Titus Panhuysen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titus Panhuysen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Titus Anno Sjoerd Maria Panhuysen
Geboortedatum 1949
Geboorteplaats Maastricht
Wetenschappelijk werk
Vakgebied archeologie, kunstgeschiedenis
Onderzoek Romeinse beeldhouwkunst in Maastricht (promotieonderzoek)
Overig onderzoek Saint Servatius Project (publicatie Vrijthof-opgravingen)
Bekend van archeologisch onderzoek naar Romeinse periode en Vroege Middeleeuwen in Maastricht
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

Titus Anno Sjoerd Maria (T.A.S.M.) Panhuysen (Maastricht, 1949) is een Nederlands archeoloog en kunsthistoricus. Van 1979 tot 2014 was hij stadsarcheoloog in Maastricht. Sinds 2004 is hij verbonden aan het Saint Servatius Project van de Universiteit van Amsterdam, waar hij tevens optreedt als gastdocent. Panhuysen geldt in Nederland als specialist op het gebied van provinciaal-Romeinse beeldhouwkunst. Tevens publiceerde hij uitgebreid over de laat-Romeinse en vroegmiddeleeuwse ontwikkeling van Maastricht.[1]

Biografische schets[bewerken]

Titus Panhuysen werd in 1949 geboren in de Maastrichtse wijk Sint Pieter als zoon van de historicus en rijksarchivaris Gerard Panhuysen. Al vroeg toonde hij interesse voor geschiedenis en archeologie. De ontdekking van de Romeinse brug van Maastricht, de vondst van een groot aantal gebeeldhouwde fragmenten van Romeinse godenpijlers en grafmonumenten in de Maas en de ontdekking van een Romeins graf in Belfort, volgde hij als jongeling op de voet. Van 1963 tot 1965 hielp hij onder leiding van archeoloog Jules Bogaers mee aan de (her)opgraving van het Romeinse thermencomplex in het Stokstraatkwartier (het huidige plein Op de Thermen).

Na het doorlopen van de middelbare school in Maastricht (Veldekecollege, 1961-68), studeerde hij van 1968 tot 1974 kunstgeschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Vanaf 1979 was hij als stadsarcheoloog werkzaam in Maastricht. Na 2004 wijdde Panhuysen zich in toenemende mate aan het Saint Servatius Project en het publiceren van het in de jaren daarvoor verrichte veldwerk.

Sinds 2006 is Panhuysen voorzitter van de afdeling Maastricht van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap. Hij is tevens voorzitter van Topographie Chrétienne des Cités de la Gaule (CNRS), lid van het Sachsensymposium, lid van het International Colloquium of Roman Provincial Art en lid van het wetenschappelijk committee van ICOMOS.[1]

Loopbaan[bewerken]

Stadsarcheoloog in Maastricht[bewerken]

In 1979, nog tijdens zijn promotieonderzoek in Nijmegen, werd Panhuysen gevraagd om als eerste de functie van stadsarcheoloog van Maastricht te vervullen. In de binnenstad van Maastricht waren in de jaren 1960 en '70 talloze bouwprojecten gerealiseerd, waarbij geen enkele vorm van archeologisch bodemonderzoek had plaatsgevonden (Vroom & Dreesmann, Entre Deux en Boschstraatkwartier). Eén van zijn eerste opdrachten was om een einde te maken aan de 'bodemjutterij', het plunderen van historisch interessante bouwplaatsen door amateurarcheologen en handelaren. In de jaren 1980 zorgden Panhuysen en zijn team voor een reeks spraakmakende opgravingen in Maastricht, die op open dagen duizenden bezoekers trokken, onder andere op het Onze-Lieve-Vrouweplein (Derlon-opgraving), in de Sint-Servaaskerk en achter het Generaalshuis.

