Russische marine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Russische Marine)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van de Russische marine sinds 2000
Geus van de Russische marine

De Russische marine of VMF (Russisch: Военно-морской флот (ВМФ); Vojenno-morskoj flot (VMF); "Militaire Maritieme Vloot") is de maritieme tak van de strijdkrachten van de Russische Federatie. De internationale aanduiding voor Russische marineschepen is "RFS" - "Russian Federation Ship".

De huidige Russische marine werd gevormd uit de marine van de Sovjet-Unie na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aan het einde van de Koude Oorlog in 1991.

De Russische marine bezit het merendeel van de Sovjet-marinestrijdkrachten, die zijn verdeeld over de Noordelijke Vloot, Pacifische Vloot, de Zwarte Zeevloot, de Baltische Vloot, Kaspische Flottielje, Marineluchtvaart, Marine-infanterie en de Kustartillerie.

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

De oorsprong van de Russische marine kan terug geleid worden naar de periode tussen de 4e eeuw en de 6e eeuw, toen de Vroege Slaven in conflict waren met het Byzantijnse Rijk. De eerste Slavische flottieljes bestonden uit kleine zeilschepen en roeiboten, die zeewaardig waren en konden navigeren in de rivierbeddingen. Tussen de 9e eeuw en de 12e eeuw waren er flottieljes van het Kievse Rijk bestaande uit honderden schepen met een, twee of drie masten. De inwoners van Novgorod staan erom bekend dat ze militaire campagnes hebben uitgevoerd in de Oostzee, bijvoorbeeld de verovering van Sigtuna in 1187. De Ladja (ладья in Russisch of zeeboot) was een typische boot in gebruik door het leger van Novgorod (lengte 30 m, breedte 5 tot 6 m, 2 of 3 masten, 50 à 60 man). Er waren ook kleinere zeilboten en roeiboten voor zeilen op de rivieren en meren. In de 16e eeuw en de 17e eeuw voerden de Kozakken militaire campagnes uit tegen het kanaat van de Krim en het Ottomaanse Rijk met zeilboten en roeiboten. Deze boten konden 80 man meenemen. De Kozakse flottieljes bestonden uit 80 tot 100 boten.

De gecentraliseerde Russische staat heeft gevochten voor haar eigen toegang tot de Oostzee, Zwarte Zee en de Zee van Azov sinds de 17e eeuw. Aan het eind van deze eeuw hadden de Russen waardevolle ervaring opgedaan in het gebruik van rivierboten in combinatie met landstrijdkrachten. Onder tsaar Michaël I werd het eerste driemastige schip in Rusland gebouwd (1636). Het werd gebouwd in Balachna door Deense scheepsbouwers uit Holstein volgens Europees ontwerp. Tussen 1667 en 1669 probeerden de Russen zelf schepen te bouwen in het dorp Dedinovo aan de Oka om de handelsroutes langs de Wolga te verdedigen, die naar de Kaspische Zee leidden. In 1668 bouwden ze een 26-kanons schip, Orjol ("adelaar"), een jacht, een boot met mast en boegspriet en een aantal roeiboten.

Gedurende het grootste deel van de 17e eeuw voeren Russische kooplieden en Kozakken over de Witte Zee met tweemastige zeilschepen om de rivieren Lena, Kolyma en Indigirka te onderzoeken en stichtten nederzettingen in de Amoer. De grootste Russische ontdekkingsreiziger was ongetwijfeld Semjon Dezjnjov, die in 1648 de gehele lengte van het tegenwoordige Rusland af voer door de Noordelijke IJszee, rondom het Tsjoektsjenschiereiland, door de Beringstraat naar de Grote Oceaan.

Russische Keizerlijke Marine[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Russische Keizerlijke Marine voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Russische Keizerlijke Marine was de marine van het tsaristische Rusland. Deze zeemacht is regulier ontstaan onder de heerschappij van Peter de Grote.

Na de overwinning van de bolsjewieken zijn de restanten van de marine opgenomen in de marine van de Sovjet-Unie.

