Romeinse brug van Maastricht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Model van de Romeinse brug in Maastricht, gefotografeerd tijdens de tentoonstelling Via Belgica in het Thermenmuseum in Heerlen (2013)

De Romeinse brug van Maastricht was een brug die in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. door de Romeinen gebouwd werd over de rivier de Maas in Maastricht. De brug, eigenlijk een reeks bruggen die elkaar in de loop der eeuwen zijn opgevolgd, heeft tot 1275 dienstgedaan en lag in het verlengde van de Plankstraat, zo'n 200 meter ten zuiden van de huidige Sint Servaasbrug.

Romeinse tijd[bewerken]

De brug in de laat-Romeinse tijd. Het castellum in Wyck (rechts) is hypothetisch

Rond het begin van de christelijke jaartelling of iets daarvoor werd door de Romeinen de heirbaan Bavay (Bagacum Nerviorum) - Keulen (Colonia Agrippina) aangelegd, thans bekend als de Via Belgica. Het grootste obstakel in deze belangrijke oost-westroute van Het Kanaal naar de Rijn werd gevormd door de rivier de Maas. Als locatie voor de oversteek werd een van nature doorwaadbare plaats in de rivier gekozen. Aangezien de Maas een regenrivier is, en dus wisselende waterstanden heeft, was de bouw van een brug noodzakelijk.

Hoe de brug er heeft uitgezien is niet precies bekend, maar waarschijnlijk werd hier door de Romeinen voor een, al vele malen toegepast, standaardtype gekozen; dat wil zeggen stenen pijlers met daartussen houten overspanningen. Uit later archeologisch onderzoek (de brug werd in 1963 bij toeval ontdekt tijdens baggerwerkzaamheden) bleek dat het hout gebruikt voor de damwanden van de pijlers gekapt is in de eerste helft van de eerste eeuw. Er werden echter ook balken aangetroffen uit de derde en de vierde eeuw waaruit men dus mag concluderen dat de brug op z'n minst onderhouden werd.

In het tweede kwart van de vierde eeuw probeerde het uit elkaar vallende Romeinse Rijk zijn grenzen zo goed mogelijk vast te houden. De weg Bavay - Keulen was hierbij van groot strategisch en economisch belang. Ter verdediging van de brug bouwden de Romeinen op de westoever van de Maas een fort, het Romeins castellum van Maastricht. Deze vesting is waarschijnlijk pas in de 9e of 10e eeuw afgebroken.

Middeleeuwen[bewerken]

In de zesde eeuw wordt er voor eerst schriftelijk melding gemaakt van de brug. Gregorius van Tours wijdde in zijn werk 'Liber de Gloria Confessorum' een hoofdstuk aan Sint-Servaas en diens begrafenis op het grafveld van Maastricht: "iuxta ipsum pontem ageris publici" (bij de brug van de grote weg). De vicus Maastricht kwam in de Merovingische en Karolingische tijd als handelsstad tot bloei. Het functioneren van de brug als verbinding tussen de verschillende handelsroutes is daarbij van essentieel belang geweest.

Instorting brug in 1275, afgebeeld in Hartmann Schedel's Kroniek van Neurenberg (1493)

In het jaar 987 kende keizer Otto III volgens akte het recht van muntrecht en tolheffing in Maastricht toe aan bisschop Notger van Luik: "navibus et ponte" (zowel op de boten als de brug). In een oorkonde van 29 juni 1139 schonk koning Koenraad III de brug aan het kapittel van Sint-Servaas op voorwaarde dat de tolopbrengsten gebruikt zouden worden voor het onderhoud. Deze schenking werd op 18 december 1139 door paus Innocentius II bevestigd. Het Sint-Servaaskapittel was een zgn. vrije rijksheerlijkheid en had zowel wereldlijk als geestelijk grote macht in Maastricht en omstreken. De tolopbrengst viel echter tegen en het onderhoud bleek duurder dan verwacht.

De eerste brug over de Maas heeft ruim twaalf eeuwen dienstgedaan, maar is diverse malen herbouwd en vernieuwd. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat er minimaal drie bruggen op deze locatie zijn geweest.[1] Tijdens de vele belegeringen van Maastricht werd de brug herhaaldelijk vernield, onder andere in de strijd tussen de hertogen van Brabant en de prins-bisschoppen van Luik. Zo moest de brug in de 13e eeuw diverse malen worden hersteld, met name na de belegeringen van 1204 en 1267. Om het kapittel te compenseren voor de zware last van het herstel, werd in 1274 besloten dat er aan onderhoud niet meer besteed hoefde te worden dan er aan tolgeld binnenkwam. Er was toen waarschijnlijk al sprake van achterstallig onderhoud, want nog geen jaar later stortte de brug in tijdens een processie, waarbij 400 mensen verdronken. Ter vervanging werd vanaf 1280 iets noordelijker de huidige Sint Servaasbrug gebouwd.