Opgravingen Stokstraatkwartier[bewerken]

Mabro-opgraving, Onze-Lieve-Vrouweplein

Een van de eerste archeologische opgravingen waaraan Titus Panhuysen leiding gaf, vond in het voorjaar van 1980 plaats in de Havenstraat in het Stokstraatkwartier, vlak bij het Onze-Lieve-Vrouweplein. Op het voormalige brouwerijterrein van Marres werden op een diepte van bijna 6 meter onder de bestrating restanten opgegraven van het Romeins castellum van Maastricht en de eveneens uit de Romeinse tijd daterende heerweg van Keulen naar Tongeren, de weg die tegenwoordig Via Belgica wordt genoemd.[2]

Aan de zuidzijde van het plein, waar ooit de broodfabriek Mabro stond, werd in 1981-82 het zuidelijk deel van de 6 meter brede gracht gevonden, die om de Romeinse vesting liep. Iets ten noorden van het terrein, vlak bij de zuidgevel van de kerk, werd de zuidwestelijke hoektoren van het castellum opgegraven. Eén van de vondsten op het terrein betrof een fragment van een Jupiterzuil, dat later als spolium was ingemetseld in een muur. Bij de Mabro-opgraving werden ook belangrijke Merovingische vondsten gedaan. Deze en andere opgravingen toonden aan dat dit gebied ook na het terugtrekken van de Romeinse legioenen bewoond bleef.[3]

Aansluitend aan deze opgraving werd in 1982 aan de Houtmaas, eveneens aan de rand van het Stokstraatkwartier, nóg een toren van het castellum gevonden, waarmee nu ook de oostelijke begrenzing van de Romeinse versterking bekend was. Het castellum besloeg een rechthoek van 170 x 90 meter met 1,5 meter dikke muren, twee poorten en tien torens. Deze en andere opgravingen maakten duidelijk dat het Maastrichtse castellum pas in de Karolingische periode is opgegeven. Op sommige plekken zijn de opgaande muren tot 2 meter hoog.[4]

Na de sloop van het oude hotel Derlon aan het Onze-Lieve-Vrouweplein, kreeg Panhuysen in 1983 toestemming om ook dit terrein te onderzoeken. De verwachtingen waren daarbij hooggespannen vanwege de nabijheid van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, waaronder de eerste kathedraal van het bisdom Maastricht wordt vermoed. Op het terrein werd een ommuurd heiligdom met delen van een Jupiterpijler uit de tweede eeuw na Chr. aangetroffen. Ook werden muren en grachten van het Romeinse castellum uit ca. 313 AD opgegraven, alsmede een deel van de westelijke toegangspoort. De opgravingen zijn bewaard gebleven in Museumkelder Derlon in het souterrain van het gelijknamige hotel.[5]

Opgravingen Sint-Servaaskerk en Vrijthof-omgeving[bewerken]

In 1981 ging de restauratie van de Sint-Servaasbasiliek van start, waarbij Panhuysen opnieuw gelegenheid kreeg bodemonderzoek te doen. Onder de voormalige Stifskapel, in de 11e eeuw gebouwd door proost Humbertus en na de restauratie ingericht als schatkamer, werden behalve een groot aantal middeleeuwse graven, ook muurresten gevonden van wat aanvankelijk door Panhuysen werd aangezien als een 12-hoekige centraalbouw. Later moest hij deze interpretatie bijstellen. Het bleek om de polygonale uiteinden van de transeptarmen van de 10e of 11e-eeuwse kerk te gaan.

In december 1985 leidde de vondst van een graf met een skelet van opvallende lengte tot uitgebreide speculaties over de identiteit van de lange mins, waarbij het mogelijk om Reinier I Langhals of Giselbert II zou gaan. Zelfs Karel de Grote en Einhard werden genoemd. Onderzoek leverde slechts op dat het om een skelet van een 40- tot 50-jarige man uit de 10e eeuw ging.[6] In 1988 baarde de vondst van het graf van de 11e-eeuwse proost van het Sint-Servaaskapittel en kerkenbouwer Humbertus veel opzien. In het graf bevond zich een loden grafkruis met uitgebreide tekst, waaruit veel historische informatie afgeleid kon worden.

