Lang Grachtje en Klein Grachtje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lang Grachtje en Klein Grachtje
De middeleeuwse stadsmuur aan het Lang Grachtje
De middeleeuwse stadsmuur aan het Lang Grachtje
Geografische informatie
Locatie       Maastricht
Wijk Jekerkwartier
Begin Verwerhoek
Eind Begijnenstraat
Lengte ca 150 en 100 m
Breedte ca 6 m
Algemene informatie
Aangelegd in 13e eeuw
Genoemd naar middeleeuwse gracht
Bestrating kasseien
Bebouwing 7 rijksmonumenten
Opvallende gebouwen delen eerste middeleeuwse stadsmuur
Portaal  Portaalicoon   Maastricht

Het Lang Grachtje en het Klein Grachtje zijn twee straten en stadswallen in het Jekerkwartier in de Nederlandse stad Maastricht, die qua ligging, geschiedenis en uiterlijk sterk op elkaar lijken. De stadsmuur aan de zuidzijde van beide straten was ooit onderdeel van de eerste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht. De walmuur dateert uit de 13e eeuw, maar is in de loop der eeuwen vele malen hersteld. De twee straten tellen zeven rijksmonumenten, allemaal delen van de stadswal.

Geschiedenis[bewerken]

Bouw eerste middeleeuwse stadsmuur[bewerken]

Eerste middeleeuwse stadswal met Looierspoort (9) tussen Klein (8) en Lang Grachtje (10)

Over het precieze bouwjaar van de oudste middeleeuwse stadsmuur van Maastricht is geen duidelijkheid. In 1229 gaf de hertog van Brabant toestemming om een stenen muur om de stad te bouwen. Eerder was er al een aarden wal opgeworpen met daarop palissaden, maar deze was door de bisschop van Luik, medeheer van het tweeherige Maastricht, verwoest tijdens het Beleg van Maastricht (1204). Waarschijnlijk werd in 1229 begonnen met de bouw van stenen stadspoorten en waltorens, met elkaar verbonden door aarden wallen die in de loop van de 13e eeuw geleidelijk versteend werden. De nieuwe muur bestond uit kolenzandsteen, strekte zich uit over een lengte van ongeveer 2,4 kilometer, was 6 à 8 meter hoog en had in totaal dertien stadspoorten en twee waterpoorten. Van de grotere poorten is alleen de Helpoort overgebleven, op minder dan 200 m afstand van het Lang Grachtje.[1]

De walmuren van de "Grachtjes" zijn onderdeel van de eerste middeleeuwse stadsmuur, die zich aan de zuidkant van de 13e-eeuwse stad uitstrekte tussen de Lenculenpoort in het westen en de Jekertoren op de zuidoostpunt aan de Maas. De muur werd waarschijnlijk omstreeks 1250 opgetrokken boven op een bestaande aarden wal, die wellicht nog 12e-eeuws was. In de zuidmuur bevonden zich drie stadspoorten: de Looierspoort, de Minderbroederspoort en de Helpoort. Over de Minderbroederspoort is weinig bekend. De in 1734 gesloopte poort zou gelegen hebben aan de Maastrichter Heidenstraat, vlak bij het Oude Minderbroedersklooster, aan het oosteinde van het Lang Grachtje. Bewaard gebleven delen van de zuidmuur bevinden zich tussen de Looiersgracht en de Verwerhoek (onder andere een waterpoort bij de Jeker), langs het Klein en Lang Grachtje, in de tuin van het Minderbroedersklooster en aan weerszijde van de Helpoort.

De stadsmuur ten westen van de verdwenen Looierspoort staat al eeuwenlang bekend als het Klein Grachtje[2]; die ten oosten van de poort als het Lang Grachtje. Merkwaardig is dat deze twee grachten zich aan de binnenzijde van de stadsmuur bevinden. Normaal gesproken ligt een stadsgracht aan de buitenzijde van de muur. Mogelijk bevond zich ten noorden van de huidige straten een oudere wal. Waarschijnlijker is dat de huidige straten hun naam ontlenen aan een verdwenen gracht aan de veldzijde van de muur.[3] Naast het Lang Grachtje en het Klein Grachtje heeft Maastricht een Grote Gracht en een Kleine Gracht, beide eveneens onderdeel van de eerste stadsmuur.

