Tapijnkazerne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tapijnkazerne
20130504 Maastricht Stadspark 20 Tapijnkazerne.JPG
Locatie Maastricht, Jekerkwartier
Oorspr. functie militaire kazerne
Start bouw 1916
Bouw gereed 1919
Sluiting 2010
Verbouwing 1953
Status in herontwikkeling
Bouwstijl traditionalisme
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 506836
Eigenaar gemeente Maastricht (grond), Universiteit Maastricht en provincie Limburg (gebouwen)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Tapijnkazerne is een voormalige militaire kazerne in de Nederlandse stad Maastricht. Het ongeveer 6,3 hectare grote kazerneterrein aan de rand van de Maastrichtse binnenstad was als zodanig in gebruik van 1919 tot 2010 en wordt thans herontwikkeld.

Ligging[bewerken]

De Tapijnkazerne ligt op een laaggelegen terrein aan de zuidzijde van het Maastrichtse stadscentrum in de wijken Jekerkwartier en Jekerdal. De westelijke begrenzing wordt gevormd door de rivier de Jeker en het Aldenhofpark; de oostelijke begrenzing door de Sint Hubertuslaan. Het terrein wordt in tweeën gedeeld door de drukke Prins Bisschopsingel. Op het noordelijk deel, grenzend aan het Stadspark Maastricht, staan de voormalige kazernegebouwen. Op het zuidelijk deel, grenzend aan het Jekerpark, liggen de sportterreinen.

Geschiedenis[bewerken]

Toegangspoort

De Tapijnkazerne is gebouwd in het gebied De Kommen (Maastrichts: De Koompe), tot 1867 onderdeel van het inundatiegebied in de Lage Fronten, de laaggelegen buitenwerken van de vestingstad Maastricht langs de rivier de Jeker, die bij belegeringen onder water gezet konden worden. In 1864 werd dit gebied als oefenterrein ter beschikking gesteld aan de cavalerie, die gelegerd was in de nabije Bonnefantenkazerne (in het voormalige Bonnefantenklooster). Na slechting van de vestingwerken werd hier vanaf 1916 door het Ministerie van Oorlog een kazerne met dienstwoningen voor de commandant, de hoofdofficieren en de fortificatieopzichter gebouwd. Voor de bouw van de kazerne moest een Jekerarm worden gedempt. De vroegere loop van de rivier is nog terug te vinden in de vorm van een weg tussen de ziekenboeg in het noorden en de rest van het kazerneterrein. Pas in 1934 werd de kazerne vernoemd naar de Lotharingse legeringenieur Sebastiaan Tapijn, die de verdediging van Maastricht leidde tijdens het Beleg van Maastricht (1579).

In 1927 werd op het voorterrein van de kazerne het uit 1841 daterende monument van generaal Dibbets onthuld, dat vanwege de industriële expansie aan de noordzijde van Maastricht niet langer op zijn oorspronkelijke standplaats kon blijven. In 1953 werd de kazerne uitgebreid met onder andere een nieuw kantinegebouw.

De kazerne was achtereenvolgens in gebruik als opleidingscentrum voor het 13e regiment infanterie (1919-40), legerplaats voor de Duitse bezetters (1940-44), commandocentrum van het Amerikaanse 9e Leger (1944-45),[1] opleidingscentrum voor troepen voor Indonesië (1945-50), kazerne Regiment Mortieren Menno van Coehoorn (1950-53), kazerne Regiment Infanterie Menno van Coehoorn en Regiment Infanterie Chassé (1953-67) en kazerne voor verbindingseenheden AFCENT (1967-2007).[2] In oktober 2010 verlieten de laatste NAVO-militairen de Tapijnkazerne.

Toekomst[bewerken]

Op 1 oktober 2013 werd het terrein door de Nederlandse staat overgedragen aan de gemeente Maastricht, die vervolgens een deel van de gebouwen overdroeg aan de provincie Limburg, die zich op haar beurt verplichtte de gebouwen aan te bieden aan de Universiteit Maastricht.