Een jaar later kon Panhuysen vlakbij aan de slag op het terrein van het voormalige Wittevrouwenklooster. Het klooster aan het Vrijthof was omstreeks 1800 grotendeels afgebroken. Achter het Generaalshuis resteerden nog een paar 17e of 18e-eeuwse kloostervleugels, die echter gesloopt moesten worden voor het geplande Theater aan het Vrijthof. Behalve de kloosterrestanten, legde Panhuysen overblijfselen bloot van wat een palts uit de periode 800-1000 leek te zijn.

Provinciaal-Romeinse archeologie[bewerken]

Door zijn promotieonderzoek naar de Romeinse beeldhouwkunst in Maastricht en zijn ervaring bij de diverse opgravingen in het Stokstraatkwartier, ontwikkelde Titus Panhuysen zich tot een internationaal gewaardeerd deskundige op het gebied van de provinciaal-Romeinse archeologie, en de provinciaal-Romeinse beeldhouwkunst in het bijzonder. Naast zijn belangrijke werk Romeins Maastricht en zijn beelden uit 1996, publiceerde hij onder andere over de Nijmeegse godenpijler, het genius-reliëf in Rimburg en de reliëfgroep van Jupiter en Juno in Tongeren. In 2001(?) was hij mede-organisator van het vijfde internationale CSIR-colloquium over provinciaal-Romeinse kunst en redigeerde hij de daaruit voortvloeiende publicatie.

Vroegmiddeleeuwse geschiedenis[bewerken]

Sinds 2004 is Panhuysen verbonden aan het Saint Servatius Project van de Universiteit van Amsterdam, samen met zijn neef, de historicus, archeoloog en fysisch anthropoloog dr. Raphaël Panhuysen. In het project, onder leiding van professor Frans Theuws, wordt getracht alle opgravingen in en rondom de Sint-Servaaskerk in Maastricht met elkaar in verband te brengen en te publiceren.

In 2009 was Panhuysen medeorganisator van het Sachsensymposium, een belangrijk congres over vroegmiddeleeuwse archeologie. Het congres vond plaats van 19-23 september in Maastricht. Panhuysen nam tevens de eindredactie van diverse uit het symposium voortvloeiende publicaties voor zijn rekening.

In 2011 publiceerde Panhuysen een theorie over de symbolische betekenis van de Sleutel van Sint-Servaas en de zogenaamde Einhardsboog in relatie tot Einhard en de Karolingen.[7]

Oudste stad van Nederland[bewerken]

Panhuysen speelt een centrale rol in de discussie over de oudste stad van Nederland. Als Maastrichtenaar en Maastrichts stadsarcheoloog, maar ook als alumnus van de Katholieke Universiteit Nijmegen, zou hij in 2002 het 'bewijs' hebben geleverd dat Nijmegen recht heeft op deze titel. In een publicatie over de in 1980 opgegraven Nijmeegse godenpijler noemde Panhuysen de godenpijler "een van Nijmegens historische kroonjuwelen" en "een monument dat met de vroegste stichting van de stad in verband gebracht kan worden". Dit werd door sommigen gezien als bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Panhuysen zelf ontkent zijn uitspraken op die manier bedoeld te hebben.[8]

Selectie van publicaties[bewerken]