Sovjetmarine[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Marine van de Sovjet-Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Moderne Russische marine[bewerken | brontekst bewerken]

De val van de Sovjet-Unie leidde tot een teloorgang van de Russische marine. Defensiebudgetten werden gekort. Vele schepen werden gesloopt of aan de kant gelegd als accommodatie bij marinebases en het bouwprogramma werd in eerste instantie stopgezet. Toch was Sergej Gorsjkovs opbouw tijdens de Sovjetperiode meer gericht op schepen dan ondersteuningsfaciliteiten en hij hield ook schepen in dienst die eigenlijk met pensioen moesten, wat ook voor reductie zorgde. Wat het erger maakte was het onpraktisch grote aantal aan verschillende schepen. De Sovjetmarine had in de jaren tachtig bijna 250 verschillende scheepstypen in dienst. De Kiev-klasse-vliegdekkruisers en vele andere schepen gingen vervroegd uit dienst en de incomplete Varjag werd verkocht aan de Volksrepubliek China. Fondsen werden alleen gegeven aan schepen die al besteld waren in het Sovjettijdperk of aan reparaties aan schepen uit dienst. De constructietijd voor deze schepen werden echter erg lang. In 2003 werd er gerapporteerd dat er aan de Akoela-klasse-SSN Nerpa al vijftien jaar werd gebouwd. De opslag van uit dienst genomen atoomonderzeeërs in havens zoals Moermansk werd ook een groot probleem. Marinebases buiten Rusland, zoals Cam Ranh Bay in Vietnam, werden gesloten, met uitzondering van de bases op de Krim, geleased van de Oekraïne om de Zwarte Zeevloot te ondersteunen.

De Marineluchtvaartdienst van de Sovjet-Unie klapte ook in elkaar, van ongeveer 60.000 man en 1.100 vliegtuigen in 1992, tot 35.000 man en 270 vliegtuigen in 2006. In 2002 waren van de 584 bemanningen slechts 156 klaar voor actie, en maar 77 klaar voor nachtvluchten.

Training en paraatheid hadden het ook zwaar. In 1995 waren er slechts twee raket onderzeeërs tegelijk in onderhoud, van de Noordelijke en Pacifische Vloot. Dit leidde tot de ramp met de Koersk tijdens de oefeningen van de Noordelijke Vloot die de publicatie van een nieuwe marine doctrine moest ondersteunen. De oefening, met ongeveer 30 onderzeeërs en oppervlakteschepen, zou samen moeten vallen met de uitzending van de Admiraal Koeznetsov battle group in de Middellandse Zee.

In 2006 had de Russische marine 50 atoomonderzeeërs, in tegenstelling tot 170 in 1991, maar slechts 26 waren operationeel. De marine had plannen om dat aantal naar beneden te stellen tot 20, waarvan 10 ballistische onderzeeërs en 10 multi-role aanvalsonderzeeërs, maar dit is nog niet officieel bevestigd.[(sinds) wanneer?]

Scheepsbouw[bewerken | brontekst bewerken]

De recente verbetering van de Russische economie heeft geleid tot een serieuze verhogen van het defensiebudget en een stijging van het aantal scheepsbouwprojecten, geconcentreerd op onderzeeërs zoals de conventionele Lada-klasse en nucleaire Jasen-klasse. Sommige oudere schepen zijn ook opnieuw uitgerust. De Steregoesjtsji-klasse-korvetten, waarvan het hoofdschip werd neergelegd op 21 december 2001, is het eerste nieuwe oppervlakteschip dat gebouwd wordt na de val van de Sovjet-Unie.

Verhoging in activiteit[bewerken | brontekst bewerken]

