Wilsverklaring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wilsverklaring of verklaring van de wil is een begrip uit de rechtswetenschap waarmee het kenbaar maken van de (daadwerkelijke) wil van een persoon voor de buitenwereld, wordt aangeduid. In Nederland wordt het begrip vaak gebruikt in de gezondheidszorg voor de wensen van een persoon omtrent medisch handelen bij het levenseinde.[1]

Wilsverklaring in het Nederlands recht[bewerken | brontekst bewerken]

In de rechtswetenschap duidt men met wilsverklaring (Latijn voluntatis declaratio) de eenzijdige wilsuiting aan, die door een (natuurlijke of rechts-) persoon gericht is op het tot stand brengen van gewilde rechtsgevolgen. Een wilsverklaring wordt door de verklaarder afgelegd met de bedoeling om een rechtsverhouding of verbintenis aan te gaan tegenover de ontvanger (de geadresseerde of wederpartij) die aan de wilsverklaring vreemd bleef. De wilsverklaring vormt de voorwaarde van de rechtshandeling, omdat de rechtshandeling ook vrijwel altijd deels materiële daad is. Voor het sluiten van een rechtsgeldige overeenkomst is een wilsverklaring nodig die moet overeenstemmen met de daadwerkelijke wil van een persoon.

Hierover bijvoorbeeld het Nederlands burgerlijk wetboek:

  • Art. 3:33: Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.

De wilsverklaring kan op verschillende manieren plaatsvinden: in geschrift, in gebaar, in woorden, door stilzwijgende toestemming, enz.

Wilsverklaring in de gezondheidszorg[bewerken | brontekst bewerken]

Voor medisch handelen is in Nederland altijd uitdrukkelijke toestemming nodig van de patiënt (art. 7:450 lid 1 Burgerlijk Wetboek). Voor kinderen tot 16 jaar moet toestemming worden gegeven door de ouders of voogd. In de gezondheidszorg beschrijft een wilsverklaring (ook wel levenswilsverklaring genoemd) de wensen van een persoon die wilsbekwaam is, voor de manier van handelen door een arts of andere medisch hulpverlener wanneer die persoon niet meer aanspreekbaar is (wilsonbekwaam).

Het is niet gebruikelijk dit door een notaris te laten opstellen. Maar het moet wel duidelijk zijn dat degene die de wilsverklaring schrijft dat bij zijn volle verstand doet en zonder beïnvloeding door derden. De wilsverklaring mag getypt of geschreven zijn, het moet op papier staan, gedateerd en perssonlijk ondertekend zijn. Een medische wilsverklaring kan aan een arts gegeven worden, de huisarts kan op de hoogte worden gebracht dat een wilsverklaring aanwezig is of het het document kan als bijlage worden opgenomen in een levenstestament.

Als de wilsverklaring beschrijft dat iemand niet wil blijven leven in bepaalde omstandigheden, dan wordt het ook wel een 'euthanasieverklaring' genoemd. Maar de wilsverklaring kan ook bevatten dat iemand zo lang mogelijk wil blijven leven, ook als die persoon daar zelf niets meer van merkt. Een behandeling die vanuit medisch opzicht zinloos is, kan echter niet worden afgedwongen.

Zaken die in de medische wilsverklaring staan kunnen bijvoorbeeld beschrijven wat te doen:

  • Bij coma, als dit kort of lang duurt, en met zelfstandig kunnen ademhalen of niet.
  • Bij dementie, in lichte of ernstige mate.
  • Met het gebruik van morfine.
  • Of sedatie toegepast mag worden.
  • Of er gehandeld moet worden of juist niet.

De handelwijze kan onderverdeeld worden in:

  • Zo veel mogelijk medisch ingegrijpen.
  • Wanneer er bepaalde complicaties optreden, dan niet meer ingegrijpen.
  • Actief de apparatuur weghalen bij een bepaalde situatie.
  • Actief euthanasie toepassen.

De artsen zullen de wilsverklaring respecteren, maar hebben niet altijd de mogelijkheid om alles zo uit te voeren. De wilsverklaring gaat ook alleen op, wanneer iemand niet plotseling overlijdt, maar ernstig ziek is en zich niet meer kan uiten.

De meeste mensen die gezond zijn schrikken terug voor ernstige ziekten. Sommige mensen denken dat zij liever niet willen leven bij bepaalde ziekten. In de praktijk blijkt soms dat wanneer iemand die ziekte eenmaal heeft, er toch mee te leven is.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]