuw handelscentrum en een nieuw cultuurcentrum, waarvoor respectievelijk de als 'lelijk' beschouwde Korenbeurs en de Stadsschouwburg dan ook meteen konden worden gesloopt. De geplande uitbreiding aan noordzijde ging van tafel. Wel werd de rooilijn aan oostzijde 17 meter naar achteren opgeschoven om de Martinitoren zichtbaar te maken vanuit de Oosterstraat en meer ruimte te genereren voor het toegenomen autoverkeer. Ook werd de toegang tot de Oude Ebbingestraat sterk verbreed. Aan de noord- en oostzijde verrezen uiteindelijk niet de door Granpré Molière geplande gebouwen in de stijl van de Delftse School, maar gebouwen in de stijl van de (modernistische) nieuwe zakelijkheid. Granpré Molière was het niet eens met deze aanpassingen op zijn oorspronkelijke plan en nam ontslag nog voor er begonnen werd met bouwen.[2] Een voorbeeld van de nieuwe zakelijkheid was de studentensociëteit Mutua Fides (Vegter, 1954).[3] Achter en naast dit laatstgenoemde pand was ruimte gereserveerd voor het handels- en cultuurcentrum. Aan oostzijde verdween na veel discussie in 1956 ook de oude Hoofdwacht, die als een sta in de weg werd gezien voor het toegenomen autoverkeer over de markt. Achter het stadhuis werd in 1962 het Nieuwe Stadhuis (Vegter) gebouwd, dat middels een luchtbrug met het oude stadhuis werd verbonden.

In de jaren 1960 werd een sterke groei voor de stad Groningen voorzien. De nadruk van het stadsbestuur lag daarbij sterk op bereikbaarheid voor de auto. Het verkeersplan van Goudappel en Coffeng uit 1967 voorzag een netwerk van tangenten om de binnenstad bereikbaarder te maken. Ook werd sterk ingezet op sanering (sloop). In 1972 werden deze plannen door een nieuwe generatie bestuurders onder leiding van Max van den Berg volledig van tafel geveegd. De bevolking stagneerde, de toegenomen verkeersdruk en het wegtrekken van de bevolking uit de binnenstad werd steeds meer als een knelpunt ervaren. De ideeën over stadsontwikkeling waren als gevolg hiervan sterk gewijzigd. Er werd nu ingezet op het versterken van een goed woon- een leefmilieu, waarbij de ' menselijke schaal', goedkope huisvesting, herbestemming en een levendig centrum voorop stonden. De rol van de auto werd in 1977 sterk ingeperkt met het verkeerscirculatieplan, waarmee onder meer doorgaand verkeer over de Grote Markt onmogelijk gemaakt werd. Het parkeren op de markt werd toen sterk beperkt en in de loop der tijd bijna helemaal verboden. Om de vele foutparkeerders tegen te gaan werd in 1991 de wielklem en de wegsleepregeling ingevoerd.

Het handels- en cultuurcentrum werden uiteindelijk niet gerealiseerd, waarop de betreffende ruimte uiteindelijk in 1975 naar ontwerp van Frans Klein werd herontwikkeld tot een parkeergarage en de Naberpassage. Deze donkere winkelgalerij werd geen succes en uiteindelijk zou deze mislukte herontwikkeling de basis vormen voor de discussie over een nieuwe invulling van de oostwand van de Grote Markt.

Het door de bevolking als 'lelijk' ervaren Nieuwe Gemeentehuis werd in 1992 weer afgebroken en in 1996 vervangen door het Waagstraatcomplex van de Italiaanse architect Natalini, waarin ook het Goudkantoor werd ingepast. Dit complex vormt sindsdien de westwand van de Grote Markt.

Herontwikkeling van de oostwand[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1995 werd gesproken over de algehele reconstructie van de de oostelijke (en ook van de noordelijke) pleinwand. Dit zou in eerste aanleg gepaard hebben moeten gaan met de bouw van een ondergrondse parkeergarage onder het marktplein. De bevolking van Groningen verwierp deze plannen in 2001 echter met overgrote meerderheid bij een referendum, vooral vanwege het - door tegenstanders op een poster vormgegeven - veronderstelde gevaar van de toegangsroute langs de Martinitoren ("Toor'n gait ja schaif stoan"). In 2005 vond een tweede referendum plaats, nu over een ingrijpende aanpak van de oostzijde van de markt. Een kleine meerderheid van de kiezers stemde voor, maar doordat de opkomst lager was dan 30% was het referendum ongeldig. Dat impliceerde echter wel dat de plannen konden worden doorgezet. Intussen waren er ook plannen om de RegioTram Groningen voor de oostwand van de Grote Markt langs te laten rijden. Dit plan werd echter vanwege onvoldoende politieke steun in 2012 stopgezet.

