Marnix Gijsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marnix Gijsen
Gijsen in 1930 (Collectie Letterenhuis)
Gijsen in 1930 (Collectie Letterenhuis)
Algemene informatie
Volledige naam Joannes Alphonsius Albertus Goris
Geboren 20 oktober 1899, Antwerpen
Overleden 29 september 1984, Lubbeek
Land België
Beroep schrijver
Werk
Bekende werken Klaaglied om Agnes
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Marnix Gijsen in 1974 bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren. Midden: koningin Juliana

Marnix Gijsen, pseudoniem van Joannes Alphonsius Albertus (Jan-Albert) Goris, (Antwerpen, 20 oktober 1899Lubbeek, 29 september 1984) was een Belgische schrijver. Zijn pseudoniem komt van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde en de achternaam van zijn moeder Euphrasia Gijsen.

Levensloop[bewerken]

Op 20 oktober 1899 werd Jan-Albert Goris geboren in Antwerpen. Hij werd streng katholiek opgevoed. Vanaf 1912 liep hij school bij de handelsafdeling van het Sint-Ignatiusgesticht te Antwerpen en vanaf 1916 in de hogere afdeling (de latere UFSIA). In 1917 werd hij uit die instelling verwijderd naar aanleiding van een pamflet waarin hij de vernederlandsing van de school had geëist.[1]

In 1925 promoveerde hij aan de Katholieke Universiteit Leuven tot doctor in de geschiedkundige en zedenkundige wetenschappen. Hij ging verder studeren aan de Universiteit van Freiburg, de Universiteit van Parijs en de London School of Economics.

Van 1928 tot 1933 was hij ambtenaar bij het gemeentebestuur van Antwerpen. Hij was er onder meer kabinetschef van de burgemeester. Vervolgens was hij van 1934 tot 1939 werkzaam bij de rijksadministratie te Brussel. Van 1939 tot 1941 was hij commissaris-generaal voor Toerisme.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog brak hij met de geloofs- en morele waarden waarmee hij was opgegroeid en nam een stoïcijnse levenshouding aan. Daarna verbleef hij te New York tot 1964 als Belgisch Commissaris voor Informatie en was bovendien gevolmachtigd minister. In De Stem uit Amerika verzorgde hij in die periode een wekelijks radiopraatje op Radio 1 op zaterdagavond. In 1975 werd de schrijver in de adelstand verheven.

Marnix Gijsen ligt begraven op het Schoonselhof te Antwerpen. Hij kreeg een bronzen borstbeeld van de hand van beeldhouwer Rik Poot.

Litteraire carrière[bewerken]

Marnix Gijsen begon zijn letterkundige carrière als dichter bij de expressionistische groep rond het literair tijdschrift Ruimte. Zijn belangrijkste gedicht is "Loflitanie van de H. Franciscus van Assisië" (1920). Vrij jong kwam hij in contact met de dichters Paul van Ostaijen, Karel van den Oever en Victor Brunclair. Na een studiereis naar de USA schreef hij het verhaal Ontdek Amerika (1927). Gijsen schreef essais over onder meer Karel van Mander (1922), Jozef Cantré (1933) en Hans Memling (1939) en schreef dagelijks litteraire kritieken. De schrijver was goed bevriend met de schrijfster Suzanne Lilar.

Onderscheidingen[bewerken]

In populaire cultuur[bewerken]

  • In De windmakers (Suske en Wiske, 1959) wordt in het begin opgemerkt dat Christoffel Columbus de ontdekker van Amerika was. Een verwarde Jerom denkt bij zichzelf: "Altijd gedacht dat dat Marnix Gijsen was." Dit is een verwijzing naar Gijsens boek, "Ontdek Amerika" (1927).
  • In de stripreeks Nero wordt een paar keer naar hem verwezen.
    • In De Daverende Pitteleer (1959) verklaart Madam Pheip op strook 193 hoe ze aan de politie wist te ontsnappen in de VS: "Ik kon in het gewoel ontkomen. (...) Ben bij Marnix Gijsen hulp gaan vragen, maar die haat vrouwen."
    • In Hoed je voor Kastar (1970) speelt hij de rol van diplomaat Baron van Asthma Tot Sloten.

