Rik Poot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: Staat vol filosofische teksten en prijzende zinnen.

Rik Poot (Vilvoorde, 20 maart 1924 - Jette, 16 december 2006) was een Vlaamse beeldend kunstenaar die zich vooral toelegde op bronzen beeldhouwwerken en assemblages in metaal.

Uitspraken van Rik Poot[bewerken]

Aanhalingsteken openen

Zonder vakmanschap kan je onmogelijk kunst maken. Een kunstenaar is een stielman. Een beeldhouwer denkt met zijn handen. Je mag nog de meest creatieve geest hebben, maar als je dat niet kunt realiseren, dan ben je niets. Heb je al een pianist gezien zonder vingers of een acteur zonder tong? Het is jammer dat de kunstwereld tegenwoordig helaas alleen draait om publiciteit en geld en enkele kunstpauzen die het mooie weer maken. Een kunstenaar moet uiting geven aan zijn ontroering, aan de schoonheid. Dat is wat anders dan wat onnozele grappen maken. Niemand zegt meer dat de keizer naakt is.

Aanhalingsteken sluiten

Levensloop[bewerken]

Hij werd geboren in het Vlaamse deel van Brabant, meer bepaald in de volkse arbeidersbuurt Far West, de eerste sociale woonwijk van de gemeente Vilvoorde. Hij volgde de moderne humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Vilvoorde en nam daarna lessen aan de Academie van Molenbeek. Als kind raakte de jonge Rik geboeid door het ambachtelijke werk van zijn vader, die bronsgieter was en grafornamenten maakte. De jaarmarkten in Vilvoorde, meer bepaald de paarden die er gekeurd en verhandeld werden, maakten op hem een blijvende indruk. Tijdens de oorlogsjaren 1944-45 studeerde hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel. In 1948 vestigt hij zich te Grimbergen. Hij ontving achtereenvolgens verscheidene prijzen: Eerste Prijs Openluchttentoonstelling Anderlecht (1948), de Godecharleprijs en de prijs van de stad Luik (1949). Hij ondernam vervolgens studiereizen naar Frankrijk en Italië dankzij een gewonnen beurs om er de kunst van de Oudheid en de Renaissance te bestuderen. In 1953 won hij de tweede Prijs van Rome, eerste Prijs Openluchttentoonstelling Vorst, eerste Prijs stad Brussel. In 1954 samen met Roel d'Haese eervolle vermelding in de Prix Jeune Sculpture. In 1959 ontving hij de Coopalprijs. Van 1962 tot 1984 was hij professor Monumentale Beeldhouwkunst aan het Nationaal Instituut voor Architectuur en Sierkunst van Ter Kameren, Brussel. Poots beelden staan bijna alle in de openbare ruimte. Voor het gerechtsgebouw van Turnhout ligt zijn Rustende Najade. Hij ontwerpt in 1982 "Ode aan een bergrivier" in brons voor het metrostation Herrmann-Debroux te Brussel. In de tuin van het Elzenveld in Antwerpen kreeg zijn beeld van de schrijver Maurice Gilliams een plaats.

In 2004 organiseerde de stad Vilvoorde als eerbetoon een grote tentoonstelling met werk van hem in het Hansenspark en een oud klooster. Uit heel Vlaanderen bracht men toen als hommage aan Poot de wulpse figuren, de steigerende paarden, de monumentale beelden en de borstbeelden bij elkaar.

In het voorjaar 2008 verrees op het Leuvense provincieplein Poots laatste creatie De Ontvoering van Europa met de steun van de provincie Vlaams-Brabant, de stad Leuven en KBC. Het bronzen beeld vormt er het sluitstuk van de esplanade die het station met het provinciehuis zal verbinden. Het beeld, verwijzend naar de Griekse mythologie, toont de mooie Europa op de rug van een kolossale stier. Het symboliseert hoe Europa, dochter van koning Agenor, werd ontvoerd door Zeus. Hij ontving kort daarop in Brugge de tweejaarlijkse Achilles Van Ackerprijs voor zijn hele oeuvre.

