Representatieve democratie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een representatieve of indirecte democratie is een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. De representatieve democratie is hierdoor onderscheiden van de directe, waarin leden van de bevolking zelf politieke besluiten nemen.

Doel van de indirecte democratie is compromissen tot stand te brengen tussen verschillende maatschappelijke groepen met soms tegenstrijdige belangen, waarbij weliswaar de machtigste (dus grootste) groepering het overwicht zal hebben, maar waarbij toch rekening gehouden wordt met minderheden. Vanwege de periodieke machtsverschuivingen via verkiezingen, en door het feit dat mensen deel kunnen uitmaken van meerdere groeperingen, zal een zeker evenwicht ontstaan, en wordt voorkomen dat één groepering overheerst.

In aanvulling op het indirecte democratische deel kennen sommige landen het referendum, wat een vorm is van directe democratie.

Geschiedenis[bewerken]

Het idee van representatieve democratie kwam op in de tijd van de Verlichting, en vormt nog altijd een kernpunt in de liberale staatsfilosofie. Verlichte denkers stelden dat democratie, in de Atheense zin, in de moderne maatschappij niet mogelijk of zelfs onwenselijk was, om verschillende redenen. Madison vreesde voor het verschijnsel dat wel "dictatuur van de meerderheid" wordt genoemd: de opleggen van de wil van een meerderheid aan een minderheid. Ook pleitte Madison voor een politieke elite van vertegenwoordigers, die de belangen van het gehele volk zouden dienen, in plaats van die van de meerderheid.

Voor Rousseau gold echter dat vertegenwoordiging tegen de volkssoevereiniteit inging:

Soevereiniteit laat zich niet vertegenwoordigen, om dezelfde reden als waarom zij ook niet ontvreemd kan worden. Zij bestaat in haar diepste wezen in de algemene wil, en die wil kan niet vertegenwoordigd worden. Zij is het of zelf of het is iets anders. Een tussenweg bestaat niet. [...]
De afgevaardigden van het volk zijn geen vertegenwoordigers en kunnen dat ook niet zijn; het zijn slechts lasthebbers en zij kunnen geen definitieve beslissingen nemen.[1]

██ Representatieve democratieën in de wereld in 2008 volgens de Amerikaanse NGO Freedom House.

Deze 18e eeuwers gebruikten doorgaans niet de term representatieve democratie, maar maakten juist onderscheid tussen democratie enerzijds en representatie anderzijds. Dit verschil verdween vrij gauw: Alexis de Tocqueville beschreef in de jaren 1830 het op Madisons ideeën geënte Amerikaanse staatsbestel als een democratie, hoewel het de meerderheid van de bevolking uitsloot van kiesrecht.

Typologie volgens Weber[bewerken]

De Duitse socioloog Max Weber maakte onderscheid tussen drie vormen van representatieve systemen:

  • toegeëigende vertegenwoordiging (appropriierte Repräsentation), zoals de vertegenwoordiging van vrouwen in systemen die geen vrouwenkiesrecht kennen, van lage inkomensklasse in systemen met censuskiesrecht en die van kinderen;
  • vrije vertegenwoordiging (freie Repräsentation), waarbij ieder mag stemmen maar de vertegenwoordigers vervolgens een termijn lang vrij zijn om autonoom op te treden (kenmerkend voor eigentijdse parlementaire systemen);
  • gebonden vertegenwoordiging (gebundene Repräsentation), waarin de autonomie van de vertegenwoordigers wordt beperkt door maatregelen zoals als de mogelijkheid om nieuwe verkiezingen af te dwingen.

Vormen[bewerken]

Vormen van representatieve democratieën zijn:

Noten[bewerken]

  1. Fennema, M. (2001): De moderne democratie. Geschiedenis van een politieke theorie, Het Spinhuis,