  • 1981-89: 'De archeoloog', een serie artikelen over de opgraving in de Sint-Servaaskerk te Maastricht. In: De Sint Servaas, tweemaandelijks restauratie-informatiebulletin, nrs. 0, 1, 2, 23-30, 39-40, 48
  • 1984: Maastricht staat op zijn verleden [met medewerking van P.Th.J. Boyens en W.H.M.N. Dijkman]. Vierkant Maastricht #3. Stichting Historische Reeks Maastricht, Maastricht. ISBN 90-70356-19-8
  • 1985: 'Zorg voor het bodemarchief'. In: Tussen twee bruggen. Maastricht in de tijd van Baeten, pp. 86-103. Gemeente Maastricht. ISBN 90-9000957-4
  • 1990: 'Maastricht in het eerste millennium. De vroegste stadsontwikkeling in Nederland' [met P.H.D. Leupen]. In: Ontstaan en vroegste geschiedenis van de middeleeuwse steden in de zuidelijke Nederlanden. Een archeologisch en historisch probleem. Handelingen 14e Int. Coll. Spa, 6-8 sept. 1988, pp. 411-449. Brussel
  • 1990: 'Maastricht, van de Romeinse tijd tot in de middeleeuwen'. In: H. Sarfatij (red.), Verborgen steden. Stadsarcheologie in Nederland, pp. 42-52. Amsterdam
  • 1991: 'De Sint-Servaaskerk te Maastricht in de vroege middeleeuwen. Voorlopig eindverslag van de opgravingen door de dienst Stadsontwikkeling Maastricht in de periode 1981-1989'. In: Bulletin KNOB, nr. 90, pp. 15-24 (online tekst)
  • 1993: Maastricht, Centrum van Provinciaal-Romeinse beeldhouwkunst (tentoonstellingsbrochure). Bonnefantenmuseum, Maastricht
  • 1996: Romeins Maastricht en zijn beelden. Roman Maastricht reflected in stones. Bonnefantenmuseum, Maastricht & Van Gorcum, Assen. ISBN 90-232-3186-4
  • 1997: 'Gedachten over de vroegste ontwikkeling van Wyck'. In: Wyck [met A. Jenniskens, W. Mes]. Maastrichts Silhouet nr. 44. Maastricht
  • 1997: 'Status in steen. Praalgraven langs de Maas'. In: M. De Grooth en B. Mater, Een huis voor altijd (tentoonstellingscatalogus), pp. 35-40. Bonnefantenmuseum, Maastricht
  • 2000-2001: Nieuwsbrief Archeologisch Centrum de Wiebengahal [eindredactie en diverse bijdragen]. Maastricht
  • 2001: Die Maastrichter Akten des 5. internationalen Kolloquiums über das provinzialrömische Kunstschaffen (im Rahmen des CSIR) [eindredactie en bijdragen]. Maastricht
  • 2009: Guidebook 60th Sachsensymposium 19-23 September 2009 Maastricht [eindredactie en bijdragen]. Maastricht
  • 2009: 'Grabmäler des 2. und 3. Jahrhunderts in Maastricht'. In: Kölner Jahrbuch, nr. 41 (2008), pp. 699-730
  • 2011: Proceedings of the 60th Sachsensymposium 19-23 September 2009 Maastricht. Neue Studien zur Sachsenforschung 3 [eindredactie en bijdragen]. Hannover
  • 2012: 'Sleutelfiguren uit de vroegste geschiedenis van de Sint-Servaasabdij van Maastricht'. In: PSHAL, nr. 147 (2011), pp. 9-62 (on-line tekst)
  • 2013: De straatnamen van Maastricht, hun herkomst en betekenis [met P. Dingemans, S. Minis en E. Sprenger]. Maastricht
  • 2013: 'Eine kurze Geschichte Maastrichts - von der Römerzeit bis ins Mittelalter'. In: Römisches Aachen. Archäologisch-historische Aspekte zu Aachen und der Euregio, Regensburg (PDF)
  • 2013: 'Terugblik op de Romeinse archeologie in Limburg vanaf 1960'. In: De Maasgouw, #132 (2013-1), pp. 29-35 (online tekst)
  • 2015: 'Limburg in het achterland van Romeinse steden'. In: L. Berkvens, A.-J. Bijsterveld, A. Knotter, P. Tummers en L. Wessels (red.), Limburg. Een geschiedenis, Deel I, pp. 73-106. Maastricht
  • 2016: 'De archeologie rond het Maastrichtse Vrijthof in de historie'. In: Jaarboek 2015 (PSHAL/Publications #151), pp. 9-74. LGOG, Maastricht
  • 2017: 'Archaeological observations and excavations in and around the Vrijthof square in Maastricht: a review'. In: F. Theuws, M. Kars (eds.), The Saint-Servatius complex in Maastricht. The Vrijthof excavations (1969-1970), pp. 48-63. Habelt-Verlag, Bonn. ISBN 9783774940246

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]