Mediawet 2008

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mediawet 2008
Citeertitel Mediawet 2008
Titel Wet van 29 december 2008 tot vaststelling van een nieuwe Mediawet
Afkorting MW
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Vlag van Nederland Nederland
Rechtsgebied mediarecht
Status geldend
Grondslag geen
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 25 februari 2008
Aangenomen door Tweede Kamer op 1 juli 2008Eerste Kamer op 16 december 2008
Ondertekend op 29 december 2008
Gepubliceerd op 30 december 2008
Gepubliceerd in Stb. 2008, 583
In werking getreden op 1 januari 2009
Geschiedenis
Opvolger van Mediawet (1987)
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Mediawet 2008
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Mediawet 2008 is een Nederlandse wet die in 2008 is vastgesteld en (op enkele artikelen na) op 1 januari 2009 in werking is getreden. De wet regelt de toelating tot het omroepbestel en stelt eisen aan de publieke omroepen onder andere om te zorgen voor mediapluriformiteit.

Wetsgeschiedenis[bewerken]

De Mediawet 2008 verving per 1 januari 2009 de Mediawet die in 1988 in werking was getreden. Deze verving op zijn beurt de toenmalige Omroepwet, Wet op de omroepbijdragen en Wet Voorziening Perswezen 1951.[1] In oktober 2014 kwam Sander Dekker met het plan voor minder amusement op de publieke tv-zenders mits het alleen een educatief, cultureel of informatief doel dienen en meer concurrentie in het bestel.

Omroepverenigingen[bewerken]

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan eens in de vijf jaar aan omroepverenigingen erkenningen en voorlopige erkenningen verlenen. De huidige erkenningperiode is van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020. De huidige concessieperiode is van 1 september 2010 tot en met 31 december 2020.[2]

Een omroepvereniging moet een vereniging zijn die een bepaalde maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming vertegenwoordigt en waarvan de leden op democratische wijze invloed hebben op het beleid; ook moet een jaarlijkse contributie van ten minste € 5,72 worden geheven waarin de verstrekking van een programmablad niet is begrepen. Voor een erkenning als publieke omroep komen slechts in aanmerking omroepverenigingen die in de voorafgaande erkenningperiode een erkenning of voorlopige erkenning hadden en ten minste 150.000 leden hebben.

Voor een voorlopige erkenning komen slechts in aanmerking omroepverenigingen die in de voorafgaande erkenningperiode geen erkenning of voorlopige erkenning hadden, ten minste 50.000 leden hebben, en een voorgenomen media-aanbod hebben dat een vernieuwende bijdrage levert aan de publieke omroep.

De Tijdelijke regeling van het Commissariaat voor de Media van 13 januari 2009 houdende beleidsregels omtrent toepasselijkheid van de beleidsregels van het Commissariaat voor de Media in verband met de inwerkingtreding van de Mediawet 2008 (Regeling toepasselijkheid beleid onder de Mediawet 2008) is een tijdelijke voorziening, nodig omdat de wet zeer kort na aanvaarding is ingegaan waardoor het Commissariaat voor de Media de beleidsregels niet in deze tussentijd kon aanpassen.

De omroepverenigingen worden onderscheiden in (zie ook omroepstatus):

  • Aspirant-omroep heeft minimaal 50.000 leden, en probeert de C-status te bereiken
  • C-status omroep met 100.000-150.000 leden
  • B-status omroep met 150.000-300.000 leden
  • A-status omroep met meer dan 300.000 leden

Naarmate een omroep meer leden heeft krijgt deze meer zendtijd. Lokale omroepen moeten minimaal 50% van hun zendtijd besteden aan ICE-programma's, dat wil zeggen Informatie, Cultuur en Educatie. De publieke omroep mag jaarlijks niet meer dan 10% en dagelijks niet meer dan 15% van de zendtijd aan reclame besteden.

Regionale omroepen[bewerken]

De regionale omroepen worden per 1 januari 2014 weer volledig gefinancierd vanuit de Rijksmediabegroting. Dit komt voort uit het Regeerakkoord van het Kabinet-Rutte II. Het budget voor de regionale omroepen van € 143,5 miljoen is per 2014 overgeheveld van het Provinciefonds naar het mediabudget. Vanaf 2017 wordt dit budget verlaagd met € 17 miljoen.

Lokale omroepen[bewerken]

Per gemeente wordt door het Commissariaat voor de Media aan slechts één instelling voor lokale omroep zendtijd toegewezen. Een door het Commissariaat erkende lokale omroep krijgt voor de duur van vijf jaar zendtijd, waarna verlenging moet worden aangevraagd. De wet bepaalt dat toewijzing pas plaatsvindt nadat de gemeente, op verzoek van het Commissariaat, binnen 18 weken heeft geadviseerd over de vraag of de instelling (nog) aan de eisen voldoet. De Erkenningswet verplicht gemeenten de basiskosten van lokale publieke omroepen voor hun rekening te nemen.

Kosten en middelen[bewerken]

Het ministerie van OCW subsidieert de landelijke publieke omroep in 2015 met € 751,216 miljoen. De sterinkomsten worden in 2015 begroot op € 210 miljoen. Het commissariaat van de media ontving in 2015 ongeveer € 4 miljoen.[3]

De VNG raadt gemeenten aan voor 2015 in de gemeentebegroting als uitgangspunt € 1,25 per woonruimte (plus index) te hanteren.[4]

Externe links[bewerken]


Voetnoten[bewerken]

  1. WET van 21 april 1987, houdende regels betreffende de verzorging van radio- en televisieprogramma's, de omroepbijdrage en de steunverlening aan persorganen.
  2. Titel 9.2. Overgangsbepalingen bij de Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
  3. Rijksmediabegroting 2015
  4. Tips van de VNG voor financiering lokale omroepen vanwege versleuteling in gemeentefonds