Publicaties[bewerken]

  • De XII sonnetten van de schoonheydt van Brederoo (1919)
  • Loflitanie van de Heilige Franciscus van Assisi (1920)
  • Karel van de Woestijne (1920)
  • Breeroo's lyriek (1922)
  • Karel Van Mander (1922)
  • Etude sur les colonies marchandes méridonales à Anvers de 1488 à 1567 (1925)
  • Het huis (1925)
  • Ontdek Amerika (1927)
  • Odysseus achterna (1930)
  • Ons volkskarakter, een poging tot inzicht (1932)
  • Lierre (1935)
  • Breviarium der Vlaamsche lyriek (1937)
  • Jozef Cantré, houtsnijder (1937)
  • Hans Memlinc te Brugge (1939)
  • Journal de voyage de A. Duerer (1939)
  • Lof van Antwerpen. Hoe reizigers Antwerpen zagen van de XVe tot de XXe eeuw (1940)
  • De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830 (1940)
  • Peripatetisch onderricht, deel I (1941)
  • Peripatetisch onderricht, deel II (1942)
  • Vlaamsche Verzen (samen met R. Herreman) (1942)
  • Belgium in Bondage (1943)
  • Vlaamse lyriek. Van Gezelle tot 1940 (1944)
  • The miracle of Beatrice (inleiding) (1944)
  • Strangers should not whisper (1945)
  • Du génie flamand (1945)
  • The liberation of Belgium (1945)
  • Rubens in America (1945)
  • The growth of the Belgian nation (1946)
  • Belgian letters ; a short survey of creative writing in the French and Dutch languages in Belgium (1946)
  • Over het Vlaamsch genie (vertaling van Du génie flamand door Herman Bossier) (1946)
  • Het boek van Joachim van Babylon (1947)
  • Modern sculpture in Belgium (1948)
  • Telemachus in het dorp (1948)
  • De man van overmorgen (1949)
  • Portraits of Flemish Masters in American collections (1949)
  • Drawings by modern Belgian artists (1951)
  • Goed en kwaad (1950)
  • Klaaglied om Agnes (1951)
  • De vleespotten van Egypte, een sotternie (1952)
  • De kat in de boom (1953)
  • Van een wolf die vreemde talen sprak (1953)
  • De lange nacht (1954)
  • Wat de dag meebrengt (1954)
  • De oudste zoon (1955)
  • Schrijvers en schilders (1955, samen met W.L.M.E. Van Leeuwen)
  • Some scholary comments on the sayin of the Dutch poet Leo Vroman : Liever heimwee dan Holland (1955)
  • Er gebeurt nooit iets (1956)
  • Drie Lydische portretten (1956) (omvattend : Kandaulus, Tuda, Gyges)
  • De stem uit Amerika (1957)
  • Mijn vriend de moordenaar en andere verhalen (1957) (inbegrepen : Mijn vriend de moordenaar, De boom van goed en kwaad, De ondergang van Nashua Nebraska, Marie-ama van Antwerpen, José es Español)
  • Ter wille van Leentje (1957)
  • Karel Van den Oever (1958)
  • De school van Fontainebleau (1959)
  • Lucinda en de lotoseter (1959)
  • De diaspora (1961) (inbegrepen : Pleidooi voor de monogamie, De perikelen van Bergen op Zoom, De school van Fontainebleau, De nachttrein naar Savannah-Georgia, Verwarde biecht in de Holland Bar, Kaddisj voor Sam Cohn)
  • Allengs gelijk de spin (1962) (inbegrepen : Wild en gevogelte, Dessert du Sahara, Vader is een dronkaard, Onze zuster Alice, Zondagmiddag in het stedelijk park, Pijnlijk debuut van een archeoloog, Worstelen in Homerische stijl, O activisme)