Historisch en archeologisch onderzoek[bewerken]

De eerste die het bestaan van de Romeinse brug in het verlengde van de Plankstraat vermoedde, was in 1923 de lokale historicus Johannes Goossens. Zijn vermoedens waren gebaseerd op het aantreffen van een dam van 10 à 12 meter breed in de Maas tijdens baggerwerkzaamheden omstreeks 1915. In 1963 stuitten baggeraars op de bodem van de rivier opnieuw op restanten van de Romeinse brug van Maastricht. Deze keer werd onder leiding van archeoloog Jules Bogaers onderzoek gedaan door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. De dwars op de rivieroever geplaatste dam bleek 80 meter lang en 30 meter breed te zijn. Het hoogste punt lag slechts 240 cm onder het peil van de Maas.

Bij diverse duikcampagnes van juli 1963 tot januari 1965 werden de constructies op de bodem van de rivier in kaart gebracht en kon ten minste één brugpijler worden aangetoond. Tevens werd een groot aantal brokken natuursteen naar boven gehaald, die vanaf de laat-Romeinse tijd ter versteviging van de brugpijlers waren gestort.[2] De helft daarvan bevatte inscripties of beeldhouwwerk en bleek afkomstig van gesloopte bouwwerken (zie hieronder). Bij een inspectie van de vindplaats in 1993 en 1998 vonden duikers nog twee brugpijlers, alsmede de vermoedelijke oostelijke aanlanding van de brug. Deze was door riviererosie steeds verder naar het midden van de Maas opgeschoven.[3] Bij een inspectie in oktober 2015 constateerden duikers dat de Romeinse brugresten te lijden hebben van de sterkere stroming die is ontstaan door hoogwatermaatregelen, waardoor de beschermende kleilaag steeds verder is weggespoeld. Verwacht wordt dat het rijk, na de op handen zijnde verlening van de monumentenstatus, zorg zal dragen voor de conservering van de brugrestanten.[1]

Stichting Romeinse Brug Maastricht[bewerken]

In 1997 werd de Stichting Romeinse Brug Maastricht opgericht, die als doelstelling had de resten van de Romeinse brug op de Maasbodem te beschermen tegen verder verval. De stichting beijverde zich voor informatievoorziening over de brugresten via de website en informatiepanelen ter plaatse en in de Romeinse museumkelder Derlon. De stichting werkte ook mee aan de plaatsing van een monument op de linker Maasoever. Verder werd een maquette van de brug vervaardigd. De stichting is omstreeks 2010 opgeheven.[4]

Erfgoed[bewerken]

De Romeinse brug is de belangrijkste archeologische vindplaats van provinciaal-Romeins beeldhouwwerk in Maastricht en Nederland. Tijdens de duikcampagnes van 1963-65 werden 169 stenen boven water gehaald, waarvan 85 gebeeldhouwde. In 1993 werden nog minstens 100 bewerkte stenen op de bodem van de rivier gesignaleerd, die echter niet boven water gehaald zijn.[5] Het betreft hier spolia, hergebruikte fragmenten van grafmonumenten of heiligdommen, die in de laat-Romeinse of vroegmiddeleeuwse tijd gebruikt zijn om de brugpijlers te verstevigen. Van een vrijstaand beeld van een leeuw die een paardenkop als prooi heeft, is in 2005 een kopie gemaakt die thans op een zuil de westelijke aanlanding van de Romeinse brug markeert.

In het noordwestelijk portaal van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek bevindt zich een 12e-eeuws reliëf, waarvan de herkomst lange tijd ongewis was. Het stelt een eedaflegging voor in tegenwoordigheid van een tronende koning. Volgens kunsthistorica Elizabeth den Hartog bevond het reliëf zich oorspronkelijk aan een poort, toren of bruggenhoofd nabij de oude Maasbrug, die achter de Onze-Lieve-Vrouwekerk aanlandde. Het reliëf zou de reizigers die hier de rivier overstaken erop wijzen dat de brug koninklijk bezit was.[6] Mogelijk verbeeldt het reliëf de schenking door koning Koenraad III van de brug aan het Sint-Servaaskapittel in 1139. Na de sloop van de brug eind 13e eeuw zou het reliëf zijn aangebracht tegen de apsis van de kerk, waarna het door Cuypers omstreeks 1900 werd verplaatst naar de huidige locatie.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen en referenties[bewerken]