Toekomstige parkuitbreiding, gezien van de Nieuwenhofwal

Stadspark[bewerken]

De gemeente Maastricht, blijvend eigenaar van de grond, is voornemens het noordelijk deel van het terrein openbaar toegankelijk te maken door een groot deel hiervan (44.000 vierkante meter) toe te voegen aan het Stadspark. Een deel van de bebouwing, met name de niet-monumentale werkplaatsen en garages, zal worden gesloopt. Hierdoor wordt de parkengordel aan de zuidzijde van de binnenstad vanaf de Maasoever tot aan het nieuwe Jekerpark gecompleteerd.[3]

Sportveld Tapijnkazerne

Vanaf september 2014 zijn in dit gebied een fietspad en enkele wandelpaden opengesteld. Ter hoogte van de Prins Bisschopsingel zal een nieuwe (gelijkvloerse) fiets- en voetgangersverbinding worden gerealiseerd tussen het Stadspark en het Jekerpark, in de toekomst wellicht te vervangen door een brug of tunnel. Het plan om een parkeergarage te bouwen onder een deel van het terrein werd na protesten van omwonenden ingetrokken.[4] In gebouw T, de vroegere manschappenkantine, is vanaf maart 2015 een café-restaurant gevestigd.

Gemeente en UM verwachten dat in 2017 de eerste schop voor (beperkte) nieuwbouw de grond in gaat, waarbij de parkuitbreiding heringericht zal worden. In september 2014 werd in de noordwesthoek van het terrein een biologische stadsmoestuin gerealiseerd. Voor het sportpark aan de zuidzijde van de Prins Bischopsingel zijn nog geen duidelijke plannen. Hier vond afgelopen jaren het festival Bruis plaats, voorheen georganiseerd door de Muziekgieterij, thans een zelfstandige organisatie.

Voormalige officiersmess, thans gebouw Kennistechnologie UM

Universiteitscampus[bewerken]

De meeste gebouwen op het kazerneterrein waren aanvankelijk eigendom van de provincie Limburg, die zich echter heeft verplicht de gebouwen te verkopen aan de Universiteit Maastricht (UM), naarmate deze daar behoefte aan en geld voor heeft. De negen monumentale gebouwen zullen worden behouden en door de universiteit worden ingevuld met onderwijs- en onderzoeksfuncties, wellicht gecombineerd met woonfuncties. Enkele niet-monumentale gebouwen kunnen door de universiteit worden gesloopt en herbouwd. In juli 2013 werd de voormalige Tapijnkazerne via de Crisis- en herstelwet aangewezen als flexibel project, waardoor de gemeente Maastricht meer tijd heeft om gebruikers te zoeken voor de kazerne, totdat de universiteit over tien tot vijftien jaar in staat is de gebouwen te kopen.[5] Een aantal gebouwen wordt antikraak bewoond. Andere gebouwen worden tijdelijk gebruikt door niet-universitaire organisaties. Zo is gebouw W (de vroegere garageloods) in gebruik als toonzaal en werkplaats voor vak- en ambachtslieden van Het Werkgebouw. Loods M wordt gebruikt door het amateurkunstcollectief Tout Maastricht.

Anno 2015 zijn een drietal gebouwen aan de noordzijde van het kazerneterrein in gebruik door de Economische Faculteit van de UM. In gebouw Z (de voormalige officiersmess) is de opleiding Kennistechnologie ondergebracht, in gebouw X worden studenten op weg geholpen om startende ondernemers te worden en in loods V zijn flexibele werkplekken ingericht.[6]

Beschrijving gebouwen en monumenten[bewerken]

Rijksmonumenten[bewerken]

Het kazernecomplex is ingericht met paviljoenachtige gebouwen, die alle een eigen functie hadden. Deze bouwwijze was tussen 1910 en 1940 gebruikelijk voor grotere gebouwencomplexen.[7] De belangrijkste gebouwen zijn gerangschikt langs een noordzuidas (aan de Sint-Hubertuslaan) en een oostwestas (aan de Prins Bisschopsingel).[8] Op het snijpunt van beide assen bevindt zich bij de hoofdingang een wachtgebouw in traditionele bouwtrant met een markante toren op de zuidoosthoek. Het gebouw, sinds 1997 een rijksmonument, is in 1917 ontworpen door de "Kapitein Eerstaanwezend Ingenieur der Genie van het Eerste Genie Commandement te Breda" (waarvan de naam niet bekend is). Het gebouw is opgetrokken in baksteen met een zandstenen lijst boven de plint, zandstenen torendecoraties en een zandstenen Florentijnse boog rond de hoofdentree. In het westelijk deel bevond zich een cellencomplex; de ramen van dit deel zijn van tralies voorzien. De vierkante traptoren met drie uurwerken heeft een ingesnoerde torenspits met een smeedijzeren windvaan in de vorm van een Nederlands wapenschild. Aan de noordgevel hangt een oude luidklok uit 1771.[9]