Eind jaren negentig was de activiteit erg laag. Zelfs op het hoogtepunt van de Kosovo-oorlog werd een geplande uitzending van een gehele slaggroep beperkt tot de uitzending van het inlichtingenschip Liman. 2003 zag een enorme groei in activiteit waaronder enkele grote oefeningen. En oefening in mei met de Indische marine hield in dat er twee destroyers van de Pacifische Vloot en vier schepen van de Zwarte Zeevloot, geleid door de Moskva, voor drie maanden naar de Indische Oceaan gestuurd werden. De grootste oefening sinds jaren was de INDRA 2003, waarbij twee Toepolev Tu-160's een serie raketten lanceerden en vier Toepolev Tu-95's een reis maakten van 5.400 mijl van luchtmachtbasis Engels-2 bij Saratov naar het oefengebied. In augustus 2003 participeerde de marine ook in oefening Vostok-2003 in het Verre Oosten, waarbij de Varjag en Sovremenny-klasse-destroyer Bystry werden ingezet, alsook een amfibische landing, uitgevoerd door drie landingsvaartuigen van de Pacifische Vloot. Oorlogsschepen en helikopters van de Japanse en Zuid-Koreaanse marines deden daar ook aan mee. De Noordelijke Vloot volgde in januari 2004 toen dertien schepen en zeven onderzeeërs meededen aan oefeningen in de Barentszzee. Het meedoen van de Admiraal Koeznetsov en de Pjotr Veliki werd overschaduwd door twee mislukte lanceringen van ballistische raketten, die nog erger werden omdat Vladimir Poetin aanwezig was om te kijken naar de tests. Dit kostte de commandant van de marine zijn baan.

De marine bleef in verlegenheid gebracht worden, door een incident met een mijn tijdens oefeningen voor de viering van Marinedag door de Baltische vloot in juli 2005[1] en doordat de Priz-klasse-onderzeeër AS-28 in augustus 2005 in het Verre Oosten gered moest worden door een Brits-Amerikaans samenwerkingsverbond met behulp van een onbemande miniduikboot van de Royal Navy.

Structuur[bewerken | brontekst bewerken]

In 2004 had de marine ongeveer 160.000 man.

De Russische marine bestaat uit vier vloten en een flottielje:

  • Noordelijke Vloot heeft haar hoofdkwartier in Severomorsk en verspreid over verschillende bases rond Moermansk. Dit is de hoofdvloot van de Russische marine en bestond in 2004 uit ongeveer 55.000 man. De vloot heeft 11 ballistische onderzeeërs, waarvan 4 in reserve. Verder 22 tactische onderzeeërs: 16 kernaangedreven kruisraketonderzeeërs en 6 aanvalsonderzeeërs. Het heeft elf oppervlakteschepen, waaronder het vliegdekschip Admiraal Koeznetsov, twee Kirov-klasse-slagkruisers, een Slava-klasse-kruiser, vier Oedaloj-klasse-destroyers, een Sovremenny-klasse-destroyer en twee Krivak-klasse-fregatten. Er is ook een geschat aantal van 26 patrouille- en kustvaartuigen, 18 mijnenleggers en ruimers, acht amfibische schepen en meer dan 130 ondersteuningsschepen.
  • De Pacifische Vloot is gelegerd rond Vladivostok en Petropavlovsk-Kamtsjatski, bestaande uit 15 onderzeeërs en 8 oppervlakteschepen. De belangrijkste oppervlakteschepen zijn de kruiser Varjag, de destroyer Boerny, vier Oedaloj-klasse-destroyers en twee fregatten. Er zijn 30 kustvaartuigen, 8 mijnenleggers en ruimers, vier amfibische schepen, en 57 ondersteuningsschepen.
  • De Zwarte Zeevloot heeft haar basis in de baaien van Sebastopol, Karantinnaja en Streletskaja bij Sebastopol en in Novorossiejsk. Het heeft een Kilo-klasse-onderzeeër, Kertsj, een Kara-klasse-kruiser, twee destroyers, waaronder de Smetlivy (Kasjin-klasse) en twee Krivak-klasse-fregatten. Tot half april 2022 beschikte de vloot tevens over de Slava-klasse-kruiser Moskva.[2]
  • De Baltische Vloot is gestationeerd in Kronsjtadt en Baltiejsk en bestaat uit twee Kilo-klasse-onderzeeërs, twee Sovremenny-klasse-destroyers, drie Krivak-klasse-fregatten en het enkele Neoestrasjimy-klasse-fregat. Het bevat ook ongeveer 26 patrouillevaartuigen, dertien mijnvaartuigen, vijf amfibische schepen en ongeveer 130 ondersteuningsschepen.
  • Kaspische Flottielje gestationeerd te Astrachan en Machatsjkala.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Russian Navy van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.