Lang en Klein Grachtje als tweede verdedigingsmuur[bewerken]

Na het gereedkomen van de tweede middeleeuwse stadsmuur omstreeks 1350 fungeerde de eerste muur als reserve-verdedigingslinie. Ook al was hun belang minder geworden, men bleef de oude stadsmuren zeker tot de 16e goed onderhouden. Zo werden rond 1500 de kantelen op de muren vervangen door bakstenen borstweringen. De borstwering was toegankelijk via de poorten en torens. In de middeleeuwen mochten de bogen van de oude stadsmuur in vredestijd gebruikt worden als bergplaats. Ook werd er handel onder gedreven bijvoorbeeld de verkoop van kalk. In de eerste helft van de 16e eeuw werd meermaals toestemming verleend om de muurbogen af te sluiten en te bewonen. Kleine muurwoningen aan het Lang en Klein Grachtje hebben tot eind 19e eeuw bestaan.[4]

Na 1350 bleef ook de Looierspoort tussen het Klein Grachtje en het Lang Grachtje gewoon bestaan. Op de plattegrond van Maastricht in de Atlas van Blaeu uit 1652 is de poort ingetekend als een typisch middeleeuwse stadspoort met twee ronde torens. Op de kaart van de Franse vestingingenieur Jean-Baptiste Larcher d'Aubencourt, die de basis legde voor de Maquette van Maastricht uit 1752, is de poort nog herkenbaar aanwezig. De flankerende muurdelen aan de Grachtjes zijn hier opgedeeld in percelen. Het perceel direct ten oosten van de Looierspoort ontbreekt. Dit muurdeel was in 1743 afgebroken omdat de bewoner van het huis dat tegen de muur was gebouwd last had van regenwater dat van de overhellende muur afdroop.[5] In 1772 viel de Looierspoort onder de slopershamer.

Ontmanteling vesting en behoud Grachtjes[bewerken]

Afbraak muurhuizen Lang Grachtje, 1895

Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht en enkele andere vestingplaatsen. In de jaren daarna werden grote delen van de middeleeuwse stadsmuren en de meeste buitenwerken in opdracht van het Ministerie van Oorlog geslecht, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen. De overgebleven stadspoorten van Maastricht werden tussen 1867 en 1874 op één na allemaal gesloopt. De afbraak van de stadsmuren ging nog door tot begin 20e eeuw. Door toedoen van Victor de Stuers en anderen bleven met name in het Jekerkwartier delen van de eerste en tweede wal gespaard. In 1881 werd de Helpoort met aansluitende muurdelen gerestaureerd. In 1906 werd de Pater Vincktoren deels gereconstrueerd en in 1911 volgde de heropbouw van de vervallen Jekertoren op de zuidoostpunt van de wal.

De muur aan het Klein en Lang Grachtje werd tussen 1908 en 1912 gerestaureerd. Op de hoek van de Sint Pieterstraat en het Lang Grachtje werd een huis gesloopt, waarna hier een muurboog werd gereconstrueerd. In 1910 werden enkele huizen aan het Klein Grachtje afgebroken, waardoor de stadszijde van de muur hier weer zichtbaar werd. In 1911-'12 werd de muurtoren aan het Lang Grachtje gerestaureerd.[6]

Begin 21e eeuw bestond er gevaar voor stenen die uit de muur vielen en was een gedeelte van de straten met hekwerken afgezet. In 2014 is die schade hersteld.

Cultuurhistorisch erfgoed[bewerken]

Van de 13e-eeuwse walmuur in dit deel van de stad zijn zeven delen geclassificeerd als rijksmonumenten, vijf aan het Lang Grachtje en twee aan het Klein Grachtje. De tegenoverliggende bebouwing is in geen van beide straten beschermd. De muur is gebouwd van donkerbruine kolenzandsteen in onregelmatig verband met hier en daar blokken mergel of Naamse steen. De circa 125 cm dikke muur is aan de veldzijde ruw en onafgewerkt. De muur bestaat uit een serie halfronde spaarbogen, die ongeveer 3,5 m hoog zijn; de hele muur is ongeveer 5,5 m hoog. In de spaarbogen zijn nissen met schietgaten uitgespaard, meestal twee per boog, op verschillende hoogten. Van de oorspronkelijke weergang met kantelen is in dit deel van de omwalling vrijwel niets meer over. Bij de Looiersgracht bevindt zich een trap, die toegang gaf tot de muur. Halverwege de muur langs het Lang Grachtje bevindt zich nog een restant van een vlak afgedekte waltoren. De toren is ongeveer 8 m breed en bezit een gewelfde ruimte op de begane grond. De veldzijde van de toren is alleen te zien vanuit de tuin van een basisschool.[7]

Op de walmuur zijn in het verleden de muurhagedis en vuursalamander aangetroffen.[8] De muurdelen zijn zeer rijk begroeid met onder andere gele muurbloem, stengelomvattend havikskruid, eikvaren en steenbreekvaren. Verder komt er de muurbloem-associatie voor. Of deze voor Nederland zeldzame soorten na de recente restauratie nog steeds op de muur voorkomen, is niet bekend.[9]

Zie ook[bewerken]