In 2010 werd het definitieve besluit genomen om meer dan een halve eeuw later alsnog een cultuurcentrum te bouwen aan oostzijde van de Grote Markt, waarbij ervoor op de oude vooroorlogse rooilijn een nieuwe oostwand werd gerealiseerd om het plein 'zijn grandeur terug te geven'. De bestaande bebouwing werd hiervoor gesloopt. Het gebouw Mutua Vides (De Zwarte Hond) werd in 2014 als eerste vernieuwd op de nieuwe rooilijn. Aan zuidzijde daarvan werden respectievelijk de complexen Westcord Market Hotel (Thomas Müller) en Merckt (Powerhouse Company) gepland. Hiertussen werd een doorgang (de Naberstraat) gerealiseerd naar een nieuw plein aan oostzijde daarvan: de Nieuwe Markt. Aan dit plein verrees als centrale blikvanger het nieuwe 45 meter hoge cultuurcentrum Forum Groningen (NL Architects), dat na enkele jaren vertraging als gevolg van de aardbevingsproblematiek in 2019 werd geopend.

Toekomstplannen[bewerken | brontekst bewerken]

In 2020 heeft de gemeente Groningen het voornemen in een tijdsbestek van twee jaren nieuwe ruimtelijke plannen voor de Grote Markt te ontwikkelen. Daarbij komen vragen aan de orde als: moet de ster (de windroos) gehandhaafd blijven; is het zinvol de Kreupelstraat weer te versmallen en een nieuw pand te bouwen aan de voet van de Martinitoren; moet een herinnering aan de vroegere Hoofdwacht (in het algemeen aan de historische rechtspraak ter plekke) worden aangebracht. Hoeveel terrassen verdraagt de Grote Markt. Is er ruimte voor groen en voor speelgelegenheden? Blijft de Grote Markt de ontmoetingsplaats bij uitstek voor de stadjers? Ook is de gemeente de laatste jaren als opvolging op de plannen voor de oostwand weer bezig met nieuwe plannen voor de noordwand (die na 2001 werden uitgesteld). De huidige stadsbouwmeester heeft veel waardering voor de huidige wederopbouwarchitectuur aldaar en ziet liever niet dat deze worden gesloopt.[4]

Gebouwen aan de Grote Markt[bewerken | brontekst bewerken]

  • (1) Stadhuis. Aanvang bouw in 1793, pas geheel gereed in 1810 (door 'ongunst der tijden'); met windvaan op voorgevel, in 1889 geschonken door fabrikant W.A.Scholten. Het afgebroken stadhuis kende de voorgevel aan de noordzijde van de Grote Markt.
  • (2) Het Goudkantoor (1635), oorspronkelijk belastingkantoor en (1814-1887) waarborgkantoor voor goud- en zilverwerken.
  • (21) Voormalig warenhuis Vroom en Dreesmann (1958-2016). Vanaf 2020 supermarkt Jumbo.
  • (23) Aan de gevel een sculptuur van Sint Martinus (E. Reitsma, 1957).
  • (27) Studentensociëteit Mutua Fides In 2014 is een nieuw sociëteitsgebouw gereed gekomen op de hoek met het Martinikerkhof. In het trottoir sinds 2014 een gedenktegel voor 'De Groote Sociëteit', ter plaatse gevestigd 1774-1940.
  • (31) The Market Hotel. Te openen in 2020.
  • (35) Grand Theatre (G. Saville, 1929), tot 1977 bioscoop, daarna verbouwd. Oorspronkelijk twee panden. Oprichtingslocatie van de loge L'Union Provinciale (1772) en Vindicat Atque Polit (1815).
  • (36) Hotel De Doelen (1798).
  • (39) Drie Gezusters, oorspronkelijk een steenhuis van de Gelkingen met muurgedeelten uit de 12e eeuw.
  • (41) Voormalige bioscoop Cinema Palace (P.M.A. Huurman, 1909), in 1984 gesloten.
  • (45) Coendershuis, het eerste flatgebouw in Groningen (1928).

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Grote Markt (Groningen) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.