Stijlkenmerken[bewerken]

Aanvankelijk kapt Poot menselijke en dierlijke figuren in "taille directe" in diverse materialen en Werkt tevens in terracotta. Kenmerkend zijn een sterke stilering met verwijzingen naar Oosterse en Afrikaanse cultuurproducten. In 1952 volgen opdrachten voor monumentale beeldhouwwerken, o.a. voor de St.-Lambertuskerk te Muizen. Vanaf 1963 kiest hij uitsluitend voor het verloren wasprocedé, waarbij hij aan de hand van gemodelleerde en aan elkaar samengevoegde platen in was een gefragmenteerde compositie opbouwt. Zijn beeld Najade in de vijver van het kasteel van de hertogen van Brabant is hiervan een voorbeeld.

Poot lijkt sterk geboeid door de structuur en de textuur van natuurvormen. Daarbij geeft hij uiting aan de verscheurde en uiteengelegde wereld zoals bij Pablo Gargallo en Ossip Zadkine. Elk beeld wordt een momentopname en vertolkt een sterke, maar gestabiliseerde emotie. Poot houdt van de ambachtelijke arbeid van het beeldhouwen, de daad van het maken; hij tracht het materiespel te verhogen door gebruik te maken van patina en door het bewerken van het oppervlak met de beitel.

Essentieel in de vormentaal van Poot zijn de holle ruimten tussen de bronzen delen waaruit zijn beelden zijn opgebouwd. Door die openingen te creëren krijgen zijn monumentale beelden tegelijk iets lichts en een zekere fragiliteit. Zijn werken kregen daarmee een krachtig en expressief ritme mee. Ondanks de veel voorkomende vervormingen van de figuren, blijven Poots beelden altijd herkenbaar. Zijn stijl was van een klassiek modernisme met grote bewogenheid, dat aanvaardbaar bleef voor het publiek.

De uitbeelding in brons van het paard vormt een belangrijk thema in zijn werk. Het paard op het Heldenplein, dat speciaal gecreëerd werd ter gelegenheid van 150 jaar Vilvoordse jaarmarkt, staat nu symbool voor Vilvoorde. Het verwijst naar de bijnaam voor de Vilvoordenaars, genaamd de "pjeirefretters". Bekende werken zijn De ontvoering van Europa en De vier ruiters van de Apocalyps (opgesteld in de Brugse binnenstad, in de tuin van het Arentshuis). Deze beeldengroep inspireerde de dichter Frederik Lucien De Laere tot het gedicht "De ruiters van de Apocalyps". Naar aanleiding van de Dutroux-affaire creëerde hij Ghequetst ben ic van binnen, dat werd aangekocht door de handelaars van de Leuvensestraat te Vilvoorde. De titel van het werk verwijst naar een gedicht van een Middelnederlands 14e-eeuws anoniem dichter. Het gaat als volgt:

Ghequetst ben ic van binnen,
duerwont mijn hert soe seer,
van uwer ganscher minnen
ghequetst soe lanc soe meer.
Waer ik my wend, waer ic my keer,
ic en can gherusten dach noch nachte;
waer ic my wend, waer ic my keer,
ghy sijt alleen in mijn ghedachte.

Zijn hele leven bleef hij solidair met de kleine man. Daarvan getuigt onder meer zijn werk "Strijd voor Arbeid", een 8 m hoge stalen vuist, opgericht in Vilvoorde na de bruuske sluiting van de Renault-fabrieken aldaar. Poot vereeuwigde ook politici en schrijvers in borstbeelden, zoals Jean-Luc Dehaene, Leo Tindemans en Marnix Gijsen.

Rik Poot was een volleerde vakman die heel zijn leven beitelend en boetserend doorbracht in zijn atelier. Hij klaagde over de teloorgang van de ambachtelijke kennis in de hedendaagse kunst. Hij was een tegenstander van strekkingen als pop art en conceptuele kunst en noemde het zelfs bedrog. Hij bleef geheel zijn leven trouw aan een vormentaal die wortelde in het expressionisme en het kubisme uit het begin van de 20e eeuw. Hij bewonderde de anonieme middeleeuwse beeldhouwers die meewerkten aan de opbouw van een kathedraal.

Trivia[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Monografie "Rik Poot", uitgegeven bij het Mercaterfonds, 2004 (uitgegeven naar aanleiding van zijn 80e verjaardag)
  • Dorine Cardyn-Oomen, e.a., Beeldhouwwerken en assemblages, 19e en 20e eeuw, catalogus Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, 1986 (Poot, Rik zie blz 139)

Externe link[bewerken]