Lindenkruispoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lindenkruispoort
Tweede stadsmuur met Lindenkruispoort (4) tussen Boschkat (3) en kat Hoog Frankrijk (5)
Tweede stadsmuur met Lindenkruispoort (4) tussen Boschkat (3) en kat Hoog Frankrijk (5)
Locatie
Locatie Maastricht, Maagdendries en Lindenkruis
Status en tijdlijn
Oorspr. functie stadspoort
Start bouw 14e eeuw
Sluiting 1867 (opheffing vesting)
Afgebroken 1874
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Lindenkruispoort is een voormalige stadspoort in de Nederlandse stad Maastricht. De poort was onderdeel van de tweede middeleeuwse stadsmuur en was gelegen aan het einde van de Maagdendries en de Capucijnenstraat, waar ze de toegang vormde tot de stad vanuit het noordwesten. De oorspronkelijke poort dateerde uit de 14e eeuw, maar werd in de loop der eeuwen diverse malen vernieuwd. Eind 17e eeuw verloor de poort zijn oorspronkelijke functie en fungeerde daarna als bolwerk. De poort werd in 1874 gesloopt.

Bouw tweede middeleeuwse stadsmuur en Lindenkruispoort[bewerken]

Nadat de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht uit ca. 1230 te krap werd, besloot men vanaf eind 13e eeuw de langs de uitvalswegen ontstane voorsteden geleidelijk binnen een nieuw te bouwen enceinte (ommuring) te brengen.[1] Tot die tijd vormden de Grote Poort en de Leugenpoort op de Houtmarkt, de latere Markt, de belangrijkste noordwestelijke toegangen tot de stad. Wellicht omstreeks 1375 verrees aan het einde van de Maagdendries de Lindenkruispoort.[noot 1] Volgens sommige auteurs zijn de stadspoorten aanzienlijk ouder.[noot 2] De (natte) stadsgracht langs de stadsmuur tussen de Lindenkruispoort en de Boschpoort werd Saxgracht genoemd, waarschijnlijk naar een familie Sax of Sack die in deze omgeving bezittingen had.[2]

De oorsprong van de naam Lindenkruis is onduidelijk, te meer omdat de naam voortdurend anders gespeld wordt (Lander Cruijs Poort in de Atlas van Blaeu). Volgens een overlevering zou er in de middeleeuwen een wegkruis hebben gestaan bij een lindenboom. Waarschijnlijker houdt de naam verband met de aanwezigheid van de Linderhof in dit gebied, een laathof toebehorend aan het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwe. De naam van de hof zou op de verbouwing van vlas (linnen) kunnen duiden.[3] De oorspronkelijke poort was een rechthoekig bouwwerk met een verdieping, geflankeerd door twee ronde torens met torenspitsen. De poortopeningen waren rondbogig.[4]

Uitbouw van de vesting en inkapseling Lindenkruispoort[bewerken]

Door de veranderde oorlogsvoering en de als gevolg daarvan gestaag uitdijende buitenwerken, raakten de stadspoorten vanaf eind 15e eeuw steeds meer ingekapseld. Waarschijnlijk werd ook de Lindenkruispoort in deze periode gemoderniseerd en uitgebouwd tot een barbacane van mergelsteen.[5] De oude torens werden omstreeks 1544 ingekort en volgestort met aarde, zodat deze als bolwerk voor het geschut gebruikt konden worden.[6] Tijdens het Beleg van Maastricht in 1579 deden 600 Maastrichtenaren vanuit de Lindenkruispoort een uitval naar de Spanjaarden.[3] Na 1676 werd aan de veldzijde van de poort een aarden wal opgeworpen, waardoor de poort haar hoofdfunctie verloor.

In de 18e eeuw werden de vestingwerken verder uitgebreid en werden buiten de Lindenkruispoort diverse bastions en lunetten bijgebouwd, onder andere de tenaille Lindenkruispoort en het grote bastion A, onderdeel van de Nieuwe Bossche Fronten. De buitenwerken in dit gebied lagen op de grens van de zogenaamde Hoge en Lage Fronten. Een deel ervan kon door afdamming van de Maas onder water gezet worden. Op de Franse maquette van Maastricht uit het midden van de 18e eeuw is de inkapseling van de Lindenkruispoort goed te zien. In 1819-'20 werd de poort omgeven door een zware mantel van baksteen en was daarmee als poort onbruikbaar.

Ontmanteling vesting en sloop Lindenkruispoort[bewerken]

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden, na lang aandringen van onder andere de gemeente Maastricht, het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Vlissingen en enkele andere vestingen. In de jaren daarna werden de meeste buitenwerken en een groot deel van de middeleeuwse stadsmuur in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De stadspoorten van Maastricht - op één na - werden tussen 1867 en 1870 gesloopt, de Lindenkruispoort echter pas in 1874. De ingebouwde poort moest eerst worden blootgelegd, waarna er opmetingen verricht werden. Het terrein van de gesloopte Lindenkruispoort werd geveild en deels bestemd ten behoeve van de verkeersinfrastructuur, deels voor de uitbreiding van ter plaatse gevestigde industrieën.

De ontmanteling van de vesting Maastricht werd door de meeste tijdgenoten gezien als het begin van een periode van grotere welvaart. Tegen de afbraak van de eeuwenoude stadspoorten rees dan ook nauwelijks protest.[7] Bij de start van de afbraak van de Tongersepoort in december 1867 was geen enkele bepaling opgenomen over documentatie en oudheden. Door toedoen van de kunstenaar Alexander Schaepkens en de jonge Victor de Stuers werd bij de sloopbestekken van de andere poorten bepaald dat gedetailleerde tekeningen en foto's gemaakt moesten worden. De tekenaar Johannes Brabant maakte in opdracht van het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap schetsen en de fotograaf Theodor Weijnen foto's van de te slopen vestingwerken.[8]

Cultuurhistorisch erfgoed[bewerken]

Van de Lindenkruispoort en de bijbehorende militaire gebouwen (wachthuizen, kruithuizen, barakken) is niets bewaard gebleven. Van de middeleeuwse stadsmuur in dit deel van de stad is evenmin iets over. Een kanon dat in 1874 bij de sloop van de Lindenkruispoort werd opgegraven, bevindt zich thans op het rondeel De Vijf Koppen in het Stadspark.

De buitenwerken bij de Lindenkruispoort hebben de sloopwoede van de 19e en 20e eeuw juist wel redelijk doorstaan, zowel de bovengrondse werken (de Linie van Du Moulin ofwel "Hoge Fronten" en de Nieuwe Bossche Fronten of "Lage Fronten"), als de ondergrondse mijnengalerijen, in Maastricht "kazematten" genoemd.

Bronnen, noten en referenties[bewerken]