  • The house by the leaning tree (1963)
  • Van een paling die niet wilde sterven (1963)
  • Van een kat die te veel pretentie had (1964)
  • Candid opinions on sundry subjects (1964)
  • Karel Jonckheere (1964)
  • De stem uit Amerika : een keuze uit de wekelijkse correspondenties uit Amerika van doctor Jan Albert Goris van 1946 tot 1964 (1965)
  • Scripta manent (1965)
  • Zelfportret, gevleid, natuurlijk (1965)
  • Kroniek der poëzie (1965)
  • Harmagedon (1965)
  • Van een papegaai die zelfmoord wilde plegen (1966)
  • De parel der diplomatie (1966)
  • De monoloog van Lydia (1966)
  • Helena op Itaca (1968)
  • Het paard Ugo (1968)
  • Het dier en wij (1968)
  • August Van Cauwelaert (1968)
  • Het huis (inbegrepen : Kronijk, Het huis, Het blije gebed, Loflitanie van Sint Franciscus van Assisi, Vier gedichten van Joachim) + The house by the leaning tree (1969)
  • Marie Gevers (1969)
  • De val van Zijne Excellentie Minister Plas (1969)
  • Ben jij het, Johan? (1969)
  • Een dood konijn (1969)
  • Jacqueline en ik (1970)
  • Een stad van Heren (1971)
  • Biecht van een heiden (1971)
  • Een gezellige avond thuis (1971)
  • Mi chiamano Mimi (1971)
  • De afvallige (1971)
  • Weer thuis. Bedenkingen bij de dingen van onze dagen 1968-1972 (1972)
  • De grote god Pan (1973) (inbegrepen : Waar, waar is Deborah? - Nostalgie naar het Hazegras, Oostende - De tram naar Blaren - De daghit en de maintenee - Café De Dageraad - In memoriam Mohammed Ali - De Dipenda Cha Cha Cha - De grote god Pan)
  • Orpheus (1973)
  • Verzamelde verhalen (1974) (Omvattend : Mijn vriend, de moordenaar - De diaspora - Allengs, gelijk de spin - Mi chiamamo mimi - De grote god Pan)
  • De biecht van Elza (1974)
  • De kroeg van Groote Verdriet (1974)
  • De leerjaren van Jan-Albert Goris (1975)
  • Terug van weggeweest (1975)
  • Kaddisj voor Sam Cohn (1975)
  • De kunstverzameling van ridder van Laer (1975)
  • Van een wolf, een kat en een paling (1976)
  • Het huis (1976)
  • Boze geesten verdrijven (1977)
  • A las cinco de la tarde (1977)
  • Verzameld werk (Volumes 1, 2, 3, 4, 5, 6) (1977)
  • Uit het Brussels getto, berichten 1975-1977 (1977)
  • Overkomst dringend gewenst (1978)
  • Rustoord (1979)
  • Grafzuil voor Agnes (1979, in samenwerking met zijn broer René Goris)
  • De loopgraven van Fifth Avenue (1980)
  • Het gordijn zakt, berichten 1978-1980 (1981)
  • Amerika en ik (omnibus) (1984) (Omvattend : De vleespotten van Egypte, een sotternij - Harmagedon, een kroniek van recente jaren - De kroeg van groot verdriet)
  • Het boek van Kalina (1984)
  • De zomers van mijn jeugd (omnibus) (1984) (inbegrepen: Nostalgie naar het hazegras, Oostende - Telemachus in het dorp. Een verhaal zonder wind of wolken - De boom van goed en kwaad - De perikelen van Bergen op Zoom - Worstelen in Homerische stijl - De tram naar Blaren, 1916 - De oudste zoon)
  • Van een paling die niet wilde sterven (1995)

Externe link[bewerken]