Allegorie (letterkunde)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een allegorie in de literatuur is een metafoor die door het gehele gedicht, verhaal of boek wordt volgehouden. Bekende allegorieën zijn:
- Herakles op de tweesprong, verhaald door Xenophon ("Memorabilia" 2, 1, 21 – 33)
- Allegorie van de grot van Plato
- Elckerlijc, waarin het leven van een persoon symbool staat voor de gehele mensheid
- De Kleine Johannes van Frederik van Eeden
- Jan, Jannetje en hun jongste kind van E.J. Potgieter
- Roman de la Rose van Guillaume de Lorris en Jean de Meung
- De Bijbel
In een allegorie worden abstracte begrippen voorgesteld als personen (Jaloezie, Dood, Deugd, ...). In de middeleeuwen was de allegorie vooral didactisch van aard: men kon zich de begrippen als personen voorstellen en ze aldus beter doorgronden.
Ook in de beeldende kunst komt de allegorie voor.
zie ook: beeldspraak