Langs de westzijde van de Sint Hubertuslaan liggen drie dienstwoningen uit 1919, die alle drie in de loop der jaren zijn verbouwd en uitgebreid. Desalnietemin zijn deze (dubbele) villa's elk afzonderlijk als rijksmonument aangemerkt.

Niet-monumentale gebouwen[bewerken]

Ook andere bouwwerken op het terrein van de Tapijnkazerne, die geen rijksmonumenten zijn, zullen wellicht behouden worden. Het hoofdgebouw aan de Prins Bisschopsingel bestaat uit een U-vormig complex rondom een rechthoekig plein. Het gebouw doet denken aan het corps de logis van een buitenplaats. In de drie gebouwen waren instructielokalen en logementen ondergebracht. Tussen het hoofdgebouw en het wachtgebouw ligt een tankstation uit de jaren 1950. Naast het wachtgebouw ligt de voormalig officierskantine uit 1919, later de bibliotheek. Aan de noordzijde van het terrein ligt een kantinegebouw met twee vleugels, ontworpen door architect P. de Ruiter in 1953. Op het terrein is tevens een bunker aanwezig, die als monument van de koude oorlog waarschijnlijk bewaard zal blijven. Onder de Prins Bisschopsingel loopt een smalle, niet openbaar toegankelijke voetgangerstunnel, die het sportterrein aan de zuidzijde van de weg verbindt met het hoofdterrein.

Cenotaaf Dibbets[bewerken]

De cenotaaf bij de Boschpoort, 1857

Op het voorterrein van het hoofdgebouw aan de Prins Bisschopsingel staat de cenotaaf voor generaal Bernardus Johannes Cornelis Dibbets (1748-1839), van 1832 tot 1839 opperste bevelhebber van de vesting Maastricht. De bij sommige Maastrichtenaren zeer gehate generaal, die verantwoordelijk werd gehouden voor de Blokkade van Maastricht (1830-1833) en de daaruit voortvloeiende aansluiting van Maastricht en Nederlands-Limburg bij het Koninkrijk der Nederlanden, had in 1841 een eervolle laatste rustplaats gekregen op een bastion voor de Boschpoort in de Nieuwe Bossche Fronten, dat daarna Bastion Dibbets werd genoemd.

Het grafmonument is in 1840 of 1841 door de beeldhouwer Le Compte vervaardigd, waarschijnlijk in opdracht van koning Willem I. Het monument uit zwart marmer is ongeveer drie meter hoog en met een ijzeren hek omgeven. Op de voorzijde staat de tekst: Luitenant-generaal baron Dibbets, opperbevelhebber dezer vesting 1830-1839; aan de achterzijde: Overleden de 29ste maart 1839 in de ouderdom van 56 jaar; op de rechterzijde: Hulde van echtgenote en kinderen; op de linkerzijde: De koning schonk hem deze eereplaats ter rust.[10] Waarschijnlijk was het monument oorspronkelijk een grafmonument, opgericht boven het daadwerkelijke graf van Dibbets. De tekst wijst hierop en in 1873 zou bij de sloop van het bastion de kist nog zijn aangetroffen.[11] In 1927 werd het monument vanwege de uitbreiding van diverse industrieën in dit deel van de stad verplaatst naar de Tapijnkazerne. Daarbij werd het graf van Dibbets niet aangetroffen. Het huidige monument is daarom een cenotaaf, een grafloos monument.[12]

Trivia[bewerken]

  • In 1954 werd in de kazerne een verbod uitgevaardigd om Limburgs te spreken "in aanwezigheid van personen die dit dialect niet verstaan c.q. spreken".[13]

Externe links[bewerken]